Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 13 september 2021

ECLI:NL:GHAMS:2021:3481Zaaknummer 23-001278-21

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13 september 2021
Publicatiedatum
6 maart 2022
Zaaknummer
23-001278-21
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

AMA: WVW1994.

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 850,00 (achthonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 17 (zeventien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot € 450,00 (vierhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 9 (negen) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 8 (acht) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 50,00 (vijftig euro).

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Gewezen door mr. K.J. Veenstra, in bijzijn van mr. C. Roseboom, griffier.

mr. K.J. Veenstra

Volledige tekst

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg: 96-221067-20

parketnummer hoger beroep: 23-001278-21

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Den Haag, zitting houdend te Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van

13 september 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 14 december 2020 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats]

adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 850,00 (achthonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 17 (zeventien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot € 450,00 (vierhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 9 (negen) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 8 (acht) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 50,00 (vijftig euro).

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Gewezen door mr. K.J. Veenstra, in bijzijn van mr. C. Roseboom, griffier.

mr. K.J. Veenstra

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.