Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 10 september 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:2769Zaaknummer 23-002205-20
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 september 2021
- Publicatiedatum
- 26 september 2021
- Zaaknummer
- 23-002205-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vrijspraak. Geen (onvoorwaardelijk) opzet.
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. A.M. van Woensel en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
10 september 2021.
Mr. M.F.J.M. de Werd en mr. A.M. van Woensel zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002205-20
datum uitspraak: 10 september 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 30 september 2020 in de strafzaak onder de parketnummers 13-153529-20 en 13-659185-16 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
10 september 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De politierechter heeft de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, met dien verstande dat het hof de bewijsoverweging vervangt door de navolgende overweging.
Vrijspraak
Op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep kan weliswaar worden vastgesteld dat de verdachte bij het wegrijden met zijn scooter een hek heeft geraakt en dit hek vervolgens tegen het been of het lichaam van de aangeefster is gekomen, maar dat onvoldoende is vast komen te staan dat de verdachte opzettelijk – ook in voorwaardelijke zin – de aangeefster pijn of letsel wilde toebrengen.
Met de advocaat-generaal is het hof dan ook van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. A.M. van Woensel en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
10 september 2021.
Mr. M.F.J.M. de Werd en mr. A.M. van Woensel zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.