Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 19 april 2021

ECLI:NL:GHAMS:2021:1152Zaaknummer 23-000680-20

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19 april 2021
Publicatiedatum
26 april 2021
Zaaknummer
23-000680-20
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verdachte niet-ontvankelijk. Hoewel zich in het dossier een door de raadsman opgestelde brief bevindt waarin is vermeld 'betreft: appèlschrituur', is in de brief met zoveel woorden opgenomen dat er 'thans geen grieven kenbaar worden gemaakt'.

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting had mr. J.J.I. de Jong, in tegenwoordigheid van mr. B.K.M. Pouw, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 april 2021.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Onderzoek ter terechtzitting
  2. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
  3. BESLISSING

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000680-20

datum uitspraak: 19 april 2021

VERSTEK (raadsman niet gemachtigd)

Schriftelijk arrest van de enkelvoudige kamer van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 30 oktober 2019 in de strafzaak onder parketnummer 96-068567-18 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,

adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2021.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, ertoe strekkend dat de verdachte met toepassing van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Weliswaar bevindt zich in het dossier een door de raadsman opgestelde brief van 13 mei 2020 waarin is vermeld ‘betreft: appèlschriftuur’ en dat hoger beroep is ingesteld om te onderzoeken of de verdachte terecht is veroordeeld en om te bezien of hem een passende straf is opgelegd, maar in die brief is echter ook met zoveel woorden opgenomen dat er ‘thans geen grieven kenbaar worden gemaakt’. Op die laatste passage heeft de (niet-gemachtigd) raadsman op de terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2021 nog eens nadrukkelijk de aandacht gevestigd.

Nu er evenmin mondeling bezwaren tegen het vonnis zijn opgegeven en er ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zal de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting had mr. J.J.I. de Jong, in tegenwoordigheid van mr. B.K.M. Pouw, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 april 2021.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.