Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 7 augustus 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:3149Zaaknummer 23-002427-18
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 7 augustus 2019
- Publicatiedatum
- 9 september 2019
- Zaaknummer
- 23-002427-18
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Diefstal van een deurbel bij de Hornbach. Bevestiging van vonnis waarvan beroep. Oplegging van een taakstraf in plaats van een gevangenisstraf.
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) dag.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.F.E. Geerlings, mr. H.A. van Eijk en mr. M.R. Cox, in tegenwoordigheid van C.N. Aalders, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 augustus 2019.
Mr. M.R. Cox is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[…]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002427-18
datum uitspraak: 7 augustus 2019
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 20 juni 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15‑072582-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 juli 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep met uitzondering van de strafoplegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.
Oplegging van straffen
De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, waarvan 1 week voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsman heeft naar voren gebracht dat de verdachte kampt met een broze gezondheid, maar wel in staat is een taakstraf uit te voeren. De raadsman verzoekt, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, de door de politierechter opgelegde gevangenisstraf om te zetten in een taakstraf.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heef zich schuldig gemaakt aan een diefstal bij Hornbach. Dit is een vervelend feit waarmee de verdachte er blijk van heeft gegeven geen respect te hebben voor de eigendomsrechten van anderen.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 11 juli 2019 is hij eerder wegens vermogensdelicten onherroepelijk veroordeeld. Het hof merkt echter op dat de verdachte deze vermogensdelicten hoofdzakelijk heeft gepleegd in een ver verleden. Het hof is met de raadsman dan ook van oordeel dat het opleggen van een taakstraf geen gepasseerd station is. Mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte acht het hof termen aanwezig om, anders dan de politierechter deed, een taakstraf op te leggen.
Het hof heeft geconstateerd dat artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Derhalve zal het hof naast een taakstraf een korte gevangenisstraf opleggen.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf en een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De in het vonnis genoemde artikelen 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht worden vervangen door de artikelen 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) dag.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.F.E. Geerlings, mr. H.A. van Eijk en mr. M.R. Cox, in tegenwoordigheid van C.N. Aalders, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 augustus 2019.
Mr. M.R. Cox is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[…]
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 422 Sv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 22b Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14a Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14b Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 22c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 22d Sr meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.