Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 28 februari 2019

ECLI:NL:GHAMS:2019:1895Zaaknummer 23-001002-18

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28 februari 2019
Publicatiedatum
29 juli 2019
Zaaknummer
23-001002-18
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bevestiging vonnis, het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep heeft het hof niet tot een andere beslissing gebracht.

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. R. Kuiper en mr. E.H.M. Druijf, in tegenwoordigheid van mr. C. de Beer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 februari 2019.

mr. E.H.M. Druijf is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Onderzoek van de zaak
  2. Vonnis waarvan beroep
  3. BESLISSING

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001002-18

datum uitspraak: 28 februari 2019

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 maart 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13‑701333-18 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 februari 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep heeft het hof niet tot andere beslissingen gebracht dan die van de politierechter, zodat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd. Het hof verwerpt daarnaast het ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde verweer, inhoudende dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de tenlastegelegde pogingen tot diefstal nu door de verbalisanten bij de twee in de tenlastelegging genoemde gebeurtenissen geen begin van uitvoering is waargenomen. Dit verweer vindt zijn weerlegging in het tot bewijs gebezigde proces-verbaal van de verbalisanten.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. R. Kuiper en mr. E.H.M. Druijf, in tegenwoordigheid van mr. C. de Beer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 februari 2019.

mr. E.H.M. Druijf is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.