Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 2 april 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:1864Zaaknummer 23-000161-18
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 april 2019
- Publicatiedatum
- 29 juli 2019
- Zaaknummer
- 23-000161-18
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Opzettelijk en wederrechtelijk gebruik maken van een niet op zijn naam gesteld reisdocument of identiteitsbewijs.
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het onder 1 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gewezen door mr. H.M.J. Quaedvlieg, in bijzijn van C.N. Aalders, griffier.
mr. H.M.J. Quaedvlieg
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg: 13-706005-17
datum vonnis: 7 juli 2017
parketnummer hoger beroep: 23-000161-18
datum arrest: 2 april 2019
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 2 april 2019 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 7 juli 2017 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: [geboortedag] 1970 te [geboorteplaats]
opgegeven adres: [adres]
thans gedetineerd in detentiecentrum Rotterdam te Rotterdam
Kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk gebruik maken van een niet op zijn naam gesteld reisdocument of identiteitsbewijs.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 22c, 22d, 63 en 231 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.
gepleegdfeit 1: op 1 april 2016 te Amsterdam.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het onder 1 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gewezen door mr. H.M.J. Quaedvlieg, in bijzijn van C.N. Aalders, griffier.
mr. H.M.J. Quaedvlieg
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.