Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 4 april 2019

ECLI:NL:GHAMS:2019:1366Zaaknummer 23-002316-18

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
4 april 2019
Publicatiedatum
9 juli 2019
Zaaknummer
23-002316-18
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Nietige dagvaarding. Dagvaarding is niet betekend aan het adres in Brussel dat door de verdachte bij de rechter-commissaris was opgegeven

Het hof:

Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. F.M.D. Aardema en mr. B. van der Werf, in tegenwoordigheid van S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 april 2019.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Onderzoek van de zaak
  2. Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep
  3. Beslissing

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002316-18

datum uitspraak: 4 april 2019

NIET VERSCHENEN

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 19 juni 2018 in de strafzaak onder parketnummer

13-701917-18 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Algerije) op [geboortedag] 1961,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 april 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep

Het hof stelt vast dat de dagvaarding in hoger beroep niet is verzonden naar het door de verdachte bij gelegenheid van zijn verhoor door de rechter-commissaris opgegeven adres, te weten [adres]. Naar het oordeel van het hof had dit wel moeten gebeuren nu de verdachte te kennen heeft gegeven daar te wonen.

Uit het vorenoverwogene volgt dat de dagvaarding om in hoger beroep op de terechtzitting te verschijnen niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is uitgereikt. De dagvaarding dient op grond daarvan - nu de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen - nietig te worden verklaard.

Beslissing

Het hof:

Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. F.M.D. Aardema en mr. B. van der Werf, in tegenwoordigheid van S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 april 2019.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.