Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 12 april 2017

ECLI:NL:GHAMS:2017:1558Zaaknummer 23/000075-17

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
12 april 2017
Publicatiedatum
19 april 2019
Zaaknummer
23/000075-17
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voorlopige hechtenis

Het hof:

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

Deze beschikking is gegeven op 12 april 2017 in raadkamer van dit hof door

mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, voorzitter,

mrs. G.M. Boekhoudt en A. van Holten, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 12 april 2017,

de advocaat-generaal

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. De feiten en de rechtsgang
  2. De beoordeling
  3. De beslissing

23-000075-17

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING op een verzoek strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres],

thans verblijvende in [locatie].

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft gezien de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte, waaronder het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 29 december 2016.

Voorts heeft het hof gezien het namens de verdachte ingediende verzoekschrift strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Het hof heeft bij de behandeling in raadkamer op 12 april 2017 gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door mr. J.S.W. Boorsma, namens haar raadsman mr. T. den Haan.

Het hof heeft gelet op artikel 80 van het Wetboek van Strafvordering.

De beoordeling

Na een door het hof afgewezen verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis in verband met noodzakelijke fysiotherapie en/of oefentherapie is opnieuw een verzoek tot schorsing ingediend waarbij brieven van 28 maart 2017 en 4 april 2017 van de orthopedisch chirurg zijn overgelegd. Daarin wordt de noodzaak van intensieve fysiotherapie en/of oefentherapie benoemd. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat deze therapie in het huis van bewaring niet voldoende kan worden gefaciliteerd, maar heeft dit op geen enkele wijze onderbouwd. Nu niet is gebleken dat deze therapie niet mogelijk is in detentie, is het hof van oordeel dat het verzoek tot schorsing dient te worden afgewezen.

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

Deze beschikking is gegeven op 12 april 2017 in raadkamer van dit hof door

mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, voorzitter,

mrs. G.M. Boekhoudt en A. van Holten, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 12 april 2017,

de advocaat-generaal

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.