Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 4 februari 2015

ECLI:NL:GHAMS:2015:5780Zaaknummer 15/800607-14

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
4 februari 2015
Publicatiedatum
21 juli 2016
Zaaknummer
15/800607-14
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Raadkamer
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Enkele stelling verdachte mee te werken aan hulpverlening onvoldoende voor inperken recidivegevaar.

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking.

Deze beschikking is gegeven op 4 februari 2015 in raadkamer van dit hof door

mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,

mrs. L.I.M. van Bergen en R. Kuiper, raadsheren,

in tegenwoordigheid van K.D.M. de Lange als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 4 februari 2015,

de advocaat-generaal

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. De feiten en de rechtsgang
  2. De beoordeling
  3. De beslissing

15/800612-14

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1973,

wonende te [adres],

thans verblijvende in het huis van bewaring Zwaag te Zwaag,

tegen de beschikking van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Alkmaar van 14 januari 2015, houdende bevel tot verlenging van de geldigheidsduur van zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Alkmaar van 15 januari 2015, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.

Het hof heeft kennis genomen van de stukken die betrekking hebben op de voorlopige hechtenis van de verdachte, waaronder de beschikking waarvan beroep. Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. [naam].

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.

In de enkele stelling van de verdachte dat hij nu wel bereid is om mee te werken aan hulpverlening ziet het hof geen aanleiding om aan te nemen dat niet onverminderd recidivegevaar aanwezig is en dat het recidivegevaar kan worden ingeperkt door een andere maatregel dan voorlopige hechtenis. Voorts is het hof van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in art. 67a lid 3 Sv zich thans niet voor doet.

Hetgeen de raadsman overigens heeft aangevoerd leent zich niet voor bespreking in het kader van dit hoger beroep.

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking.

Deze beschikking is gegeven op 4 februari 2015 in raadkamer van dit hof door

mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,

mrs. L.I.M. van Bergen en R. Kuiper, raadsheren,

in tegenwoordigheid van K.D.M. de Lange als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 4 februari 2015,

de advocaat-generaal

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.