Uitspraak · Civiel recht
Gerechtshof Amsterdam, 21 april 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:1513Zaaknummer 200.134.126-01
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 21 april 2015
- Publicatiedatum
- 14 juli 2015
- Zaaknummer
- 200.134.126-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vervolg van tussenarrest 24 februari 2015. Eisvermeerdering is niet tijdig kenbaar gemaakt aan wederpartij.
Het hof:
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt Dexia in de kosten van het geding in principaal hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.H. de Bock, P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en J.W.M. Tromp en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 21 april 2015.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer: 200.134.126/01
zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam: 2030904 DX EXPL 13-33
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 21 april 2015
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen:
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
niet verschenen.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna Dexia en [geïntimeerde] genoemd.
In deze zaak heeft het hof op 24 februari 2015 een tussenarrest gewezen. Voor het verloop van het geding tot dan toe wordt naar dit arrest verwezen.
Bij genoemd arrest is Dexia in de gelegenheid gesteld het aan [geïntimeerde] gerichte exploot in het geding te brengen waarmee de vermeerdering van eis - gedaan bij memorie van grieven - aan hem (tijdig) kenbaar is gemaakt.
Bij akte ter rolle van 10 maart 2015 heeft Dexia laten weten niet aan de gestelde opdracht te kunnen voldoen en zich te refereren aan het oordeel van het hof.
2 De verdere beoordeling
Nu Dexia kennelijk heeft nagelaten (tijdig) de vermeerdering van eis zoals verwoord in grief II bij exploot aan [geïntimeerde] kenbaar te maken, is niet voldaan aan de artikelen 353 lid 1 juncto artikel 130 lid 3 Rv. Het hof zal deze vermeerdering van eis dan ook buiten beschouwing laten, waarmee de grief faalt.
Het hof komt tot de slotsom dat beide grieven falen en dat het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. Dexia zal als in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in hoger beroep.
3 Beslissing
Het hof:
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt Dexia in de kosten van het geding in principaal hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.H. de Bock, P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en J.W.M. Tromp en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 21 april 2015.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHAMS:2015:525 http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHAMS:2015:525 Gerechtshof Amsterdam, 24 februari 2015 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.