Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 28 september 2021
ECLI:NL:CRVB:2021:2411Zaaknummer 20/2566 PW-PV
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 28 september 2021
- Publicatiedatum
- 4 oktober 2021
- Zaaknummer
- 20/2566 PW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Terecht geen dwangsom toegekend. Geen ingebrekestelling. Niet aangedrongen op beslissing. Het college heeft terecht geweigerd een dwangsom toe te kennen in verband met het te laat beslissen op de aanvraag om bijzondere bijstand voor een vriezer (aanvraag), omdat appellante hem niet in gebreke heeft gesteld. Het college heeft het e-mailbericht terecht niet opgevat als een ingebrekestelling. De opmerking “Wellicht kan deze afdeling ons berichten hoe deze aanvragen hiermee beoordeeld worden.” Is niet aan te merken als het aandringen op het alsnog nemen van een beslissing.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Het gaat in deze zaak om de vraag of het college terecht heeft geweigerd een dwangsom toe te kennen in verband met het te laat beslissen op de aanvraag om bijzondere bijstand voor een vriezer (aanvraag), omdat appellante hem niet in gebreke heeft gesteld. Appellante heeft aangevoerd dat zij door middel van haar e-mailbericht van 9 september 2019 (e-mailbericht) het college in gebreke heeft gesteld. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Van een ingebrekestelling als bedoeld in artikel 4:17, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is sprake als duidelijk is dat de belanghebbende het bestuursorgaan maant om alsnog een bepaald besluit te nemen. Daarvan is sprake indien voldoende duidelijk is op welke aanvraag het geschrift betrekking heeft, dat belanghebbende zich op het standpunt stelt dat het bestuursorgaan niet tijdig op de aanvraag heeft beslist en dat belanghebbende erop aandringt dat een zodanige beslissing alsnog wordt genomen.
Zoals ter zitting besproken, is niet langer in geschil dat voldoende duidelijk is dat het e-mailbericht betrekking heeft op de aanvraag en dat appellante zich op het standpunt stelt dat het college niet tijdig op de aanvraag heeft beslist. Het geschil spitst zich toe op de vraag of appellante er in het e-mailbericht op heeft aangedrongen dat alsnog een beslissing wordt genomen op haar aanvraag.
Anders dan appellante heeft aangevoerd, is de opmerking “Wellicht kan deze afdeling ons berichten hoe deze aanvragen hiermee beoordeeld worden.” niet aan te merken als het aandringen op het alsnog nemen van een beslissing. Daarvoor is de woordkeuze te vrijblijvend. Uit de beantwoording van het e-mailbericht door een medewerker van het college blijkt ook dat het college het e-mailbericht heeft opgevat als een verzoek om informatie. Het college heeft het e-mailbericht terecht niet opgevat als een ingebrekestelling.
Het hoger beroep slaagt niet.
Voor een veroordeling in de kosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) M. Zwart (getekend) G.M.G. Hink
Volledige tekst
20 2566 PW-PV
Datum uitspraak: 28 september 2021
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 juli 2020, 20/500 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis (college)
Zitting heeft: G.M.G. Hink
Griffier: M. Zwart
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 september 2021. Voor appellante is verschenen mr. M.L.M. Klinkhamer, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Yavuzyiğitoğlu en S. de Bruin.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Het gaat in deze zaak om de vraag of het college terecht heeft geweigerd een dwangsom toe te kennen in verband met het te laat beslissen op de aanvraag om bijzondere bijstand voor een vriezer (aanvraag), omdat appellante hem niet in gebreke heeft gesteld. Appellante heeft aangevoerd dat zij door middel van haar e-mailbericht van 9 september 2019 (e-mailbericht) het college in gebreke heeft gesteld. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Van een ingebrekestelling als bedoeld in artikel 4:17, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is sprake als duidelijk is dat de belanghebbende het bestuursorgaan maant om alsnog een bepaald besluit te nemen. Daarvan is sprake indien voldoende duidelijk is op welke aanvraag het geschrift betrekking heeft, dat belanghebbende zich op het standpunt stelt dat het bestuursorgaan niet tijdig op de aanvraag heeft beslist en dat belanghebbende erop aandringt dat een zodanige beslissing alsnog wordt genomen.
Zoals ter zitting besproken, is niet langer in geschil dat voldoende duidelijk is dat het e-mailbericht betrekking heeft op de aanvraag en dat appellante zich op het standpunt stelt dat het college niet tijdig op de aanvraag heeft beslist. Het geschil spitst zich toe op de vraag of appellante er in het e-mailbericht op heeft aangedrongen dat alsnog een beslissing wordt genomen op haar aanvraag.
Anders dan appellante heeft aangevoerd, is de opmerking “Wellicht kan deze afdeling ons berichten hoe deze aanvragen hiermee beoordeeld worden.” niet aan te merken als het aandringen op het alsnog nemen van een beslissing. Daarvoor is de woordkeuze te vrijblijvend. Uit de beantwoording van het e-mailbericht door een medewerker van het college blijkt ook dat het college het e-mailbericht heeft opgevat als een verzoek om informatie. Het college heeft het e-mailbericht terecht niet opgevat als een ingebrekestelling.
Het hoger beroep slaagt niet.
Voor een veroordeling in de kosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) M. Zwart (getekend) G.M.G. Hink
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.