Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 28 juni 2019
ECLI:NL:CRVB:2019:2098Zaaknummer 18/4629 WIA-V
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 28 juni 2019
- Publicatiedatum
- 4 juli 2019
- Zaaknummer
- 18/4629 WIA-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Verzet
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzet ongegrond. Niet verschoonbare overschrijding van de termijn voor het indienen van een verzetschrift.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma in tegenwoordigheid van M.A.A. Traousis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2019.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) M.A.A. Traousis
GdJ
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Datum uitspraak: 28 juni 2019
18/4629 WIA-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 1 augustus 2018, 18/569V (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 27 december 2018 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard om van het door appellante ingestelde hoger beroep kennis te nemen.
Appellante heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 17 mei 2019. Partijen zijn niet verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 27 december 2018 berust op de overweging dat de aangevallen uitspraak een uitspraak is als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb, waartegen op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld.
De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.
De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend, was 14 februari 2019. Het door appellante ingediende verzetschrift is op 15 februari 2019 per fax door de Raad ontvangen. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is aldus overschreden.
Bij brief van 21 februari 2019 heeft de Raad bij appellante geïnformeerd naar de reden van de termijnoverschrijding. Appellante heeft geen verklaring gegeven voor het overschrijden van de termijn.
Van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, is niet gebleken.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma in tegenwoordigheid van M.A.A. Traousis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2019.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) M.A.A. Traousis
GdJ
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.