Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 18 september 2018

ECLI:NL:CRVB:2018:3073Zaaknummer 17-2592 PW-PV

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18 september 2018
Publicatiedatum
15 oktober 2018
Zaaknummer
17-2592 PW-PV
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Intrekking en terugvordering. Onvoldoende duidelijkheid verschaft over geldtransacties via moneytransfer.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2018. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Appellante heeft de aangevallen uitspraak aangevochten voor zover de rechtbank heeft geoordeeld dat de intrekking van de bijstand over de maand juli 2009 en de terugvordering van de gemaakte kosten van bijstand over die maand in stand blijven.

De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Appellante heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde weerlegging van de betrokken gronden in de aangevallen uitspraak onjuist dan wel onvolledig is. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan in de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen. Hij voegt daaraan nog toe dat

de in artikel 17 van de Participatiewet neergelegde inlichtingenverplichting een objectief geformuleerde verplichting is, waarbij verwijtbaarheid geen rol speelt.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) A.M. Pasmans (getekend) E.C.R. Schut

IJ

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 17 2592 PW-PV
  2. BESLISSING
  3. IJ

17 2592 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 februari 2017, 16/4959 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)

Datum uitspraak: 18 september 2018

Zitting hebben: E.C.R. Schut als voorzitter en W.F. Claessens en J.T.H. Zimmerman als leden

Griffier: A.M. Pasmans

Ter zitting is namens appellante verschenen mr. J.V. van Blitterswijk, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L. van den Buijs.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2018. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Appellante heeft de aangevallen uitspraak aangevochten voor zover de rechtbank heeft geoordeeld dat de intrekking van de bijstand over de maand juli 2009 en de terugvordering van de gemaakte kosten van bijstand over die maand in stand blijven.

De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Appellante heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde weerlegging van de betrokken gronden in de aangevallen uitspraak onjuist dan wel onvolledig is. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan in de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen. Hij voegt daaraan nog toe dat

de in artikel 17 van de Participatiewet neergelegde inlichtingenverplichting een objectief geformuleerde verplichting is, waarbij verwijtbaarheid geen rol speelt.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) A.M. Pasmans (getekend) E.C.R. Schut

IJ

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.