Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 13 december 2013

ECLI:NL:CRVB:2013:2841Zaaknummer 11-3634 WWB-V

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13 december 2013
Publicatiedatum
17 december 2013
Zaaknummer
11-3634 WWB-V
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Verzet
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzet gegrond. Gelet op de door appellante overgelegde medische informatie is de Raad - thans - van oordeel dat de termijnoverschrijding appellante niet kan worden verweten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- verklaart het verzet gegrond;

- veroordeelt het college in de proceskosten van het verzet van appellante tot een bedrag van

€ 28,40.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van

D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

13 december 2013.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

QH

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. PROCESVERLOOP
  2. OVERWEGINGEN
  3. BESLISSING
  4. QH

Datum uitspraak: 13 december 2013

11/3634 WWB-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank

’s-Hertogenbosch van 9 mei 2011, 10/398 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te[woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven (college)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 26 maart 2013 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 26 maart 2013 heeft appellante verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 22 november 2013. Appellante is verschenen. Het college is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 26 maart 2013 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

Gelet op de door appellante overgelegde medische informatie is de Raad - thans - van oordeel dat de termijnoverschrijding appellante niet kan worden verweten.

Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van

26 maart 2013 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

De Raad ziet aanleiding het college te veroordelen in de proceskosten van het verzet, begroot op € 28,40 aan reiskosten van appellante.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- verklaart het verzet gegrond;

- veroordeelt het college in de proceskosten van het verzet van appellante tot een bedrag van

€ 28,40.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van

D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

13 december 2013.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

QH

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.