Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 22 november 2013

ECLI:NL:CRVB:2013:2692Zaaknummer 12-3969 WWB-V

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22 november 2013
Publicatiedatum
10 april 2014
Zaaknummer
12-3969 WWB-V
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Verzet
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Verzet ongegrond. Te late betaling griffierecht niet verschoonbaar.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 20 november 2012 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.

Gelet op het verhandelde ter zitting van 26 april 2013 heeft de Raad aanleiding gezien het onderzoek te heropenen en appellant een nieuwe termijn te geven voor de betaling van het griffierecht. Bij - aangetekend en per gewone post verzonden - brief van 2 mei 2013 is appellant in de gelegenheid gesteld het griffierecht alsnog binnen twaalf weken te voldoen. De Raad stelt vast dat het griffierecht (ook) binnen deze termijn niet is betaald. Van feiten of omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest, is de Raad niet gebleken.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons

IvR

Volledige tekst

Datum uitspraak: 22 november 2013

12/3969 WWB-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 30 mei 2012, 12/482 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te[woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage

Zitting heeft: T.G.M. Simons

Griffier: D.W.M. Kaldenhoven

Ter zitting is niemand verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 20 november 2012 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.

Gelet op het verhandelde ter zitting van 26 april 2013 heeft de Raad aanleiding gezien het onderzoek te heropenen en appellant een nieuwe termijn te geven voor de betaling van het griffierecht. Bij - aangetekend en per gewone post verzonden - brief van 2 mei 2013 is appellant in de gelegenheid gesteld het griffierecht alsnog binnen twaalf weken te voldoen. De Raad stelt vast dat het griffierecht (ook) binnen deze termijn niet is betaald. Van feiten of omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest, is de Raad niet gebleken.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons

IvR

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.