Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 21 november 2012

ECLI:NL:CRVB:2012:BY3788Zaaknummer 12-5600 ZW-VV

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-5600 ZW-VV
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing voorlopige voorziening. Verzoeker heeft (...) niet met relevante gegevens aannemelijk gemaakt dat hij in een financiële noodsituatie verkeert of dreigt te verkeren.

BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 november 2012.

(getekend) Ch. van Voorst

(getekend) P. Boer

Volledige tekst

12/5600 ZW-VV

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening

Partijen:

[A. te B.] (verzoeker)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 21 november 2012

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 26 september 2012, 12/1416 en 1417 (aangevallen uitspraak) en een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.

Met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de behandeling van dit verzoek ter zitting achterwege gebleven.

OVERWEGINGEN

1. Verzoeker was werkzaam als beveiliger bij Trigion Beveiliging. Op 18 augustus 2010 is hij met psychische klachten uitgevallen. Met ingang van 1 mei 2011 is zijn dienstverband beëindigd en is hem per 2 mei 2011 een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) toegekend. Bij besluit van 17 juli 2012 is de ZW-uitkering van verzoeker beëindigd per 14 augustus 2012, omdat verzoeker over de maximale uitkeringsperiode van 104 weken ziekengeld heeft ontvangen. Bij besluit van 6 augustus 2012 is het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het verzoek van verzoeker om een voorlopige voorziening afgewezen en onder toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb het beroep ongegrond verklaard.

3. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

3.1. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet in verbinding met artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

3.2. Ter onderbouwing van zijn verzoek om een voorlopige voorziening te treffen, heeft verzoeker aangegeven dat hij sinds de beëindiging van zijn ziekengeld geen inkomsten meer heeft. Verzoeker heeft echter niet met relevante gegevens aannemelijk gemaakt dat hij in een financiële noodsituatie verkeert of dreigt te verkeren.

4. Uit het vorenstaande volgt dat niet voldaan is aan de in artikel 8:81 van de Awb gestelde voorwaarde van onverwijlde spoed, zodat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening kennelijk ongegrond is en moet worden afgewezen.

5. Er bestaat gaan aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 november 2012.

(getekend) Ch. van Voorst

(getekend) P. Boer

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.