Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 2 december 2011

ECLI:NL:CRVB:2011:BU6805Zaaknummer 09-4848 WSF-V

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
2 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-4848 WSF-V
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Verzet
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzet niet-ontvankelijk. Geen gronden van het verzet ingediend.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 december 2011.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

CVG

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. PROCESVERLOOP
  2. II. OVERWEGINGEN
  3. III. BESLISSING

09/4848 WSF-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 17 juli 2009, 08/1365

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep, thans: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Datum uitspraak: 2 december 2011

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 18 maart 2011 heeft de Raad het namens appellante door W. Prins, wonende te Den Haag, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak - wederom - niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 18 maart 2011 heeft W. Prins namens appellante verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 november 2011, waar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.

De Raad stelt in dat verband vast dat namens of door appellante binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 10 juni 2011 gestelde termijn van vier weken geen gronden van het verzet zijn ingediend. Ook na het verstrijken van die termijn zijn geen gronden ingediend.

Van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat dit niet aan (de gemachtigde van) appellante kan worden verweten, is niet is gebleken.

Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Voor een veroordeling in de kosten van het verzet is geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 december 2011.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

CVG

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.