Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 17 augustus 2011
ECLI:NL:CRVB:2011:BR5167Zaaknummer 10-5800 WUBO-V
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 17 augustus 2011
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10-5800 WUBO-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Verzet
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Niet-ontvankelijk verklaring van het verzet wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van een verzetschrift.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 augustus 2011.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
EV
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
10/5800 WUBO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet in verband met het geding tussen:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (Nieuw-Zeeland), (hierna: appellant),
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb)
Datum uitspraak: 17 augustus 2011
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en artikel 17 van de Beroepswet van 24 januari 2011 heeft de Raad het door appellant ingestelde beroep tegen het besluit van (de rechtsvoorganger van) de Svb van 2 juli 2010, kenmerk BZ01162034, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 24 januari 2011 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 8 augustus 2011. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.C.M. van Berkel, advocaat te Sittard. De Svb is niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 24 januari 2011 berust op de overwegingen dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.
De uitspraak van de Raad van 24 januari 2011 is bij aangetekend verzonden brief van 3 februari 2011 verzonden aan het - juiste - adres van appellant. Het verzetschrift, gedateerd 2 mei 2011, met poststempel 7 juni 2011, is op 14 juni 2011 bij de Raad ontvangen. Daarmee staat vast dat de termijn voor het indienen van een verzetschrift is overschreden.
Ter verontschuldiging van de termijnoverschrijding is aangevoerd dat appellant de vermelding onderaan de uitspraak van 24 januari 2011 dat tegen die uitspraak binnen dertien weken verzet kon worden gedaan, over het hoofd heeft gezien. In de brief van 3 februari 2011 is ten onrechte niet vermeld dat tegen de uitspraak van 24 januari 2011 verzet kon worden gedaan.
De Raad ziet hierin geen grond om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Artikel 8:77, eerste lid, aanhef en onder j, van de Awb schrijft (slechts) voor dat het rechtsmiddel in de uitspraak wordt vermeld. Dat appellant die vermelding niet (tijdig) heeft opgemerkt, komt voor zijn rekening en risico.
Het verzet dient daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 augustus 2011.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
EV
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.