Uitspraak · Ambtenarenrecht

Centrale Raad van Beroep, 3 juni 2010

ECLI:NL:CRVB:2010:BM6782Zaaknummer 10-2541 AW-VV

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
3 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-2541 AW-VV
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Ambtenarenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing voorlopige voorziening omdat betrokkene medegedeeld heeft er geen bezwaar tegen te hebben dat de korpsbeheerder een (eventuele) nieuwe beslissing op bezwaar pas neemt nadat de Raad uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Daarmee is er geen sprake (meer) van onverwijlde spoed die het treffen van een voorlopige voorziening vereist.

III. BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2010.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen

(get.) P.W.J. Hospel

RW

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. PROCESVERLOOP
  2. II. OVERWEGINGEN
  3. III. BESLISSING

10/2541 AW-VV

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

U I T S P R A A K

als bedoeld in de artikelen 8:84, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om voorlopige voorziening van:

de Korpsbeheerder van de politieregio Utrecht (hierna: verzoeker),

in verband met het hoger beroep van:

verzoeker

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 15 februari 2010, 09/73 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Betrokkene], wonende te [woonplaats], (hierna: betrokkene)

en

verzoeker

Datum uitspraak: 3 juni 2010

1. PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Verzoeker heeft tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.

Bij brief van 18 mei 2010 heeft betrokkene een brief gestuurd aan de Raad.

Met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de behandeling van het verzoek op een zitting achterwege gebleven.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij de aangevallen uitspraak is aan verzoeker opgedragen binnen zes weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd de aangevallen uitspraak te schorsen totdat op het hoger beroep is beslist.

2. Bij zijn onder I genoemde brief heeft betrokkene medegedeeld er geen bezwaar tegen te hebben dat de korpsbeheerder een (eventuele) nieuwe beslissing op bezwaar pas neemt nadat de Raad uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak.

3. De voorzieningenrechter kan ingevolge artikel 21 van de Beroepswet in verbinding met artikel 8:81 van de Awb, indien tegen een uitspraak van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

4. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker als gevolg van de onder 2 beschreven opstelling van betrokkene in de positie is die hij met zijn verzoek om een voorlopige voorziening wenst te bereiken. Daarmee is er geen sprake (meer) van onverwijlde spoed die het treffen van een voorlopige voorziening vereist.

5. Gelet op het vorenstaande moet het verzoek worden afgewezen.

III. BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2010.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen

(get.) P.W.J. Hospel

RW

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.