Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 1 december 2009
ECLI:NL:CRVB:2009:BK6576Zaaknummer 08/6320 WWB
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 1 december 2009
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/6320 WWB
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand. Kosten plaatsen van borstprotheses in verband met geslachtsverandering. Geen dringende reden, geen acute noodsituatie.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman als voorzitter en R.H.M. Roelofs en W.F. Claessens als leden, in tegenwoordigheid van J. Waasdorp als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 december 2009.
(get.) J.C.F. Talman.
(get.) J. Waasdorp.
mm
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
08/6320 WWB
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 22 september 2008, 07/2475 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught (hierna: College)
Datum uitspraak: 1 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. K.C.L.J. Verhoeven, advocaat te Schijndel, hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 oktober 2009. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Verhoeven. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.W.P.M. van der Linden, werkzaam bij de gemeente Vught.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een uitvoerig overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.
1.1. Appellante is sedert 2003 onder medische behandeling in verband met geslachtsverandering. In verband hiermede heeft appellante bij de Centrale Zorgverzekeraars (hierna: CZ) een aanvraag ingediend voor vergoeding van de kosten die verbonden zijn aan het plaatsen van borstprotheses. Nadat appellante door CZ is geïnformeerd dat vergoeding van deze kosten ingevolge de Ziekenfondswet in het geval van appellante sinds 1 januari 2005 niet meer mogelijk is, heeft appellante op 9 februari 2006 een aanvraag voor bijzondere bijstand voor de kosten van het plaatsen van borstprotheses bij het College ingediend. Deze aanvraag is bij besluit van 3 april 2006 afgewezen.
1.2. Bij besluit van 19 juni 2007 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 3 april 2006 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 19 juni 2007 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hierbij - samengevat - overwogen dat de Zorgverzekeringswet een aan de Wet werk en bijstand (WWB) voorliggende, toereikende en passende voorziening is, zodat ingevolge artikel 15 van de WWB bijstandsverlening in beginsel is uitgesloten. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat geen sprake is van een situatie waarin zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WWB nopen tot bijzondere bijstandsvoorziening.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
4. Met betrekking tot de uitsluitend nog in geding zijnde vraag of in het geval van appellante sprake is van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WWB, komt de Raad tot de volgende beoordeling.
4.1. Het eerste lid van artikel 16 van de WWB biedt de mogelijkheid om in afwijking van het bepaalde in artikel 15, eerste lid, van de WWB de gevraagde bijstand te verlenen indien, gelet op alle omstandigheden, daartoe zeer dringende redenen noodzaken. Blijkens de Memorie van Toelichting op deze bepaling dient in een dergelijk geval vast te staan dat sprake is van een acute noodsituatie en dat de behoeftige omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen, zodat het verlenen van bijstand volstrekt onvermijdelijk is. De Raad heeft al eerder ten aanzien van een soortgelijke bepaling als artikel 16, eerste lid, van de WWB geoordeeld dat sprake is van een acute noodsituatie indien een situatie van levensbedreigende aard is of blijvend ernstig letsel of invaliditeit tot gevolg kan hebben. De Raad voegt hieraan toe dat hij de rechtbank volgt in haar overweging in de aangevallen uitspraak dat ernstig letsel zowel psychisch als lichamelijk letsel kan omvatten.
4.2. De Raad stelt voorop dat het in beginsel op de weg ligt van degene die een beroep doet op zeer dringende redenen in de zin van artikel 16 van de WWB om aan de hand van objectieve gegevens aannemelijk te maken dat sprake is van een acute noodsituatie in bovenvermelde zin.
4.3. De Raad is van oordeel dat appellante hierin niet is geslaagd. Uit de door appellante overgelegde (medische) gegevens, waaronder een rapportage van dr. L. Gijs en J. Megens, verbonden aan het genderteam van het VU medisch centrum, van 20 juli 2006 en een rapportage van I.W. Gaasbeek, psycholoog/seksuoloog NVVS van 28 juli 2008, blijkt weliswaar dat de situatie van cliënte zeer uitzonderlijk is en dat gevreesd kan worden dat het niet laten plaatsen van borstprotheses op de langere termijn zal leiden tot psychische problemen, maar niet dat in de te beoordelen periode van 9 februari 2006 tot 3 april 2006 sprake was van een acute noodsituatie in de onder 4.1 bedoelde zin. Ook in hetgeen door appellant overigens is aangevoerd ziet de Raad geen aanleiding voor een andersluidend oordeel.
4.4. Gelet op het vorenstaande is de Raad met de rechtbank van oordeel dat het College niet de bevoegdheid toekwam om appellante bijzondere bijstand toe te kennen voor de hier besproken kosten, zodat de betreffende aanvraag terecht is afgewezen.
4.5. De Raad voegt hieraan nog toe dat in zijn oordeel besloten ligt dat hij geen aanleiding ziet om een deskundige te benoemen voor het instellen van een onderzoek, zoals door appellante is verzocht.
4.6. Uit het voorgaande vloeit voort dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman als voorzitter en R.H.M. Roelofs en W.F. Claessens als leden, in tegenwoordigheid van J. Waasdorp als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 december 2009.
(get.) J.C.F. Talman.
(get.) J. Waasdorp.
mm
Wetsartikelen in deze uitspraak
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBZWB:2024:2336 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 april 2024 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2022:5443 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 september 2022 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:RBOBR:2022:868 Rechtbank Oost-Brabant, 14 maart 2022 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2022:253 Centrale Raad van Beroep, 25 januari 2022 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2021:1996 Centrale Raad van Beroep, 10 augustus 2021 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2021:1082 Centrale Raad van Beroep, 10 mei 2021 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2020:1804 Centrale Raad van Beroep, 11 augustus 2020 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2020:3291 Rechtbank Noord-Holland, 30 april 2020 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2019:768 Centrale Raad van Beroep, 19 februari 2019 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2019:37 Centrale Raad van Beroep, 8 januari 2019 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2019:38 Centrale Raad van Beroep, 8 januari 2019 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2018:3534 Centrale Raad van Beroep, 13 november 2018 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2018:3390 Centrale Raad van Beroep, 30 oktober 2018 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2018:986 Centrale Raad van Beroep, 3 april 2018 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2018:988 Centrale Raad van Beroep, 3 april 2018 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2018:662 Centrale Raad van Beroep, 6 maart 2018 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2018:769 Centrale Raad van Beroep, 6 maart 2018 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:RBAMS:2018:676 Rechtbank Amsterdam, 5 februari 2018 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2017:2362 Centrale Raad van Beroep, 11 juli 2017 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2017:2066 Centrale Raad van Beroep, 13 juni 2017 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2017:1466 Centrale Raad van Beroep, 18 april 2017 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2017:1366 Centrale Raad van Beroep, 11 april 2017 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2016:4163 Centrale Raad van Beroep, 1 november 2016 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2016:4024 Centrale Raad van Beroep, 25 oktober 2016 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2016:4031 Centrale Raad van Beroep, 25 oktober 2016 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2016:2296 Centrale Raad van Beroep, 14 juni 2016 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2016:1705 Centrale Raad van Beroep, 3 mei 2016 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2016:1251 Centrale Raad van Beroep, 29 maart 2016 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2016:882 Centrale Raad van Beroep, 8 maart 2016 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2016:732 Centrale Raad van Beroep, 1 maart 2016 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2016:71 Centrale Raad van Beroep, 12 januari 2016 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2015:2978 Centrale Raad van Beroep, 1 september 2015 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2015:2284 Centrale Raad van Beroep, 14 juli 2015 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2015:1460 Centrale Raad van Beroep, 7 mei 2015 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2015:722 Centrale Raad van Beroep, 10 maart 2015 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2015:69 Centrale Raad van Beroep, 20 januari 2015 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:4375 Centrale Raad van Beroep, 23 december 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:3620 Centrale Raad van Beroep, 4 november 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:3408 Centrale Raad van Beroep, 21 oktober 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:3386 Centrale Raad van Beroep, 14 oktober 2014 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:3175 Centrale Raad van Beroep, 30 september 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:3149 Centrale Raad van Beroep, 23 september 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:2200 Centrale Raad van Beroep, 1 juli 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:2141 Centrale Raad van Beroep, 24 juni 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:1532 Centrale Raad van Beroep, 6 mei 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:375 Centrale Raad van Beroep, 11 februari 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2014:34 Centrale Raad van Beroep, 14 januari 2014 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2013:2759 Centrale Raad van Beroep, 10 december 2013 (socialezekerheidsrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.