Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 9 januari 2008

ECLI:NL:CRVB:2008:BC1955Zaaknummer 06-6270 WUV

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
9 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-6270 WUV
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Verzet
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk verklaring wegens overschrijding beroepstermijn.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door H.R. Geerling-Brouwer. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2008.

(get.) H.R. Geerling-Brouwer.

(get.) J.P. Schieveen.

HD

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. PROCESVERLOOP
  2. II. OVERWEGINGEN
  3. III. BESLISSING

06/6270 WUV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet in verband met het geding tussen:

[Appellante]

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet van 26 april 2007 heeft de Raad het beroep van appellante tegen het besluit van verweerster van 14 juli 2006, kenmerk JZ/M70/2006, niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 26 april 2007 heeft appellante verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 8 november 2007, waar partijen -verweerster met voorafgaand bericht- niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 26 april 2007 berust hierop, dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

In verzet heeft appellante aangegeven dat zij zich een week heeft vergist in het berekenen van de beroepstermijn.

De Raad is van oordeel dat appellante in het verzetschrift onvoldoende gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet kunnen leiden.

Hiertoe heeft de Raad overwogen dat een termijnoverschrijding die het gevolg is van het zich vergissen in de einddatum waarbinnen beroep kon worden ingesteld in het algemeen voor risico van de indiener van het beroepschrift komt. De Raad ziet in hetgeen door appellante is aangevoerd geen aanleiding om op deze regel een uitzondering te maken.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door H.R. Geerling-Brouwer. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2008.

(get.) H.R. Geerling-Brouwer.

(get.) J.P. Schieveen.

HD

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.