Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 28 februari 2007

ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9971Zaaknummer 06-95 AAWAO

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-95 AAWAO
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Verzet
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Overschrijding verzettermijn.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2007.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. PROCESVERLOOP
  2. II. OVERWEGINGEN
  3. III. BESLISSING

06/95 AAWAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening van:

[verzoeker] (Marokko) (hierna: verzoeker),

van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 oktober 2005, 04/2530,

in het geding tussen:

verzoeker

en

de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Datum uitspraak: 28 februari 2007

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 21 april 2006 heeft de Raad het door verzoeker gedane verzoek om herziening van de uitspraak van 7 oktober 2005 niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 21 april 2006 heeft verzoeker bij brief van 24 november 2006 verzet gedaan.

Gelet op het hierna onder II overwogene heeft de Raad het niet nodig geacht verzoeker over het verzet te horen.

II. OVERWEGINGEN

De Raad dient in de eerste plaats te beoordelen of verzoeker ontvankelijk is in zijn verzet.

Ingevolge de op grond van artikel 8:55, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Awb geldt het volgende.

De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de uitspraak door middel van toezending aan belanghebbende is bekendgemaakt.

Een verzetschrift is tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn is ontvangen.

De uitspraak van de Raad is op 25 april 2006 aan partijen verzonden, waardoor de termijn voor het instellen van verzet liep van 26 april 2006 tot en met 6 juni 2006. Het verzetschrift is op 5 december 2006 ter griffie van de Raad ontvangen, waardoor voormelde termijn is overschreden.

Door verzoeker is in verzet niets aangevoerd dat aanleiding zou kunnen vormen de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.

Gelet op het voorgaande dient het verzet niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2007.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.