Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 1 augustus 2006

ECLI:NL:CRVB:2006:AY6073Zaaknummer 06-552 WWB

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
1 augustus 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-552 WWB
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Verzet
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Griffierecht niet tijdig betaald.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.E. Broekman als griffier, uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2006.

(get.) G.A.J. van den Hurk.

(get.) P.E. Broekman.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. PROCESVERLOOP
  2. II. OVERWEGINGEN
  3. III. BESLISSING

06/552 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 12 december 2005, 04/1201 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede, (hierna: College)

Datum uitspraak: 1 augustus 2006

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 2 mei 2006 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 2 mei 2006 heeft appellante verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 25 juli 2006, waar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 2 mei 2006 berust hierop, dat het voor het instellen van het hoger beroep verschuldigde griffierecht van € 103,-- niet binnen de daarvoor - laatstelijk - bij aangetekend verzonden brief van 22 februari 2006 gestelde termijn van vier weken is voldaan en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

In verzet heeft appellante aangevoerd dat zij het verschuldigde griffierecht van € 103,-- via telebankieren op 21 maart 2006 om 23.16 uur aan de Raad heeft betaald.

In aansluiting op hetgeen in bovengenoemde uitspraak is overwogen, stelt de Raad eerst vast dat het griffierecht niet tijdig is betaald omdat uit de gedingstukken blijkt dat het verschuldigde bedrag op 23 maart 2006 op de rekening van de Raad is bijgeschreven.

Voorts merkt de Raad op dat hij ook in het verzetschrift geen aanknopingspunten heeft gevonden welke kunnen leiden tot de conclusie dat appellante het verzuim niet kan worden tegengeworpen. De Raad merkt daarbij op dat appellante bij brief van 22 februari 2006 er op is gewezen dat bij betaling per bank de datum van bijschrijving op de bankrekening van de Raad beslissend is en dat volgens vaste rechtspraak het risico van niet-tijdige verwerking van een eerst op de laatste dag van de termijn gegeven betalingsopdracht aan de bank voor haar rekening komt.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.E. Broekman als griffier, uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2006.

(get.) G.A.J. van den Hurk.

(get.) P.E. Broekman.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.