Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 16 september 2005

ECLI:NL:CRVB:2005:AU3068Zaaknummer 05/579 WAO

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16 september 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05/579 WAO
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Verzet
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzet gegrond. Griffierecht was toch tijdig betaald.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het verzet gegrond.

Aldus gegeven door mr. M.M. van der Kade als voorzitter in tegenwoordigheid van mr. M.F. van Moorst als griffier en uitgesproken in het openbaar op 16 september 2005.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) M.F. van Moorst.

MH

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
  2. II. MOTIVERING
  3. III. BESLISSING

E N K E L V O U D I G E K A M E R

05/579 WAO

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

[opposante], wonende te [woonplaats], opposante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Mr. M.C. Frissart-Kallenbach, advocaat te Nijmegen, heeft als gemachtigde van opposante hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Arnhem op 20 december 2004, reg.nr. AWB 04/1436, tussen partijen gegeven uitspraak.

Bij uitspraak van 29 juni 2005, welke eveneens op 29 juni 2005 aan partijen is verzonden, heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Gemachtigde van opposante is tijdig van die uitspraak in verzet gekomen.

Gelet op het hierna onder II overwogene heeft de Raad het niet nodig geacht opposante in de gelegenheid te stellen over het verzet te worden gehoord.

II. MOTIVERING

Bij uitspraak van 29 juni 2005 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de Raad het verschuldigde griffierecht ad € 102,- niet binnen de in de brief van de Raad van 9 maart 2005 gestelde termijn heeft ontvangen.

Ten gevolge van het gedane verzet dient de Raad thans de vraag te beantwoorden of hij bij zijn uitspraak van 29 juni 2005 terecht heeft geoordeeld dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard. De Raad beantwoordt die vraag ontkennend.

De Raad heeft geconstateerd, zoals tevens door de gemachtigde van opposante in het verzetschrift is aangegeven, dat het verschuldigde griffierecht ad € 102,- op 24 februari 2005 is overgemaakt; het bedrag is op 25 februari 2005 tijdig op de (oude) bankrekening van de Raad bijgeschreven.

Gezien het vorenstaande dient het verzet met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55, vijfde lid, aanhef en onder c van de Awb gegrond te worden verklaard. Gegeven het bepaalde in het zevende lid van laatstbedoeld artikel vervalt de uitspraak waartegen verzet was gedaan en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het verzet gegrond.

Aldus gegeven door mr. M.M. van der Kade als voorzitter in tegenwoordigheid van mr. M.F. van Moorst als griffier en uitgesproken in het openbaar op 16 september 2005.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) M.F. van Moorst.

MH

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.