Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 18 november 2004

ECLI:NL:CRVB:2004:AR6260Zaaknummer 03/6009 WUBO

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18 november 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/6009 WUBO
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Verzet
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Verwarring inzake de betaling van het griffierecht is geen reden voor de te late betaing van het griffierecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 18 november 2003.

(get.) G.L.M.J. Stevens.

(get.) J.P. Schieveen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
  2. II. MOTIVERING
  3. III. BESLISSING

E N K E L V O U D I G E K A M E R

03/6009 WUBO

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

[opposant], wonende te [woonplaats], opposant

en

de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

De Raad heeft bij uitspraak van 1 juli 2004 het namens opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit d.d. 31 oktober 2003 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald.

Tegen deze uitspraak heeft de gemachtigde van opposant bij brief van 6 juli 2004 verzet gedaan. Het verzetschrift is op 7 juli 2004 ter griffie van de Raad ontvangen.

Het verzet is behandeld ter zitting van 7 oktober 2004. Daar is opposant niet verschenen en heeft geopposeerde zich doen vertegenwoordigen door mr. T.R.A. Dircke, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. MOTIVERING

De Raad stelt vast dat in verzet geen gronden naar voren zijn gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden.

Hiertoe heeft de Raad overwogen dat hetgeen namens opposant ter zake in het verzetschrift is aangevoerd, te weten dat er enige verwarring is ontstaan bij de betaling van het griffierecht voor drie broers, niet kan worden aangemerkt als omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs zou moeten worden geoordeeld dat opposant niet in verzuim is geweest.

Uit het vorenstaande volgt dat het namens opposant gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard.

Met toepassing van artikel 8:55 van de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 18 november 2003.

(get.) G.L.M.J. Stevens.

(get.) J.P. Schieveen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.