Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 4 november 2004

ECLI:NL:CRVB:2004:AR5405Zaaknummer 03/4348 WUBO

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
4 november 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/4348 WUBO
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Verzet
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Te laat ingediend beroepschrift. Verzet tegen niet-ontvankelijkheidsverklaring beroep ongegrond. Geen gegronde redenen aangevoerd voor gepleegd verzuim.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. G.L.M.J. Stevens en mr. C.P.J. Goorden als leden, in tegenwoordigheid van L. Karssenberg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 4 november 2004.

(get.) C.G. Kasdorp.

(get.) L. Karssenberg.

HD

12.10

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
  2. II. MOTIVERING
  3. III. BESLISSING

03/4348 WUBO

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:

[opposant], wonende te [woonplaats], opposant,

en

de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

De Raad heeft bij uitspraak van 27 november 2003 het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van hem door geopposeerde genomen besluit d.d. 12 juni 2003 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

Tegen die uitspraak heeft opposant verzet gedaan bij brief van 7 januari 2004.

Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 23 september 2004. Daar is opposant in persoon verschenen. Geopposeerde heeft zich laten vertegenwoordigen door J.A. Groeneveld, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. MOTIVERING

De Raad stelt vast dat in verzet geen gronden naar voren zijn gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden.

Hiertoe heeft de Raad overwogen dat hetgeen opposant in verzet naar voren heeft gebracht niet leidt tot het oordeel dat opposant met het te laat indienen van zijn beroepschrift niet in verzuim is geweest. De door opposant aangegeven redenen, te weten dat hij in de periode van begin juni tot eind augustus 2003 (naast huisvestingsproblemen) te kampen heeft gehad met psychische- en lichamelijke problemen, steunen niet op enige medische onderbouwing waaruit zou kunnen blijken dat opposant gedurende de gehele beroepstermijn buiten staat is geweest een - desnoods summier - beroepschrift in te dienen dan wel door een gemachtigde in te laten dienen.

Uit het vorenstaande volgt dat het door opposant gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard.

Met toepassing van artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb, inzake een vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. G.L.M.J. Stevens en mr. C.P.J. Goorden als leden, in tegenwoordigheid van L. Karssenberg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 4 november 2004.

(get.) C.G. Kasdorp.

(get.) L. Karssenberg.

HD

12.10

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.