Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 29 juni 2004

ECLI:NL:CRVB:2004:AP8054Zaaknummer 03/1723 ZFW

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29 juni 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/1723 ZFW
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzet. Termijnoverschrijding griffierecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van mr. P.E. Broekman als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2004.

(get.) Th.G.M. Simons.

(get.) P.E. Broekman.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
  2. II. MOTIVERING
  3. III. BESLISSING

E N K E L V O U D I G E K A M E R

03/1723 ZFW

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

[opposante], wonende te [woonplaats], opposante,

en

de onderlinge waarborgmaatschappij Agis Zorgverzekeringen U.A., gevestigd te Amersfoort, geopposeerde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Bij uitspraak van 13 augustus 2003 met toepassing van artikel 8:54 van de Awb heeft de Raad het namens opposante door mr. drs. J.G.C. van Schaik, juridisch adviseur en procesjurist te Velp, ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 januari 2003, reg.nr. 01/3619 ZFW, niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft mr. drs. Van Schaik bij brief van 2 oktober 2003, aangevuld bij brief van 24 november 2003, namens opposante verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 18 mei 2004, waar opposante zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. drs. Van Schaik, en waar geopposeerde - met voorafgaand bericht - zich niet heeft laten vertegenwoordigen.

II. MOTIVERING

De uitspraak van de Raad van 13 augustus 2003 berust hierop, dat het bij het instellen van het hoger beroep ingevolge artikel 22 van de Beroepswet verschuldigde griffierecht van € 87,-- niet binnen de termijn van vier weken gesteld bij de - aangetekend verzonden - brief van 8 mei 2003 is betaald en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposante niet in verzuim is geweest.

In het kader van de verzetprocedure is komen vast te staan dat de aangetekend verzonden brief van 8 mei 2003 op 9 mei 2003 aan mr. drs. Van Schaik is uitgereikt. Ter zitting heeft hij dit ook uitdrukkelijk bevestigd.

Mr. drs. Van Schaik heeft voor het niet binnen de gestelde termijn betalen van het griffierecht geen andere verklaring kunnen geven dan dat hij de brief van 8 mei 2003 moet zijn kwijtgeraakt. Daarin is, uiteraard, geen grond gelegen om te oordelen dat het verzuim opposante niet zou kunnen worden tegengeworpen.

Het verzet dient ongegrond te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van mr. P.E. Broekman als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2004.

(get.) Th.G.M. Simons.

(get.) P.E. Broekman.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.