Uitspraak · Bestuursrecht
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 23 juli 2026
ECLI:NL:CBB:2026:369Zaaknummer 26/479
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 23 juli 2026
- Publicatiedatum
- 11 augustus 2026
- Zaaknummer
- 26/479
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Ordemaatregel. Besluit van de staatssecretaris tot schorsing met onmiddellijke ingang van vergunning voor kort transport over de weg van pluimvee. Voorzieningenrechter schorst het besluit omdat niet is gemotiveerd waarom de vergunning juist op 23 juli 2026 met onmiddellijke ingang moet worden geschorst. Voorzieningenrechter laat de rechtmatigheid van de schorsing als zodanig in het midden. Voor de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening zal een zitting worden gepland.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
- schorst het bestreden besluit tot en met 31 juli 2026;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Verbeek, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026.
w.g. J.L. Verbeek w.g. A.A. Dijk
Afschrift verzonden aan partijen op:
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 26/479
uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 juli 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[naam] , te [vestigingsplaats]
(gemachtigde: mr. G.W. van Panhuis en mr. E. Dans),
en
de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Procesverloop
Met het besluit van 23 juli 2026 (bestreden besluit) heeft de staatssecretaris de vergunning van de B.V. voor kort transport over de weg van pluimvee met onmiddellijke ingang geschorst.
De B.V. heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij het College beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2 De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
3 Tijdens inspecties hebben toezichthouders van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vastgesteld dat de B.V. structureel vervoersmiddelen op een zodanige manier gebruikt dat het welzijn van pluimvee niet is gewaarborgd. De staatssecretaris heeft daarom op 5 december 2025 een last onder dwangsom aan de B.V. opgelegd. Binnen de in die last gestelde termijn van een jaar heeft de B.V. het maximale dwangsombedrag van € 100.000,- verbeurd. Om die reden is de staatssecretaris overgegaan tot schorsing van de transportvergunning. Dit was al aangekondigd in het besluit waarbij de last is opgelegd.
4 De B.V. verzoekt de voorzieningenrechter het bestreden besluit te schorsen tot de behandeling van het verzoek ter zitting. De gevolgen van de schorsing van de vervoersvergunning zijn voor de B.V. desastreus. Zij vervoert uitsluitend pluimvee, wat betekent dat de onderneming per direct volledig stil komt te liggen. Als gevolg van het bestreden besluit kan de B.V. geen dieren meer vervoeren en er zijn ook geen andere vervoerders die het transport kunnen overnemen. Dit betekent dat de slachterijen waar zij mee samenwerkt per direct bijna geheel niet bevoorraad kunnen worden en geen dieren meer kunnen slachten. De dieren zullen langer in de stallen moeten blijven en dat is vanuit dierenwelzijnsoptiek ook nadelig. Tot slot is van belang dat het voornemen om de vervoersvergunning te schorsen, is gebaseerd op het vollopen van de last onder dwangsom met (gestelde) overtredingen op 18 december 2025 en 20 februari 2026. Het voornemen dateert van 8 juni 2026. Sinds 20 februari en 8 juni 2026 heeft de B.V. vele duizenden transporten verricht met vele miljoenen kuikens aan boord. Het tijdsverloop getuigt niet van een zodanige urgentie dat een zitting bij de voorzieningenrechter niet kan worden afgewacht.
5 De voorzieningenrechter schorst het besluit van 23 juli 2026 voor zover de schorsing van de transportvergunning met onmiddellijke ingang is ingegaan. De reden voor dit oordeel is dat in het besluit niet concreet is gemotiveerd waarom de vergunning juist op 23 juli 2026 met onmiddellijke ingang moet worden geschorst. Gezien het besluitvormingstraject en de door de B.V. gestelde gevolgen van een onmiddellijke schorsing had de staatssecretaris dit behoren te motiveren. Deze schorsing duurt tot en met vrijdag 31 juli 2026. De voorzieningenrechter laat de rechtmatigheid van de schorsing als zodanig in het midden.
6 Voor de behandeling van het verzoek zal een zitting worden gepland waarvoor partijen zullen worden uitgenodigd. Na die zitting zal in een uitspraak de getroffen voorlopige voorziening worden opgeheven of worden gewijzigd. Een beslissing op het verzoek om de staatssecretaris in de proceskosten te veroordelen houdt de voorzieningenrechter aan.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
- schorst het bestreden besluit tot en met 31 juli 2026;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Verbeek, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026.
w.g. J.L. Verbeek w.g. A.A. Dijk
Afschrift verzonden aan partijen op:
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.