Uitspraak · Bestuursrecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 16 juni 2026

ECLI:NL:CBB:2026:280Zaaknummer 26/384

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
26/384
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk, geen beroep ingediend

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, in aanwezigheid van mr. P.M. Beishuizen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026.

w.g. R.C. Stam w.g. P.M. Beishuizen

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Commanditaire Vennootschap [naam] , te [vestigingsplaats] (de vennootschap)
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 26/384

uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 juni 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

Commanditaire Vennootschap [naam] , te [vestigingsplaats] (de vennootschap)

(gemachtigde: A. Awadzi)

en

de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Procesverloop

Met het besluit van 11 februari 2026 heeft de staatssecretaris de vennootschap een last onder dwangsom opgelegd. Met het besluit van 4 juni 2026 heeft de staatssecretaris het bezwaar tegen de last ongegrond verklaard.

De vennootschap heeft op 10 juni 2026 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, als tegen een besluit bij het College beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2 Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder een zitting te houden, als het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

3 De voorzieningenrechter stelt vast dat niet is gebleken dat verzoekster tegen het besluit van 4 juni 2026 beroep bij het College heeft ingediend. De voorzieningenrechter zal het verzoek dan ook met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaren, zonder partijen in de gelegenheid te stellen op een zitting te worden gehoord.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, in aanwezigheid van mr. P.M. Beishuizen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026.

w.g. R.C. Stam w.g. P.M. Beishuizen

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.