Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van Zwolle;
Gelet op:
artikel 6 van de gemeenschappelijke regeling GBLT 2024, artikel 232, vierde lid van de Gemeentewet en afdeling 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Artikel 1 Delegatie
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle draagt aan het bestuur van het GBLT over de bevoegdheid tot heffen en invorderen van:
De belasting als bedoeld in de Wet op de bedrijveninvesteringszones.
De bevoegdheid tot heffen en invorderen van de belasting als bedoeld in de bedrijveninvesteringszones gaat bij reeds bestaande bedrijveninvesteringszones in op het moment dat de huidige periode is verstreken. Dat betekent het volgende:
-de belasting op basis van de Verordening Bedrijveninvesteringszone Dieze-Centrum met ingang van 1 januari 2026;
-de belasting op basis van de Verordening Bedrijveninvesteringszone Binnenstad met ingang van 1 januari 2027; en
-de belasting op basis van de Verordening Bedrijveninvesteringszone Hessenpoort met ingang van 1 januari 2027,
GBLT is bevoegd tot heffing en invordering van de belasting voor zover dit aanslagen BIZ Dieze-Centrum betreft die betrekking hebben op het heffingsjaar 2026 of daaropvolgende heffingsjaren. De gemeente Zwolle blijft bevoegd tot heffing en invordering voor zover het aanslagen betreft die betrekking hebben op het heffingsjaar 2025 of daarvoor gelegen heffingsjaren.
Voor BIZ Binnenstad en BIZ Hessenpoort is GBLT bevoegd voor zover dit aanslagen betreffen die betrekking hebben op heffingsjaar 2027 en daaropvolgende heffingsjaren. De gemeente Zwolle blijft bevoegd tot heffing en invordering voor zover het aanslagen betreft die betrekking hebben op het heffingsjaar 2026 of daarvoor gelegen heffingsjaren.
Artikel 2 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: “Delegatiebesluit Bedrijveninvesteringszone”.
Artikel 3 Bekendmaking en inwerkingtreding
1Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 3:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2Dit besluit treedt in werking de dag nadat het overeenkomstig het eerste lid bekend is gemaakt.