Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel vermogensvrijlating Participatiewet voor motorvoertuigen en overige bezittingen gemeente Zundert

Gemeente Zundert · geldt sinds 1 september 2025

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zundert;

Gelet op het bepaalde in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 34, tweede lid, van de Participatiewet;

overwegende dat het wenselijk is om regels te stellen wanneer een motorvoertuig, caravan, camper, aanhangwagen, paardentrailer en boot of schip onder de vermogensvrijlating valt als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onder a, van de Participatiewet.

besluit:

1Vast te stellen de ‘Beleidsregel vermogensvrijlating Participatiewet voor motorvoertuigen en overige bezittingen gemeente Zundert’;

2de beleidsregel in werking te laten treden met ingang van 1 september 2025.

Artikel 1. Begripsbepalingen

1Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht, de Wegenverkeerswet 1994 en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

2In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

a.College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zundert

b.Motorvoertuigen: personenauto’s en motorfietsen

c.Bijzondere motorvoertuigen: motorvoertuigen die speciaal zijn aangepast voor het vervoer van mensen met een medische beperking

d.Overige bezittingen: caravan, camper, aanhangwagen, paardentrailer, boot of schip

e.Wet: de Participatiewet (Pw)

f.Werkplein: Het dagelijks bestuur van de ISD Werkplein Hart van West-Brabant

Artikel 2. Reikwijdte

1Deze beleidsregel is ook van toepassing op de volgende andere regelingen:

a.bijzondere bijstand zoals bedoeld in artikel 35, lid 1, van de wet;

b.individuele inkomenstoeslag zoals bedoeld in artikel 36 van de wet;

c.regeling maatschappelijke participatie op grond van de beleidsregels maatschappelijke participatie van de gemeente Zundert 2023.

2Deze regeling is niet van toepassing op het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) en de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).

Artikel 3. Uitvoering

1De uitvoering van deze beleidsregel geschiedt door het Werkplein.

2Bij de uitvoering van de wet en de in artikel 2 genoemde andere regelingen, wordt de hoogte van het vermogen vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 4 tot en met 8.

Artikel 4. Motorvoertuigen

1Als belanghebbende over één motorvoertuig beschikt of redelijkerwijs kan beschikken met een waarde tot maximaal de vrijlating zoals genoemd in artikel 12, lid 2, onder c, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt dit als algemeen gebruikelijk beschouwd zoals bedoeld in artikel 34, lid 2, onder a, van de Pw.

2Indien de waarde van het motorvoertuig bedoeld in het eerste lid meer bedraagt dan de daar vermelde vrijlating, wordt de waarde boven het vrijlatingsbedrag in aanmerking genomen als vermogen.

3Als belanghebbende over meer dan één motorvoertuig beschikt of redelijkerwijs kan, wordt de vrijlating als bedoeld in het tweede lid toegepast op het motorvoertuig met de hoogste waarde. De waarde van de overige motorvoertuigen wordt volledig tot het vermogen van belanghebbende gerekend.

Artikel 5. Bijzondere motorvoertuigen

1Als belanghebbende beschikt over een bijzonder motorvoertuig wordt dat als noodzakelijk beschouwd en om die reden wordt de waarde daarvan niet als vermogen in aanmerking genomen.

2Als een motorvoertuig is aangepast op grond van de WMO, of via een indicatie van het UWV, wordt de aanpassing als medisch noodzakelijk beschouwd.

3In alle andere situaties dan bedoeld in het tweede lid, ligt de bewijslast dat het motorvoertuig van belanghebbende valt onder bijzondere motorvoertuigen als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder c, bij belanghebbende.

Artikel 6. Overige bezittingen

1Overige bezittingen als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder d, worden naar hun aard niet beschouwd als algemeen gebruikelijk bezittingen.

2Als belanghebbende overige bezittingen in eigendom heeft wordt de waarde daarvan volledig als vermogen in aanmerking genomen.

Artikel 7. Waardebepaling

1De waardebepaling van een (bijzonder) motorvoertuig, of overige bezitting geschiedt door het Werkplein op de navolgende wijze:

a.Bij de waardebepaling wordt uitgegaan van de ANWB koerslijst op basis van de door belanghebbende verstrekte kilometerstand waarbij de laagste waarde bij verkoop (veilingprijs volgens ANWB koerslijst) wordt aangehouden. Als belanghebbende verzuimt om de kilometerstand te verstrekken, dan wordt die door het Werkplein geschat op 5000 km per jaar, te rekenen vanaf de 1e dag dat het motorvoertuig is gekentekend, hetzij in Nederland of daarbuiten.

a.Als de waarde niet is opgenomen in de ANWB koerslijst, dan wordt uitgegaan van de gemiddelde waarde op basis van drie vergelijkbare (bijzondere) motorvoertuigen, of overig bezit, op bekende verkoopsites.

2Als de waarde van een (bijzonder) motorvoertuig, of overige bezitting als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder d, niet kan worden vastgesteld op basis van het bepaalde in lid 1, of de inwoner is het niet eens met de door het Werkplein vastgesteld waarde, dan kan de inwoner de waarde zelf aantonen door middel van:

a.recent aankoopbewijs (mag niet ouder zijn dan 12 maanden),

b.recent taxatierapport door een onafhankelijke erkend taxateur, of iemand die voor het motorvoertuig, of overig bezit, in elk geval als deskundig taxateur is aan te merken.

3Het eindoordeel over de waarde van een (bijzonder) motorvoertuig, of overige bezitting ligt altijd bij het Werkplein.

Artikel 8. Onvoorziene gevallen

1Bezittingen zoals scooters, bromfietsen, elektrische fietsen etc. worden in beginsel aangemerkt als algemeen gebruikelijk. Als de waarde, naar het oordeel van het Werkplein, de vrijlating zoals genoemd in artikel 12, lid 2, onder c, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 overstijgt, dan wordt de meerwaarde meegenomen in de vermogensvaststelling.

2Indien er gevallen zijn waarin de beleidsregels niet voorzien dan ligt de uiteindelijke beoordeling bij het Werkplein.

Artikel 9. Inlichtingenplicht

De aanschaf, of het anderzijds verkrijgen, van een motorvoertuig en overige bezittingen moet altijd bij het Werkplein gemeld worden.

Artikel 10. Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze beleidsregel worden aangehaald als de ‘Beleidsregel vermogensvrijlating Participatiewet voor motorvoertuigen en overige bezittingen gemeente Zundert’.

2Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 september 2025.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.