Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel artikel 13b Opiumwet gemeente Zuidplas (Damoclesbeleid)

Gemeente Zuidplas · geldt sinds 21 september 2023

3. Handhaving

3.2 Handhavingsmatrix

3.2.1 Woningen

Matrix sluitingsduur met betrekking tot ‘woning en /of bijbehorend erf’

Aanwezigheid softdrugs of voorbereidingshandelingen

Uitgangstermijn

Ernstige situatie

1eovertreding

Waarschuwing / Last onder dwangsom

Voor de hoogte van dwangsom: zie hieronder onder A t/m C.

Sluiting voor een periode van maximaal 6 maanden.

2eovertreding

Invordering van dwangsom + sluiting voor een periode van 3 maanden.

Invordering van dwangsom + Sluiting voor een periode van maximaal 12 maanden.

3eovertreding (en evt. daarop volgende overtredingen)

Sluiting voor een periode van 9 maanden

Sluiting voor een periode van maximaal 18 maanden.

A. De hoogte van de last wordt bepaald door het aantal hennepplanten:

Hoeveelheid

hoogte dwangsom

Van 6 tot 50 planten

€ 12.500

Van 50 tot 200 planten

€ 25.000

Van 200 tot 750 planten

€ 50.000

Vanaf 750 planten

€ 75.000

B. De hoogte van de last wordt bepaald door het aantal aangetroffen grammen softdrugs:

Hoeveelheid

Hoogte dwangsom

5– 30 gram

€ 1.275

30– 50 gram

€ 3.500

50– 100 gram

€ 7.000

100– 150 gram

€ 10.500

150– 200 gram

€ 14.000

200gram – 6 kilogram

€ 25.000

6kilogram – 22,5 kilogram

€ 50.000

Vanaf 22,5 kilogram

€ 75.000

Het doel van de last en het daaraan gekoppelde geldbedrag, is dat er een voldoende afschrikwekkend effect van uitgaat, zodat voorkomen wordt dat er herhaling van overtreding van de Opiumwet plaatsvindt. Bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom onder B. is de omrekentabel uit de standaardberekening en normen, update 1 juni 2016, in geval van “Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht” van het Functioneel Parket betrokken. Als in de Aanwijzing Opiumwet uitgegaan wordt van een andere minimale handelshoeveelheid softdrugs dan bij hennep, waar in tabel B vanuit wordt gegaan, wordt de hoogte van de dwangsom hierop aangepast.

C. De hoogte van het geldbedrag, gekoppeld aan de last bij een aangetroffen voorwerp of stof als bedoeld in artikel 13b, eerste lid onder b, van de Opiumwet wordt bepaald op € 25.000.

Bij een dergelijke overtreding is vereist dat degene die een voorwerp of stof in een woning of lokaal of daarbij behorend erf voorhanden heeft, weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat het voorwerp of de stof bestemd is voor het bereiden, bewerken of vervaardigen voor grootschalige hennepteelt. Aangezien het, gelet op de handhavingsmatrix in deze beleidsregel, dan alleen gaat om een dwangsom voor voorwerpen of stoffen ten behoeve van grootschalige hennepteelt (van een grote hoeveelheid is sprake bij meer dan 500 gr hennep, 200 hennepplanten of 500 eenheden van een ander middel als bedoeld in lijst II van de Opiumwet), maar geen hennep werd aangetroffen, wordt er in beginsel aangesloten bij de dwangsom zoals die geldt in het geval er van 50 tot 200 hennepplanten worden aangetroffen. Een hoger bedrag kan echter worden opgelegd als verzwarende omstandigheden daar aanleiding toe geven.

Aanwezigheid harddrugs of voorbereidingshandelingen

Uitgangstermijn

Ernstige situatie

1eovertreding

Sluiting voor een periode van 3 maanden

Sluiting voor een periode van maximaal 12 maanden.

2eovertreding

Sluiting voor een periode van 9 maanden

Sluiting voor een periode van maximaal 18 maanden.

3eovertreding (en evt. daarop volgende overtredingen)

Sluiting voor een periode van 15 maanden

Sluiting voor een periode van maximaal 24 maanden.

3.2.2. Lokalen

Matrix sluitingsduur m.b.t. “voor het publiek toegankelijk lokaal (niet zijnde een woning) en/of bijbehorend erf met uitzondering van coffeeshops”

Aanwezigheid softdrugs of voorbereidingshandelingen

Uitgangstermijn

Ernstige situatie

1eovertreding

Sluiting voor een periode van 3 maanden.

Sluiting voor een periode van maximaal 12 maanden.

2eovertreding

Sluiting voor een periode van 6 maanden.

Sluiting voor een periode van maximaal 18 maanden.

3eovertreding (en evt. daarop volgende overtredingen)

Sluiting voor een periode van 12 maanden.

Sluiting voor een periode van maximaal 24 maanden.

Aanwezigheid harddrugs of voorbereidingshandelingen

Uitgangstermijn

Ernstige situatie

1eovertreding

Sluiting voor een periode van 6 maanden

Sluiting voor een periode van maximaal 15 maanden.

2eovertreding

Sluiting voor een periode van 9 maanden

Sluiting voor een periode van maximaal 24 maanden

3eovertreding (en evt. daarop volgende overtredingen)

Sluiting voor een periode van 18 maanden

Sluiting voor een periode van maximaal 48 maanden

Matrix sluitingsduur m.b.t. “niet voor het publiek toegankelijk lokaal (niet zijnde een woning) en/of bijbehorend erf met uitzondering van coffeeshops”

Aanwezigheid softdrugs of voorbereidingshandelingen

Uitgangstermijn

Ernstige situatie

1eovertreding

Sluiting voor een periode van 3 maanden.

Sluiting voor een periode van 6 maanden.

2eovertreding

Sluiting voor een periode van 6 maanden

Sluiting voor een periode van 12 maanden

3eovertreding (en evt. daarop volgende overtredingen)

Sluiting voor een periode van 24 maanden

Sluiting voor een periode van 32 maanden

Aanwezigheid harddrugs of voorbereidingshandelingen

Uitgangstermijn

Sluitingstermijn

1eovertreding

Sluiting voor een periode van 6 maanden

Sluiting voor een periode van 9 maanden.

2eovertreding (en evt. daarop volgende overtredingen) binnen 5 jaar

Sluiting voor een periode van 12 maanden

Sluiting voor een periode van 18 maanden

3eovertreding (en evt. daarop volgende overtredingen) binnen 5 jaar na eerdere overtreding

Sluiting voor een periode van 32 maanden

Sluiting voor een periode van 48 maanden

Samenloop

Bij cumulatie van op te leggen maatregelen op grond van dit beleid (bijvoorbeeld als sprake is van zowel hard- als softdrugs) geldt de zwaarste maatregel. Maatregelen worden niet bij elkaar opgeteld (cumulatieverbod Awb).

Toepassing van de bevoegdheden op grond van de Opiumwet staat daarentegen toepassing van andere college- of burgemeestersbevoegdheden, zoals het intrekken van een exploitatie- en of een Alcoholwetvergunning, niet in de weg

23ABRvS 10 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:313

.

Recidive

Indien gedurende vijf jaar na een overtreding geen nieuwe constatering plaatsvindt op hetzelfde adres, zal die overtreding als afgedaan worden beschouwd. Wel kan een eerdere overtreding bij een volgende constatering een rol spelen bij de onderbouwing van de aannemelijkheid van drugshandel in of vanuit een woning of bij het beoordelen van de evenredigheid van een maatregel.

Bij woningen/lokalen blijven de overtredingen op het adres staan als het nieuwe huurders of eigenaren betreft (als eerder op het adres een handelshoeveelheid drugs is aangetroffen). Er is immers sprake van een objectgerichte maatregel, zoals eerder in deze beleidsregel vermeld. Wel zal bij de afwegingen onderzocht worden in hoeverre de recidive te verwijten is aan de nieuwe eigenaar/huurder. Het belang een object gesloten te houden kan om andere moverende redenen wel prevaleren, ondanks dat blijkt dat een nieuwe eigenaar/huurder geen betrokkenheid naar de overtreding heeft.

Bijlage 1 wetsartikelen

Artikel 2 Opiumwet

Het is verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid:

A. Binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen;

B. Te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren;

C. Aanwezig te hebben;

D. Te vervaardigen.

Artikel 3 Opiumwet

Het is verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid:

A. Binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen;

B. Te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren;

C. Aanwezig te hebben;

D. Te vervaardigen.

Artikel 3a lid 5 Opiumwet

Indien naar het oordeel van Onze Minister handelingen als bedoeld in artikel 2 of 3 ten aanzien van een middel onverwijld moeten worden verboden en de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste of tweede lid niet kan worden afgewacht, kan het middel daartoe bij ministeriële regeling worden aangewezen. Onze Minister draagt ervoor zorg dat tegelijk met de vaststelling van deze ministeriële regeling het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur met dezelfde inhoud ter beoordeling aan de ministerraad wordt aangeboden. De ministeriële regeling blijft, behoudens eerdere intrekking, van kracht totdat de algemene maatregel van bestuur waarbij het betreffende middel wordt aangewezen in werking treedt, doch uiterlijk tot een jaar na het inwerkingtreden van de regeling.

Artikel 10 lid 4 en lid 5 Opiumwet

Artikel 10 lid 4 Opiumwet

Hij die opzettelijk handelt in strijd met het in artikel 2 onder B en D, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Artikel 10 lid 5 Opiumwet

Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 2 onder A, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Artikel 10a Opiumwet

1Hij die om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10, voor te bereiden of te bevorderen:

1°. Een ander tracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen;

2°. zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot plegen van dat feit tracht te verschaffen;

3°. voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit,

wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.

2Niet strafbaar is hij die de in het eerste lid omschreven feiten begaat met betrekking tot het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik.

Artikel 11 Opiumwet

1Hij die handelt in strijd met een in artikel 3 gegeven verbod, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.

2Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 3 onder B, C of D, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

3Hij die in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 3, onder B, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.

4Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 3 onder A, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

5Indien een feit als bedoeld in het tweede of vierde lid, betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel, wordt gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd. Onder grote hoeveelheid wordt verstaan een hoeveelheid die meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel.

6Het tweede lid is niet van toepassing, indien het feit betrekking heeft op een hoeveelheid van hennep of hasjiesj van ten hoogste 30 gram.

7Het tweede en vierde lid zijn niet van toepassing, indien het feit betrekking heeft op een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik, van de in lijst II vermelde middelen, met uitzondering van hennep en hasjiesj.

Artikel 11a Opiumwet

Hij die stoffen of voorwerpen bereidt, bewerkt, verwerkt, te koop aanbiedt, verkoopt, aflevert, verstrekt, vervoert, vervaardigt of voorhanden heeft dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft of gegevens voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde feiten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar of geldboete van de vijfde categorie.

Artikel 13b Opiumwet

1De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:

a.Een middel als bedoeld in lijst I of lijst II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;

b.Een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.

2Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunde, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen.

Artikel 2:41 Algemene Plaatselijke Verordening Zuidplas

1Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.

2Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.

3Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.

Artikel 187 Wetboek van Strafrecht

Hij die een bekendmaking, vanwege het bevoegd gezag in het openbaar gedaan, wederrechtelijk afscheurt, onleesbaar maakt of beschadigt, met het oogmerk om de kennisneming daarvan te beletten of te bemoeilijken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 199 Wetboek van Strafrecht

Hij die opzettelijk zegels waarmede voorwerpen door of vanwege het bevoegd openbaar gezag verzegeld zijn, verbreekt, opheft of beschadigt, of de door zodanig zegel bewerkte afsluiting op andere wijze verijdelt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

Artikel 447 Wetboek van Strafrecht

Hij die een bekendmaking, vanwege het bevoegd gezag in het openbaar gedaan, wederrechtelijk afscheurt, onleesbaar maakt of beschadigt, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Bijlage 2 Proces

Bij de handhaving in het kader van deze beleidsregel worden de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht in acht genomen. De burgemeester ontvangt een bestuurlijke rapportage van de politie. In beginsel mag uitgegaan worden van de juistheid van een op ambtseed opgemaakte rapportage, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn die nopen tot afwijken van dit uitgangspunt.

1Voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke maatregel

Na ontvangst van de bestuurlijke rapportage beoordeelt de burgemeester of er een bestuurlijke maatregel kan en moet worden opgelegd en, zo ja, welke bestuurlijke maatregel. Het beleid is hierin richtinggevend.

Voordat de burgemeester daadwerkelijk overgaat tot sluiting van een lokaal of woning , wordt in beginsel eerst een voornemen bekend gemaakt aan de belanghebbende(n). Tegen dit voornemen kan een mondelinge of schriftelijke zienswijze worden ingediend. Van de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze wordt afgezien indien de vereiste spoed zich hiertegen verzet (artikel 4:11, aanhef en onder a Awb). Ook zal de belanghebbende(n) actief bevraagd worden naar de gevolgen van de sluiting.

2Besluit en bekendmaking

In het geval dat wordt overgegaan tot sluiting van een woning of lokaal (last onder bestuursdwang), wordt het besluit op schrift gesteld en bekendgemaakt aan de overtreder(s) en de rechthebbende(n) op het gebruik (artikel 5:24 Awb).

2aLast onder bestuursdwang; begunstigingstermijn en effectuering van de sluiting

In de last onder bestuursdwang wordt een begunstigingstermijn (artikel 5:24, tweede lid, Awb) opgenomen. De last onder bestuursdwang houdt in dat het pand niet-toegankelijk is en blijft gedurende de termijn van de sluiting.

Aan de betrokkene(n) wordt een termijn gegeven van 48 uur voordat het pand gesloten wordt, waarbinnen zelf het lokaal/ de woning ‘sluit klaar’ gemaakt kan worden. Dit wil zeggen dat betrokkene(n) de gelegenheid krijgt (krijgen) om voor de sluiting persoonlijke eigendommen uit het pand te (laten) halen en afsluitingsmaatregelen te (laten) nemen.

Bij de feitelijke sluiting van het pand (effectuering van de bestuursdwang), zal het pand worden verzegeld en wordt een bekendmaking op het pand bevestigd. Hieruit blijkt dat het pand wegens een overtreding van de Opiumwet op last van de burgemeester gesloten is.

Tijdens de periode van de sluiting heeft niemand toegang tot het pand. Als het gesloten pand toch betreden wordt, is er sprake van een strafbaar feit (artikel 2:41 lid 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening Zuidplas, artikel 187 en 199 van het Wetboek van Strafrecht). Alleen personen wiens aanwezigheid wegens dringende redenen in het pand noodzakelijk is, mogen het pand betreden mits vooraf verkregen schriftelijke toestemming van de burgemeester.

2bLast onder bestuursdwang; spoedeisende situatie

Als zich een (super)spoedeisende situatie voordoet, kan bestuursdwang worden toegepast zonder voorafgaande last en/of zonder voorafgaand besluit (artikel 5:31, eerste en tweede lid Awb).

In het geval dat de drugshandel de openbare orde in zeer ernstige mate verstoort, is een spoedeisende sluiting gerechtvaardigd. Hierbij wordt in ieder geval de indicatorenlijst van de evenredigheidstoetsing meegenomen. In dat geval geldt geen begunstigingstermijn en wordt afgezien van een zienswijzegesprek.

Indien er sprake is van (super)spoedeisendheid wordt zonder voorafgaande kennisgeving van het besluit direct bestuursdwang toegepast. Het besluit wordt hierna zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken, op schrift gesteld, tenzij er andere dringende redenen zijn hiervan af te wijken. (artikel 5:31, tweede lid, Awb).

2cLast onder dwangsom

De last onder dwangsom houdt in dat herhaling van de overtreding van de Opiumwet wordt tegengegaan. Indien er toch een herhaling van de overtreding plaats vindt, zal tot invordering van de dwangsom worden overgegaan.

3Aanzegging tot kostenverhaal

In het besluit tot opleggen van een last onder bestuursdwang kan tegelijk een aanzegging tot kostenverhaal worden opgenomen. De kosten van bestuursdwang kunnen op basis van het bepaalde in de Awb (artikel 5:25 Awb) verhaald worden op de overtreder(s).

4Registratie van het besluit

Het besluit tot sluiting van een woning of een lokaal op grond van artikel 13b van de Opiumwet wordt geregistreerd in de zin van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (WKPB). Het WKPB-register houdt deze publiekrechtelijke beperking betreffende de onroerende zaak bij. Indien de sluiting wordt opgeheven, wordt dit aangepast in het WKPB-register.

5Opheffing van de sluiting

Het reparatoire karakter van een sluitingsbevel krachtens artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet brengt met zich dat zodra de overtreding is beëindigd, waarbij betrokken mag worden de bekendheid van de inrichting als drugsadres, het wederkeren van de rust in de directe omgeving, de verstoring van de openbare orde en de aantasting van het woon- en leefklimaat, de sanctie dient te worden opgeheven.

Belanghebbende(n) kan (kunnen) een schriftelijk, gemotiveerd verzoek om opheffing van de sluiting indienen. Het verzoek tot opheffing van de sluiting dient wel gemotiveerd te worden, zodat de burgemeester kan beoordelen of de naar voren gebrachte omstandigheden een eerdere opheffing van de sluitingsduur rechtvaardigen. In ieder geval moet uit feiten en omstandigheden blijken dat de overtreder(s) is/zijn vertrokken en ook niet meer zal terugkeren in de woning of pand (beëindiging van de huurovereenkomst en uitschrijving uit de Basisregistratie Personen (BRP)).

Daarnaast geldt, met het oog op de in deze beleidsregel geformuleerde doelstellingen, dat minimaal de helft van de sluitingsduur moet zijn verstreken voordat er een verzoek tot opheffing van sluiting toegekend kan worden. Voor het beoordelen van het verzoek vraagt de burgemeester advies aan de politie en weegt hij dat advies mee in de beslissing op het verzoek om opheffing van de sluiting.

6Geen verlenging van de termijn

In verband met de rechtszekerheid wordt de termijn van sluiting direct bij oplegging van de maatregel bepaald. Tussentijdse verlenging is niet aan de orde. Indien zich gedurende een sluitingstermijn nieuwe feiten of omstandigheden voordoen, die een nieuwe sluiting rechtvaardigen, bestaat de mogelijkheid dat een nieuw een besluit tot toepassing van bestuursdwang wordt genomen.

7Nazorgtraject

Na het einde van de sluitingstermijn keren de gebruikers van het pand in principe terug (behalve als bijvoorbeeld de huurovereenkomst ontbonden is). Indien omstandigheden noodzaak geven tot communicatie naar de omgeving over het heropenen van de woning of lokaal zal dit gedaan worden.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.