Gemeentelijke regelgeving

Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden 2024

Gemeente Zoetermeer · geldt sinds 1 april 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Zoetermeer;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 april 2024;

gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, 98 en 99 van de Gemeentewet en de artikelen 3.1.1, vijfde lid, 3.1.3, eerste lid, 3.1.4, eerste lid, 3.1.7, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, 3.4.2 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers

besluit vast te stellen de:

Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden 2024

Artikel 1: Definitiebepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd.

b.griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet.

c.raadslid: lid van de gemeenteraad.

Artikel 2: Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie

1Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend ter hoogte van het jaarlijks bij ministeriele regeling vastgestelde maximale bedrag per maand.

2Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend ter hoogte van het jaarlijks bij ministeriele regeling vastgestelde maximale bedrag per maand.

3Een raadslid dat is belast met het voorzitterschap van raadscommissies als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet, wordt op grond van artikel 3.1.4a van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers een toelage toegekend ter hoogte van het jaarlijks bij ministeriele regeling vastgestelde maximale bedrag per maand.

Artikel 3: Reis- en verblijfskosten raads- en commissieleden

1Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed:

a.de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;

b.bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten;

2Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

3Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld.

4De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.

Artikel 4: Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden

1Een raadslid wordt eenmaal per jaar een bedrag toegekend ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand, zoals bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarmee het raadslid voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.

2Het eerste lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet.

Artikel 5: Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden

1Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.

2Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.

3De raad beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken.

Artikel 6: Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak

1Een commissielid wordt een hogere vergoeding toegekend dan de vergoeding waarop hij overeenkomstig artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers aanspraak op maakt als:

a.het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie is aangetrokken en/of

b.het commissielid een vergoeding ontvangt die niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de door hem te verrichten arbeid.

c.tot diegenen bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, behoren de leden/voorzitters van de in lid 2 en 3 genoemde commissies.

2De vergoeding per vergadering voor de in onderstaande tabel genoemde commissies, bedraagt het daargenoemde percentage van het bedrag, bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers:

Naam commissie

Percentage lid

Percentage voorzitter

Commissie Bezwaarschriften

150

180

Bezwaarschriftencommissie sociaal domein

150

180

Paritaire commissie

150

180

Adviesraad sociaal domein

100

180

Adviescommissie Toegankelijkheid

100

180

Raadscommissies bedoeld in de Verordening op de raadscommissies

150

0

De vergoeding wordt slechts eenmaal per vergaderavond uitgekeerd.

3De vergoeding per vergadering voor de in onderstaande tabel genoemde soorten vergaderingen van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, bedraagt het daargenoemde percentage van het bedrag, bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers:

Naam commissie

Percentage lid

Percentage voorzitter

Commissie Ruimtelijke Kwaliteit

514

662

Erfgoedcommissie

193

248

Stadsbouwmeester

100

662

De stadsbouwmeester ontvangt voor een vergadering van de erfgoedcommissie alleen een vergoeding als deze niet op dezelfde dag plaatsvindt als de vergadering van de stadsbouwmeester of de vergadering van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.

Artikel 7: Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden

1Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

2Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning is mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.

Artikel 8: Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

1Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

2Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 9: Betaling vaste vergoedingen

Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering.

Artikel 10: Betaling en declaratie van onkosten

1Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

a.betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur,

b.betaling vooruit uit eigen middelen of

c.betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard.

2Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken.

3Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 3 maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier.

4Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 3 maanden na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Artikel 11: Intrekking oude verordening

De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Zoetermeer 2021 wordt ingetrokken.

Artikel 12: Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze verordening wordt geplaatst.

Artikel 13: Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden 2024.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.