Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels Samenwonen op proef gemeente Zoetermeer

Gemeente Zoetermeer · geldt sinds 1 oktober 2024

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer; gelet op:

•titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;

•artikel 160 lid 1 onder a Gemeentewet;

•artikel 3 lid 4 Participatiewet;

•besluit de volgende regeling vast te stellen:

Artikel 1 Begrippen

1Alle begrippen die in deze nadere regels gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, IOAW, IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

2Proefperiode: een periode van maximaal 6 maanden waarin de gemeente bijstandsgerechtigde(n) toestemming geeft om samen te wonen op proef, zoals bedoeld in deze regeling, zonder consequenties voor de uitkering;

3Bijstandsgerechtigde: de persoon met een uitkering op grond van de Participatiewet, de IOAW en IOAZ.

Artikel 2 Gezamenlijke huishouding

Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.

a.Hoofdverblijf: bij de vaststelling waar iemand zijn hoofdverblijf heeft is niet de inschrijving in het BRP of het hebben van een (huur)woning op een ander adres dan het adres waar iemand hoofdzakelijk verblijft bepalend, maar de feitelijke situatie

b.Zorgdragen voor elkaar door het leveren van een bijdrage in de kosten van het huishouden dan wel anderszins, kan onder andere blijken uit het leveren van een financiële bijdrage in de vaste lasten, de boodschappen en incidentele kosten, dan wel andere wederzijdse zorg.

Artikel 3 Proefperiode

1De gemeente kan op aanvraag aan één of aan beide personen die een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ ontvangt of ontvangen een proefperiode van maximaal 6 maanden toestaan;

2De proefperiode vangt niet eerder aan dan nadat de gemeente schriftelijk toestemming heeft verleend;

3De duur van de proefperiode wordt individueel bepaald en vastgesteld op de periode die nodig wordt geacht om een definitief besluit te kunnen nemen op het samenwonen. Als de periode is vastgesteld op minder dan 6 maanden, dan kan de periode in overleg tussen bijstandsgerechtigde(n) en afdeling Inkomen en Zekerheid worden verlengd tot maximaal 6 maanden in totaal;

4Gedurende de proefperiode ontvangt de bijstandsgerechtigde een uitkering naar de norm die de belanghebbende ontving ten tijde van de aanvraag van de proefperiode, tenzij deze norm wijzigt wegens andere omstandigheden dan het samenwonen op proef;

5De inlichtingenplicht ligt op de partner die de bijstandsuitkering ontvangt.

Artikel 4 Voorwaarden voor toekenning proefperiode

1Beide partners vragen gezamenlijk vooraf in de gemeente waar de bijstandsgerechtigde(n) de uitkering ontvang(en) aan of ze op proef mogen samenwonen, ook als de partner geen uitkering heeft. Wanneer er sprake is van twee partners die ieder een bijstandsuitkering ontvangen in een andere gemeente, dan bestaat het recht op de proefperiode alleen wanneer beide gemeenten hierin toestemmen en;

2Beide aanvragers houden hun eigen woonadres aan en blijven op dat woonadres ingeschreven staan in BRP, en;

3Een eventuele verhuurder (wooncorporatie) is op de hoogte en akkoord met het tijdelijk niet voltijds bewonen van de woonruimte en;

4Indien één van de partners voor een periode van langer dan 28 dagen ten tijde van de proefperiode in een inrichting als bedoeld in artikel 1 onderdeel f van de Participatiewet verblijft, eindigt het recht op de proefperiode. Wanneer de partner niet langer meer in de inrichting verblijft, kan de proefperiode opnieuw worden aangevraagd. Bij toekenning herleeft het recht op de proefperiode voor de periode dat van de oorspronkelijk toegekende proefperiode resteert. Dit geldt ook wanneer één van beide partners langer dan 28 dagen in het buitenland verblijft of is gedetineerd.

Artikel 5 Uitsluitingen

Geen proefperiode wordt verleend indien:

1Er sprake is van het rechtsvermoeden van een gezamenlijke huishouding, zoals bedoeld in artikel 3 lid 4 Participatiewet en artikel 2 van deze beleidsregels;

2Aanvragers reeds voorbereidingen hebben getroffen voor een huwelijk of geregistreerd partnerschap;

3Eén van de belanghebbenden in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag van de proefperiode al gebruik heeft gemaakt van de proefperiode;

4Aanvragers bloedverwanten in de eerste graad zijn.

Artikel 6 Onvoorziene situaties

In gevallen, waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 7 Citeertitel

Deze regels worden aangehaald als:

Beleidsregels Samenwonen op proef gemeente Zoetermeer

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 oktober 2024.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.