Aanhef
De gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen, als bedoeld in artikel 231, lid 2 sub c van de Gemeentewet
Gelet op artikel 231 van de Gemeentewet en de artikelen 10:3 en 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht
overwegende, dat het om redenen van doelmatigheid en klantgerichtheid wenselijk is dat haar werkzaamheden door andere functionarissen kunnen worden uitgevoerd,
besluit:
Artikel 1 Definitie
Onder mandaat wordt in dit besluit verstaan de bevoegdheid om in naam en onder verantwoordelijkheid van de invorderingsambtenaar te besluiten, zulks met inbegrip van de ondertekeningbevoegdheid.
Artikel 2 Bevoegde functionarissen
De heffingsambtenaar te mandateren om namens haar de kwijtscheldingsbeschikkingen te vermelden op de aanslagbiljetten ingevolge onroerende-zaakbelastingen, afvalstoffenheffing, rioolheffing en hondenbelasting met inachtneming van het ter zake geldende recht, alsmede de geldende beleids- en uitvoeringsregeling.
Artikel 3 Voorwaarden
Aan de mandatering worden de volgende voorwaarden verbonden:
1De heffingsambtenaar stemt in met de mandaatverlening.
2Ondermandaat is niet toegestaan.
Artikel 4 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.
Dit besluit wordt bekend gemaakt door publicatie op www.overheid.nl