Gemeentelijke regelgeving

Verordening maatschappelijke participatie Zaltbommel 2026

Gemeente Zaltbommel · geldt sinds 21 mei 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Zaltbommel,

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet,

besluit vast te stellen: “Verordening maatschappelijke participatie Zaltbommel 2026”.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.Kind(eren): iedere persoon jonger dan 18 jaar.

b.Bijdrage: de financiële ondersteuning die met toepassing van deze verordening kan worden gegeven.

c.Aanvrager(s): de inwoner van de gemeente Zaltbommel van 18 jaar of ouder, eventueel samen met partner of gezin, die een aanvraag voor een bijdrage indient.

d.Inkomen: het in aanmerking te nemen inkomen zoals bedoeld in paragraaf 3.4 van de Participatiewet.

e.Minimuminkomen: een inkomen tot maximaal 130% van de toepasselijke bijstandsnorm, zoals bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet.

f.Vermogen: het vermogen van de aanvrager zoals bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet.

g.Peildatum: de datum waarop de aanvraag wordt ingediend.

h.College: het college van burgemeester en wethouders van Zaltbommel.

Artikel 2. Doel

Deze verordening beoogt de maatschappelijke participatie van inwoners met een minimuminkomen te bevorderen door een financiële bijdrage te verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan sociale, culturele, sportieve en educatieve participatie.

Artikel 3. Doelgroep

1Deze verordening geldt voor personen van 18 jaar of ouder en hun kind(eren) die in de Basisregistratie Personen van de gemeente Zaltbommel zijn ingeschreven.

2Personen in een minnelijk of wettelijk schuldhulpverleningstraject behoren tot de doelgroep.

3Personen die recht hebben op studiefinanciering op grond van de wet studiefinanciering 2000 zijn uitgesloten.

4De doelgroep wordt ingedeeld in vier categorieën:

a.Alleenstaanden;

b.gehuwden/samenwonenden zonder kinderen;

c.alleenstaande ouders;

d.gehuwden/samenwonenden met kinderen.

5Binnen huishoudens met kinderen wordt rekening gehouden met het aantal kinderen.

6De bijdrage wordt per categorie vastgesteld en direct aan de aanvrager uitgekeerd zodra de aanvraag is goedgekeurd.

7De bijdrage kan per huishouden worden ingezet en is overdraagbaar aan andere leden van het huishouden.

Artikel 4. Voorzieningen en activiteiten

De bijdrage wordt verstrekt voor voorzieningen en activiteiten die de maatschappelijke participatie bevorderen. Hieronder vallen in ieder geval:

a.Lidmaatschap van sport-, cultuur- en ontspanningsverenigingen;

b.Seizoensabonnementen of meerbadenkaarten voor zwembaden in de regio.

c.Lidmaatschap van de bibliotheek;

d.Deelname aan kindervakantieweek en vergelijkbare activiteiten;

e.Noodzakelijke educatieve kosten voor minderjarige kinderen (bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding, oefenprogramma’s, schoolspullen, conform Nibud-normen);

f.Cursussen in het kader van volwasseneneducatie, digitale vaardigheden of taal;

g.Deelname aan activiteiten die ontmoeting en sociale samenhang bevorderen, zoals ouderenactiviteiten en buurthuisprogramma’s;

h.Museumjaarkaart of bezoek aan een museum.

Artikel 5. Aanvullende bijdrage schoolspullen

1Voor huishoudens met een kind dat start in het voortgezet onderwijs is een aanvullende bijdrage voor schoolspullen beschikbaar.

2De bijdrage kan éénmalig per kind worden aangevraagd en is bedoeld voor noodzakelijke schoolspullen.

3De aanvraag dient te worden ingediend in het jaar waarin het kind start in het voortgezet onderwijs.

Artikel 6. Aanvraag

1De bijdrage wordt aangevraagd via een formulier (digitaal of schriftelijk), vastgesteld door het college.

2De aanvraag kan per kalenderjaar worden ingediend.

3Inwonende meerderjarige kinderen van 18 jaar of ouder, moeten zelf een aanvraag doen.

4Het college kan besluiten de bijdrage automatisch toe te kennen aan huishoudens waarvan het inkomen en vermogen reeds bekend zijn.

Artikel 7. Voorwaarden

Op de peildatum beschikt de aanvrager over een inkomen tot het minimuminkomen zoals bepaald in deze verordening en bedraagt het vermogen niet meer dan het vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34 lid 3 van de Participatiewet.

Artikel 8. Hoogte bijdrage

1Het college bepaalt in beleidsregels de hoogte van de maximale bijdrage per categorie als benoemd in artikel 3 lid 4 van deze verordening.

2Het college bepaalt in beleidsregels de hoogte van de aanvullende bijdrage schoolspullen als benoemd in artikel 5 lid 1 van deze regeling.

3Het college indexeert de in artikel 1 genoemde bijdrage jaarlijks per 1 januari. Voor de indexering wordt het jaarlijkse verhogingspercentage van de bijstandsnorm gehanteerd.

Artikel 9. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing daarvan zou leiden tot een onredelijke of onbillijke uitkomst.

Artikel 10. Inwerkingtreding

1Deze verordening treedt, na bekendmaking, in werking met terugwerkende kracht op 1 januari 2026.

2Op dat moment vervalt de eerder vastgestelde verordening maatschappelijke participatie Zaltbommel 2021.

3Deze verordening kan aangehaald worden als verordening maatschappelijke participatie Zaltbommel 2026.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.