Gemeentelijke regelgeving

Subsidieregeling instandhouding erfgoed Zaanstad 2016

Gemeente Zaanstad · geldt sinds 17 december 2015

Aanhef

stelt vast:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

Per hoofdstuk zijn in het eerste artikel de relevante begrippen opgenomen

Artikel 1.2 Doel van de regeling

Met deze regeling wil de Gemeente Zaanstad een goede zorg en behoud van cultureel erfgoed in de gemeente stimuleren.

Artikel 1.3 Subsidiabele Activiteiten

1Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor: :

a.de instandhouding van gemeentelijke monumenten;

b.Specifiek de instandhouding van molens en de instandhouding van kerken, zowel gemeentelijk als rijksmonumenten;

c.Bouwhistorisch onderzoek en haalbaarheidsonderzoeken ten behoeve van herbestemmingen;

d.Jaarlijks éénmaal een kanjerproject.

2Het college kan aan het verlenen van subsidie voorwaarden verbinden.

Artikel 1.4 Doelgroep

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan eigenaren van in Zaanstad gelegen onroerend erfgoed dat in aanmerking komt voor subsidie op basis van deze regeling.

Artikel 1.5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

1De subsidie heeft uitsluitend betrekking op instandhoudingskosten en onderzoekskosten zoals beschreven in de hoofdstukken van deze regeling.

2De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het realiseren van de gesubsidieerde activiteiten.

Artikel 1.6 Subsidieplafond

Deze subsidieregeling heeft een subsidieplafond en is gelijk aan het bedrag dat jaarlijks door de raad beschikbaar wordt gesteld in de begroting.

Artikel 1.7 Aanvraag

1De subsidieaanvraag wordt met een digitaal aanvraagformulier ingediend. Meer informatie over de wijze van aanvragen is te vinden op www.zaanstad.nl onder de zoekterm ‘Subsidieregeling Instandhouding Erfgoed’.

2Het nemen van besluiten op de aanvragen van subsidie als bedoeld in hoofdstuk 2, 3 en 4 vindt plaats in volgorde van ontvangst van de volledige aanvragen. Met dien verstande dat wanneer de aanvrager in de gelegenheid is gesteld de aanvraag om subsidie aan te vullen, de dag waarop die aanvraag is aangevuld - zodat sprake is van een volledig ingevulde, gedagtekende en ondertekende aanvraag – voor die beslissing als datum van ontvangst van die aanvraag geldt.

3De aanvragen van een subsidie voor een kanjerproject als bedoeld in hoofdstuk 5 dienen ingediend te worden voor 1 september van het jaar voorafgaand aan de uitvoering. Het nemen van besluiten op de aanvragen vindt plaats door middel van een tender.

Artikel 1.8 Beslistermijn

1Het college beslist binnen 9 weken na ontvangst van de volledige subsidieaanvraag.

2De in het eerste lid gestelde termijn kan, met redenen omkleed, met ten hoogste 9 weken verdaagd worden.

3Het college beslist over een subsidieaanvraag voor een kanjerproject als bedoeld in hoofdstuk 5 voor 1 december van het jaar voorafgaand aan de uitvoering.

Artikel 1.9 Weigeringsgronden

Een subsidieaanvraag wordt geweigerd indien:

1Niet voldaan is aan de eisen en criteria genoemd in deze regeling.

2Het subsidieplafond is bereikt.

3Met de instandhouding het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend, beoordeeld op basis van de ‘Beleidsregel Restauratierichtlijnen versie 2011’ en/of de BRIM 2013.

4De kosten niet geacht kunnen worden in redelijke verhouding te staan tot het te verkrijgen resultaat, beoordeeld op basis van de ‘Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten BRIM 2013’.

Artikel 1.10 Verplichtingen

1Het college kan de subsidieontvanger bij de subsidieverlening andere dan de in artikel 4:37 Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

2Het college kan de subsidieontvanger bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen ten aanzien van de tijdstippen van aanvang en beëindiging van de te subsidiëren werkzaamheden.

Artikel 1.11 Gereedmelding

1De subsidieontvanger meldt de werkzaamheden binnen 8 weken na voltooiing daarvan gereed bij het college op een door hen beschikbaar gesteld gereedmeldingsformulier en legt daarmee rekening en verantwoording af van de verrichte werkzaamheden. Meer informatie over de wijze van gereedmelden is te vinden op www.zaanstad.nl onder de zoekterm Subsidieregeling Instandhouding Erfgoed.

2De gereedmelding is tevens een aanvraag om vaststelling van de subsidie.

3De gereedmelding gaat vergezeld van alle informatie en documentatie die het college nodig heeft om te kunnen bepalen of voldaan is aan de bij subsidieverlening aan de aanvrager opgelegde voorwaarden en verplichtingen, waaronder een omgevingsvergunning, indien de werkzaamheden waarvoor subsidie is aangevraagd vergunning plichtig zijn.

Artikel 1.12 Subsidievaststelling

1Vaststelling van een toegekende subsidie vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in deze regeling en artikel 4:46 van de Algemene wet bestuursrecht.

2Een subsidie wordt binnen 9 weken na ontvangst van de volledige gereedmelding vastgesteld.

3De in het tweede lid gestelde termijn kan, met redenen omkleed, met ten hoogste 9 weken verdaagd worden.

4Beschikkingen kunnen door het college worden ingetrokken of gewijzigd indien voor werkzaamheden waarvoor subsidie is aangevraagd een omgevingsvergunning is vereist en deze (nog) niet is verleend.

5Subsidievaststelling vindt plaats op basis van de, door het college goedgekeurde werkzaamheden en werkelijke kosten met als maximum het bij de subsidieverlening toegekende bedrag.

Artikel 1.13 Uitbetaling van de subsidie

1Uitbetaling van een toegekende subsidie vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in deze regeling, de Algemene Subsidieverordening Zaanstad 2014, het Algemeen beleid voorschot- en betaling bij verstrekken subsidies Zaanstad en Algemeen (sanctie)beleid bij verstrekken van subsidies Zaanstad 2014.

2De subsidie wordt door het college aan de subsidieontvanger uitbetaald als bijdrage ineens binnen 9 weken na het besluit tot subsidievaststelling, onder verrekening van op diens verzoek eventueel betaalde voorschotten, op basis van het gemeentelijk voorschottenbeleid.

Hoofdstuk 2 Gemeentelijke monumenten

Artikel 2.1 Begripsbepalingen

1In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a.Gemeentelijke monumenten: onroerende zaken die overeenkomstig de bepalingen van de Erfgoedverordening 2010 gemeente Zaanstad op de gemeentelijke monumentenlijst zijn geplaatst.

b.Gemeentelijke monumentenlijst: een lijst van zaken en terreinen die bij collegebesluit de status ‘gemeentelijk monument’ hebben gekregen.

c.Eigenaar: natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een beschermd gemeentelijk monument;

d.Subsidiabele instandhoudingskosten: kosten als genoemd in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten BRIM 2013 van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het zijn kosten, die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn om delen van monumenten te herstellen of te conserveren.

e.Restauratieachterstand: er is sprake van een restauratieachterstand als het casco van het gemeentelijk monument in slechte staat is en als de subsidiabele kosten van de restauratie hoger zijn dan € 100.000. (slechte staat: begripshantering Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

f.De monumentale waarde van een beschermd monument: dit wordt bepaald door de dragende delen, de vloeren en het omhulsel, alsmede door die onderdelen of objecten die blijkens het rijksregister of de gemeentelijke monumentenlijst, dan wel naar het oordeel van het college van belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde.

Artikel 2.2 Hoogte subsidie

1De hoogte van een subsidie bedraagt maximaal 30% van de subsidiabele instandhoudingskosten, met een maximum van € 6.600 per pand per jaar.

2Het college kan bij instandhoudingswerkzaamheden die betrekking hebben op grote (160 m² of meer) of vrijstaande gemeentelijke monumenten waarbij sprake is van een restauratieachterstand in afwijking van het bepaalde in lid 1 het maximale van de subsidiabele instandhoudingskosten verhogen tot € 12.000 per pand per jaar.

3Bij berekening van de subsidie worden op de subsidiabele instandhoudingskosten de kosten in mindering gebracht die op grond van de Wet op de omzetbelasting op verschuldigde belasting in aftrek kunnen worden gebracht.

4Bij de bepaling van de hoogte van de subsidiabele instandhoudingskosten wordt bij zelfwerkzaamheid het loonkostenbestanddeel buiten beschouwing gelaten.

5Er wordt geen hoger subsidiebedrag uitbetaald dan dat van de totale uit in te dienen rekeningen blijkende subsidiabele instandhoudingskosten.

Artikel 2.3 Subsidiecriteria

1De subsidieaanvraag heeft betrekking op een of meer gemeentelijk monument(en).

2De subsidieaanvrager is de eigenaar van het betreffende monument.

3Subsidie wordt alleen toegekend voor maatregelen die op het moment van de aanvraag nog niet zijn uitgevoerd. De toekenning van de subsidie gebeurt na beoordeling van de volledige aanvraag. Als er na het aanvragen van de subsidie wordt gestart met de uitvoering van de maatregelen betekent dit niet dat er automatisch recht is op de subsidie.

4Bij hun beslissing op aanvragen voor subsidie van gemeentelijk monumenten houdt het college in elk geval rekening met:

a.de waarde van het object als gemeentelijk monument;

b.het huidige en toekomstige gebruik van het gemeentelijk monument;

c.de bouwtechnische en uiterlijke staat van het gemeentelijk monument mede in relatie tot zijn omgeving;

d.de wijze van exploitatie van het gemeentelijk monument.

Artikel 2.4 Weigeringsgronden

Naast de in artikel 9 van de Algemene subsidieverordening Zaanstad 2014 en artikel 1.9 van deze regeling genoemde weigeringsgronden wordt de subsidie niet verleend indien:

1Met de instandhouding het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend.

2De kosten niet geacht kunnen worden in redelijke verhouding te staan tot het te verkrijgen resultaat.

3De subsidiabele instandhoudingskosten minder bedragen dan € 300,-

4Binnen een periode van 15 jaar voorafgaand aan de aanvraag voor exact hetzelfde werk subsidie is verstrekt, met uitzondering van buitenschilderwerk waar een termijn van 5 jaar geldt.

5Binnen een periode van 1 jaar voor hetzelfde monument of monumenten een subsidie voor een kanjerproject, zoals beschreven in hoofdstuk 5, is vastgesteld.

Artikel 2.5 Verplichtingen

Naast de in de artikelen 10, 11 en 12 van de Algemene subsidieverordening Zaanstad 2014 genoemde verplichtingen gelden de volgende verplichtingen:

1Naast het in artikel 1.7 lid 1 bedoelde aanvraagformulier dient de aanvraag betrekking hebbende op de subsidie voor gemeentelijk monumenten vergezeld te worden van een restauratieplan én een beschrijvende begroting, bestaande uit:

a.een beschrijving van de technische staat van het gemeentelijk monument, waarin de onderdelen, materialen en gebreken nauwkeurig vermeld staan;

b.tekeningen van de bestaande toestand en tekeningen waarop de voorgenomen herstelwerkzaamheden of wijzigingen staan aangegeven;

c.een op de beschrijving van de technische staat gebaseerd bestek of gebaseerde werkomschrijving per onderdeel van de toe te passen constructies, materialen, afwerkingen en kleuren alsmede van wijze van verwerking daarvan;

d.een beschrijvende begroting die een opsomming is van de uit te voeren instandhoudingswerkzaamheden en de daarmee samenhangende kosten, gespecificeerd in hoeveelheden, uren en materialen, welke begroting niet ouder is dan 6 maanden.

2Het college kan van de in het restauratieplan en begroting genoemde onderdelen afwijken indien de aard van de werkzaamheden hier niet om vraagt.

3Binnen drie maanden na een bij verlening te bepalen tijdstip wordt met de werkzaamheden een aanvang gemaakt.

4De werkzaamheden worden uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in de beleidsregel ‘Restauratierichtlijnen 2011 gemeente Zaanstad’.

5De werkzaamheden zijn afgerond binnen een jaar na de start van de werkzaamheden

6Aan de door het college met controle belaste personen op de door die personen te bepalen tijdstippen:

a.wordt toegang verleend tot het gemeentelijk monument;

b.wordt inzage verleend van de op de werkzaamheden betrekking hebbende bescheiden en tekeningen;

c.worden de op de werkzaamheden betrekking hebbende gegevens verstrekt;

d.wordt gelegenheid gegeven tot het controleren van de op de werkzaamheden betrekking hebbende gegevens.

7Het college kan voorts de voorwaarde stellen dat:

a.de eigenaar in samenhang met de instandhoudingswerkzaamheden een bouwhistorisch en/of archeologisch onderzoek dient te laten uitvoeren;

b.de eigenaar bij de restauratiewerkzaamheden vrijkomende historische bouwmaterialen beschikbaar dient te stellen aan de gemeente.

Artikel 2.6 Verantwoording

Bij gereedmelding als bedoeld in artikel 1.11 van de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden worden de daarop betrekking hebbende gegevens ingediend, waaronder:

a.rekeningen en betaalbewijzen corresponderend met de in de aanvraag geleverde stukken, vermeldende de geleverde materialen en verrichte arbeid, en die controleerbaar zijn wat betreft levering en verrichting.

Hoofdstuk 3 Molens en Kerken

Artikel 3.1 Begripsbepalingen

1In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a.eigenaar: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een molen of kerk;

b.molen: werktuig waarmee door een draaiende beweging materiaal wordt verwerkt, materiaal wordt vermalen of water naar een hoger niveau wordt gebracht;

c.kerk: gebouw met een (van oorsprong) religieuze functie dat de status van rijksmonument heeft. Hieronder vallen zowel het hoofdgebouw als alle bijbehorende bouwwerken die de bescherming als rijksmonument hebben;

d.Subsidiabele instandhoudingskosten: kosten als genoemd in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten BRIM 2013 van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het zijn kosten, die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn om delen van monumenten te herstellen of te conserveren.

Artikel 3.2 Hoogte subsidie

1De hoogte van een subsidie voor molens bedraagt maximaal 30% van de subsidiabele instandhoudingskosten, met een maximum van € 2000 per molen per jaar.

2De hoogte van een subsidie voor kerken bedraagt maximaal 30% van de subsidiabele instandhoudingskosten, met een maximum van € 12.000 per kerk per jaar.

3Bij berekening van de subsidie worden op de subsidiabele instandhoudingskosten de kosten in mindering gebracht die op grond van de Wet op de omzetbelasting op verschuldigde belasting in aftrek kunnen worden gebracht.

4Er wordt geen hoger subsidiebedrag uitbetaald dan dat van de totale uit in te dienen rekeningen blijkende subsidiabele instandhoudingskosten.

Artikel 3.3 Subsidiecriteria

1De subsidieaanvraag heeft betrekking op een of meer molens dan wel kerken.

2De subsidieaanvrager is de eigenaar van het betreffende monument dan wel een partij die namens de eigenaar zorgdraagt voor de instandhouding, zoals een stichting.

3Subsidie wordt alleen toegekend voor maatregelen die op het moment van de aanvraag nog niet zijn uitgevoerd. De toekenning van de subsidie gebeurt na beoordeling van de volledige aanvraag. Als er na het aanvragen van de subsidie wordt gestart met de uitvoering van de maatregelen betekent dit niet dat er automatisch recht is op de subsidie.

4Bij hun beslissing op aanvragen voor subsidie van gemeentelijk monumenten houdt het college in elk geval rekening met:

a.de waarde van het object als monument;

b.het huidige en toekomstige gebruik van het monument;

c.de bouwtechnische en uiterlijke staat van het monument mede in relatie tot zijn omgeving;

d.de wijze van exploitatie van het monument.

Artikel 3.4 Weigeringsgronden

Naast de in artikel 9 van de Algemene subsidieverordening Zaanstad 2014 en artikel 1.9 van deze regeling genoemde weigeringsgronden wordt de subsidie niet verleend indien:

1Met de instandhouding het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend.

2De kosten niet geacht kunnen worden in redelijke verhouding te staan tot het te verkrijgen resultaat.

3De subsidiabele instandhoudingskosten minder bedragen dan € 300,-

4Binnen een periode van 15 jaar voorafgaand aan de aanvraag voor exact hetzelfde werk subsidie is verstrekt, met uitzondering van buitenschilderwerk waar een termijn van 5 jaar geldt.

5Binnen een periode van 1 jaar voor hetzelfde monument of monumenten een subsidie voor een kanjerproject, zoals beschreven in hoofdstuk 5, is vastgesteld.

Artikel 3.5 Verplichtingen

Naast de in de artikelen 10, 11 en 12 van de Algemene subsidieverordening Zaanstad 2014 genoemde verplichtingen gelden de volgende verplichtingen:

1Naast het in artikel 1.7 lid 1 bedoelde aanvraagformulier dient de aanvraag betrekking hebbende op de subsidie voor molens of kerken vergezeld te worden van een instandhoudingsplan, bestaande uit:

a.een bouwkundig inspectierapport;

b.gedetailleerd inzicht geeft in de voorgenomen werkzaamheden

2Het college kan van de in het instandhoudingsplan genoemde onderdelen afwijken indien de aard van de werkzaamheden hier niet om vraagt.

3Binnen twaalf maanden na een bij verlening te bepalen tijdstip wordt met de werkzaamheden een aanvang gemaakt

4De werkzaamheden worden uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in de beleidsregel ‘Restauratierichtlijnen 2011 gemeente Zaanstad’.

5De werkzaamheden zijn afgerond binnen een jaar na de start van de werkzaamheden

6Aan de door het college met controle belaste personen op de door die personen te bepalen tijdstippen:

a.Wordt toegang verleend tot het monument

b.Wordt inzage verleend van de op de werkzaamheden betrekking hebbende bescheiden en tekeningen

c.Worden de op de werkzaamheden betrekking hebbende gegevens verstrekt;

d.Wordt gelegenheid gegeven tot het controleren van de op de werkzaamheden betrekking hebbende gegevens

7Het college kan voorts de voorwaarde stellen dat:

a.de eigenaar in samenhang met de instandhoudingswerkzaamheden een bouwhistorisch en/of archeologisch onderzoek dient te laten uitvoeren;

b.de eigenaar bij de restauratiewerkzaamheden vrijkomende historische bouwmaterialen beschikbaar dient te stellen aan de gemeente.

Artikel 3.6 Verantwoording

Bij gereedmelding als bedoeld in artikel 1.11 van de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden worden de daarop betrekking hebbende gegevens ingediend, waaronder:

a.rekeningen en betaalbewijzen corresponderend met de in de aanvraag geleverde stukken, vermeldende de geleverde materialen en verrichte arbeid, en die controleerbaar zijn wat betreft levering en verrichting.

Hoofdstuk 4 Bouwhistorisch onderzoek en haalbaarheidsonderzoeken ten behoeve van herbestemmingen

Artikel 4.1 Begripsbepalingen

1In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a.herbestemming: wanneer een cultuurhistorisch waardevol object dat als zodanig is aangemerkt door de gemeente van functie verandert en daarbij ingrepen aan de fysieke verschijningsvorm van het beschermde monument noodzakelijk zijn.

b.Bouwhistorisch onderzoek: onderzoek dat aangeeft welke cultuurhistorische waarden meewegen bij besluiten tot bouwkundige of planologische ingrepen.

c.eigenaar: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een beschermd monument.

d.beschermde monumenten: onroerende monumenten die overeenkomstig de bepalingen van de Erfgoedverordening 2010 gemeente Zaanstad op de gemeentelijke monumentenlijst zijn geplaatst en onroerende monumenten die in het monumentenregister zijn opgenomen.

e.Cultuurhistorisch waardevol object: een pand dat naar het oordeel van het college een waardevol object is, maar niet beschermd als monument.

f.Subsidiabele onderzoekskosten: noodzakelijke kosten om te komen tot een haalbaarheidsonderzoek wat de mogelijkheden voor een goede herbestemming met instandhouding van de cultuurhistorische waarden aantoont dan wel de noodzakelijke kosten om te komen tot een bouwhistorisch onderzoek.

Artikel 4.2 Hoogte subsidie

1De hoogte van een subsidie voor haalbaarheidsonderzoeken ten behoeve van herbestemmingen bedraagt maximaal 70% van de onderzoekskosten, met een maximum van € 8500.

2De hoogte van een subsidie voor bouwhistorisch onderzoek bedraagt maximaal 70% van de onderzoekskosten, met een maximum van € 5000.

3Er wordt geen hoger bedrag uitbetaald dan dat van de totale uit in te dienen rekeningen blijkende subsidiabele onderzoekskosten.

Artikel 4.3 Subsidiecriteria

1De subsidieaanvraag heeft betrekking op een cultuurhistorisch waardevol object.

2De subsidieaanvrager is de eigenaar van het betreffende pand dan wel een partij die namens de eigenaar zorgdraagt voor de instandhouding, zoals een stichting.

3Subsidie wordt alleen toegekend voor maatregelen die op het moment van de aanvraag nog niet zijn uitgevoerd. De toekenning van de subsidie gebeurt na beoordeling van de volledige aanvraag. Als er na het aanvragen van de subsidie wordt gestart met de uitvoering van de maatregelen betekent dit niet dat er automatisch recht is op de subsidie.

4Bij subsidieaanvragen moet het gaan om herbestemming/ hergebruik dan wel bouwhistorisch onderzoek van het pand.

5Bij subsidieaanvragen voor haalbaarheidsonderzoeken ten behoeve van herbestemming moet er sprake zijn van leegstand of een dreigende leegstand op afzienbare termijn.

6De opsteller van de rapporten beschikt over voldoende aangetoonde deskundigheid op het werkgebied van de monumentenzorg en herbestemming wat wordt aangetoond door middel van afgeronde projecten of opgeleverde rapporten.

Artikel 4.4 Weigeringsgronden

Naast de in artikel 9 van de Algemene subsidieverordening Zaanstad 2014 en artikel 1.9 van deze regeling genoemde weigeringsgronden wordt de subsidie niet verleend indien;

1Subsidie is verleend op grond van andere regelingen zoals de Rijksregelingen met betrekking tot haalbaarheidsonderzoeken.

Artikel 4.5 Verplichtingen

Naast de in de artikelen 10, 11 en 12 van de Algemene subsidieverordening Zaanstad 2014 genoemde verplichtingen gelden de volgende verplichtingen:

1Naast het in artikel 1.7 lid 1 bedoelde aanvraagformulier dient de aanvraag betrekking hebbende op de subsidie voor haalbaarheidsonderzoeken ten behoeve van herbestemmingen vergezeld te worden van een door de gemeente opgesteld programma van eisen. Meer informatie over het aanvragen van een programma van eisen is te vinden op www.zaanstad.nl onder de zoekterm Subsidieregeling Instandhouding Erfgoed.

2Het bouwhistorisch onderzoek dient uitgevoerd te worden conform de ‘Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek’ van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

3Het onderzoek moet binnen een jaar na de verlening van de subsidie zijn afgerond.

4Het college kan afwijkingen van de in lid 4 genoemde termijn toestaan.

Artikel 4.6 Verantwoording

Bij gereedmelding als bedoeld in artikel 1.11 van de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden worden de daarop betrekking hebbende gegevens ingediend, waaronder:

a.De onderzoeken en andere activiteiten zoals opgenomen in het door de gemeente verstrekte programma van eisen;

b.rekeningen en betaalbewijzen corresponderend met de in de aanvraag geleverde stukken, vermeldende de geleverde materialen en verrichte arbeid, en die controleerbaar zijn wat betreft levering en verrichting.

Hoofdstuk 5 Kanjerregeling voor bijzondere projecten

Artikel 5.1 Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a.Gemeentelijke monumenten: onroerende zaken die overeenkomstig de bepalingen van de Erfgoedverordening 2010 gemeente Zaanstad op de gemeentelijke monumentenlijst zijn geplaatst.

b.Gemeentelijke monumentenlijst: een lijst van zaken en terreinen die bij collegebesluit de status ‘gemeentelijk monument’ hebben gekregen.

c.Eigenaar: natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een beschermd gemeentelijk monument;

d.Subsidiabele instandhoudingskosten: kosten als genoemd in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten BRIM 2013 van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het zijn kosten, die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn om delen van monumenten te herstellen of te conserveren.

e.Restauratieachterstand: er is sprake van een restauratieachterstand als het casco van het gemeentelijk monument in slechte staat is en als de subsidiabele kosten van de restauratie hoger zijn dan € 100.000. (slechte staat: begripshantering Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

f.De monumentale waarde van een beschermd monument: dit wordt bepaald door de dragende delen, de vloeren en het omhulsel, alsmede door die onderdelen of objecten die blijkens het rijksregister of de gemeentelijke monumentenlijst, dan wel naar het oordeel van het college van belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde.

g.Kanjerproject: een omvangrijk instandhoudings- of restauratieproject dat de reguliere subsidiemogelijkheden overstijgt en naar oordeel van het college in aanmerking komt voor een eenmalige, grote subsidie. Subsidie voor een kanjerproject voor maximaal 1 keer per jaar toegekend.

h.Tenderprocedure: procedure waarbij de aanvragen nadat de termijn is gesloten allemaal tegelijkertijd en ten opzichte van elkaar worden beoordeeld op basis van de wegingsfactoren in dit hoofdstuk.

Artikel 5.2 Hoogte subsidin

1De hoogte van een subsidie bedraagt maximaal € 50.000 per subsidiejaar. Indien er in enig subsidiejaar geen of niet volledig gebruik wordt gemaakt van het subsidiebudget kan het maximale subsidiebedrag hoger worden tot een maximum van € 200.000.

2Bij berekening van de subsidie worden op de subsidiabele instandhoudingskosten de kosten in mindering gebracht die op grond van de Wet op de omzetbelasting op verschuldigde belasting in aftrek kunnen worden gebracht.

3Bij de bepaling van de hoogte van de subsidiabele instandhoudingskosten wordt bij zelfwerkzaamheid het loonkostenbestanddeel buiten beschouwing gelaten.

4Er wordt geen hoger subsidiebedrag uitbetaald dan dat van de totale uit in te dienen rekeningen blijkende subsidiabele instandhoudingskosten.

5Indien in een subsidiejaar het subsidieplafond voor de kanjerregeling niet bereikt wordt of er geen gebruik wordt gemaakt van de kanjersubsidie, komt het surplus ten goede aan het subsidieplafond van de kanjersubsidie van het volgende jaar.

Artikel 5.3 Subsidiecriteria

1De subsidieaanvraag heeft betrekking op een of meer gemeentelijk monument(en).

2De subsidieaanvrager is de eigenaar van het betreffende monument.

3Subsidie wordt alleen toegekend voor maatregelen die op het moment van de aanvraag nog niet zijn uitgevoerd. De toekenning van de subsidie gebeurt na beoordeling van de volledige aanvraag. Als er na het aanvragen van de subsidie wordt gestart met de uitvoering van de maatregelen betekent dit niet dat er automatisch recht is op de subsidie.

4Bij een subsidieaanvraag voor restauratie is er sprake van een restauratieachterstand.

5Bij een subsidieaanvraag zijn de subsidiabele instandhoudingskosten van het hele project ten minste € 350.000.

6Woonhuizen zijn uitgesloten.

Artikel 5.4 Wegingsfactoren

1De volledige aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen worden verzameld en tegen elkaar afgewogen en gerangschikt.

2De rangschikking wordt bepaald door het aantal punten dat wordt gehaald op basis van de volgende criteria:

a.de waarde van het object als gemeentelijk monument: hiervoor kunnen tussen de 1 en de 4 punten worden gehaald;

b.het huidige en toekomstige gebruik van het gemeentelijk monument: hiervoor kunnen tussen de 1 en de 4 punten worden gehaald;

c.de wijze van exploitatie van het gemeentelijk monument: hiervoor kunnen tussen de 1 en de 4 punten worden gehaald;

Artikel 5.5 Wegingsfactoren bij gelijke stand.

Ingeval noodzakelijk worden aanvragen die eindigen op een gedeelde plaats gerangschikt aan de hand van het aantal punten dat wordt behaald op basis van het percentage eigen bijdrage aan de totale kosten, waarbij 1 punt wordt toegekend voor 10% eigen bijdrage, 2 punten voor 20% eigen bijdrage, oplopend tot 9 punten voor 90% of meer eigen bijdrage.

Artikel 5.6 Weigeringsgronden

Naast de in artikel 9 van de Algemene subsidieverordening Zaanstad 2014 en artikel 1.9 van deze regeling genoemde weigeringsgronden wordt de subsidie niet verleend indien:

1Met de instandhouding het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend.

2De kosten niet geacht kunnen worden in redelijke verhouding te staan tot het te verkrijgen resultaat.

3Binnen een periode van 1 jaar voor hetzelfde kanjer(deel)project een aanvraag voor een subsidie op basis van een ander onderdeel van deze regeling wordt gedaan.

4Binnen een periode van 15 jaar voorafgaand aan de aanvraag voor exact hetzelfde werk subsidie is verstrekt, met uitzondering van buitenschilderwerk waar een termijn van 5 jaar geldt.

Artikel 5.7 Verplichtingen

Naast de in de artikelen 10, 11 en 12 van de Algemene subsidieverordening Zaanstad 2014 genoemde verplichtingen gelden de volgende verplichtingen:

8Naast het in artikel 1.7 lid 1 bedoelde aanvraagformulier dient de aanvraag betrekking hebbende op de subsidie voor gemeentelijk monumenten vergezeld te worden van een restauratieplan én een beschrijvende begroting, bestaande uit:

a.een beschrijving van de technische staat van het gemeentelijk monument, waarin de onderdelen, materialen en gebreken nauwkeurig vermeld staan;

b.tekeningen van de bestaande toestand en tekeningen waarop de voorgenomen herstelwerkzaamheden of wijzigingen staan aangegeven;

c.een op de beschrijving van de technische staat gebaseerd bestek of gebaseerde werkomschrijving per onderdeel van de toe te passen constructies, materialen, afwerkingen en kleuren alsmede van wijze van verwerking daarvan.

d.een beschrijvende begroting die een opsomming is van de uit te voeren instandhoudingswerkzaamheden en de daarmee samenhangende kosten, gespecificeerd in hoeveelheden, uren en materialen, welke begroting niet ouder is dan 6 maanden.

9Het college kan van de in het restauratieplan en begroting genoemde onderdelen afwijken indien de aard van de werkzaamheden hier niet om vraagt.

10Binnen drie maanden na een bij verlening te bepalen tijdstip wordt met de werkzaamheden een aanvang gemaakt.

11De werkzaamheden worden uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in de beleidsregel ‘Restauratierichtlijnen 2011 gemeente Zaanstad’.

12De werkzaamheden zijn afgerond binnen een jaar na de start van de werkzaamheden

13Aan de door het college met controle belaste personen op de door die personen te bepalen tijdstippen:

a.wordt toegang verleend tot het gemeentelijk monument

b.wordt inzage verleend van de op de werkzaamheden betrekking hebbende bescheiden en tekeningen

c.worden de op de werkzaamheden betrekking hebbende gegevens verstrekt;

d.wordt gelegenheid gegeven tot het controleren van de op de werkzaamheden betrekking hebbende gegevens

14Het college kan voorts de voorwaarde stellen dat:

a.de eigenaar in samenhang met de instandhoudingswerkzaamheden een bouwhistorisch en/of archeologisch onderzoek dient te laten uitvoeren;

b.de eigenaar bij de restauratiewerkzaamheden vrijkomende historische bouwmaterialen beschikbaar dient te stellen aan de gemeente.

Artikel 5.8 Verantwoording

Bij gereedmelding als bedoeld in artikel 1.11 van de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden worden de daarop betrekking hebbende gegevens ingediend, waaronder:

b.rekeningen en betaalbewijzen corresponderend met de in de aanvraag geleverde stukken, vermeldende de geleverde materialen en verrichte arbeid, en die controleerbaar zijn wat betreft levering en verrichting.

Artikel 5.9 Hardheidsclausule Kanjerregeling voor bijzondere projecten

Het college kan, in bijzondere gevallen, gemotiveerd afzien van het toekennen van een subsidie voor een kanjerproject, ook als er een of meer aanvragen zijn ingediend die voldoen aan de subsidiecriteria uit artikel 5.3.

Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 6.1 Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, afwijken van het bepaalde in deze regeling, indien een strikte toepassing daarvan zal leiden tot een onevenredige benadeling van de aanvrager of subsidieontvanger.

Artikel 6.2 Onvoorziene gevallen

In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.

Artikel 6.3 Toezicht op de naleving

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze regeling zijn belast de bij besluit van het college aangewezen dan wel aan te wijzen personen.

Artikel 6.4 Intrekking bestaande verordeningen

Per 1 januari 2016 wordt de Subsidieregeling Instandhouding Erfgoed Zaanstad 2012 ingetrokken.

Artikel 6.5 Overgangsbepaling

Op aanvragen om subsidie op grond van de Subsidieregeling Instandhouding Erfgoed Zaanstad 2012 die zijn ingediend voor de data genoemd in artikel 6.5 zijn de bepalingen van die verordening van toepassing.

Artikel 6.5 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2016.

Artikel 6.6 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Instandhouding Erfgoed Zaanstad 2016.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.