Versie: november 2019 Dit Havenafvalplan omvat de zeehavens van de gemeenten: Amsterdam Zaanstad Beverwijk Velsen
BIJLAGE 2: ALGEMENE VOORWAARDEN HAVENAFVALPLAN NZKG
De Administratieve Organisatie HAP, belegd bij de Divisie Havenmeester van het Port of Amsterdam , is verantwoordelijk voor de uitvoering van de operationele en financiële handelingen voortvloeiend uit het Havenafvalplan.
Onderstaande algemene voorwaarden geven een representatief voorbeeld. De officiële en geldige Algemene Voorwaarden zijn te downloaden via de website www.portofamsterdam.nl .
Algemene Voorwaarden i.h.k.v. overeenkomsten die voortvloeien uit het Havenafvalplan Noordzeekanaalgebied
Paragraaf 1: Algemeen
Artikel 1 Definities
1aAdministratieve Organisatie Havenafvalplan Noordzeekanaalgebied
De administratieve organisatie die is ingesteld door de Havenbeheerders in het Noordzeekanaalgebied en die belast is met de uitvoering van de financiële administratieve werkzaamheden voortkomend uit het Havenafvalplan Noordzeekanaalgebied. Deze is ondergebracht bij de Divisie Havenmeester van Port of Amsterdam .
1bAfval
Scheepsafval, ladingresiduen en/of (restanten van) schadelijke stoffen zoals bedoeld in het Havenafvalplan Noordzeekanaalgebied.
1cCliënt
De natuurlijke of rechtspersoon die met een schip gebruikt maakt van de diensten door of vanwege de Havenbeheerder in het kader van het Havenafvalplan Noordzeekanaalgebied, waaronder mede begrepen de kapitein, de reder, de eigenaar van het schip, degene aan wie het schip in gebruik is gegeven, de agent, alsmede degene die als vertegenwoordiger van voornoemde personen voorbereidende handelingen jegens de Havenbeheerder heeft verricht ter voorbereiding van voornoemd gebruik.
1dDiensten
De mogelijkheid van Cliënt van het gebruik van de voorzieningen voor het afgeven van afval aan de daartoe bestemde havenontvangstvoorzieningen in de haven, alsmede overige diensten die in het kader van de uitvoering van het Havenafvalplan worden verricht.
1eHaven
Een rede, pier of steiger en in het algemeen iedere plaats, al of niet in zee, waar schepen ligplaats kunnen hebben of waar opvarenden en zaken ingescheept of ontscheept kunnen worden.
1fHavenafvalplan Noordzeekanaalgebied
Plan voor het Noordzeekanaalgebied, bestaande uit de gemeenten Amsterdam, Beverwijk, Velsen en Zaanstad, voor ontvangst en verwerking van afval zoals bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen.
1gHavenbeheerder
De plaatselijke autoriteit, in wiens gebied de haven ligt en die bevoegd is – al dan niet in mandaat - de nodige publiekrechtelijke regels te stellen ter waarborging van een goed verloop van de dagelijkse gang van zaken en goede outillage in die haven, daaronder begrepen de uitvoering van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen.
1hHavenontvangstvoorziening
Vaste, drijvende of mobiele voorziening die geschikt is voor de ontvangst van scheepsafval, ladingresiduen en/of (restanten van) schadelijke stoffen.
1iMelding scheepsafval, ladingresiduen en (restanten van) schadelijke stoffen
De verplichte melding zoals bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen.
1jOntheffing
Ontheffing van de bijdrage in de kosten van het in ontvangst nemen, opslaan en verwerken van afval, zoals bedoeld in artikel 35a, eerste lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen.
1kScheepsafval
Afval, met inbegrip van residuen, niet zijnde ladingresiduen, en sanitair afval, dat ontstaat tijdens de bedrijfsvoering van een schip en valt onder de reikwijdte van de Bijlagen I, IV en V van het Marpol Verdrag, alsmede lading gebonden afval, zijnde al het materiaal dat aan boord bij de stuwage en verwerking van lading als afval overblijft, met inbegrip van stuwmateriaal, schoorpalen, laadborden, verpakkingsmateriaal, houten platen, papier, karton, draad en stalen banden.
1lVrijstelling
Vrijstelling zoals bedoeld in artikel 4 van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, voor zover het betreft een vrijstelling van de bijdrage in de kosten van het in ontvangst nemen, opslaan en verwerken van afval.
Artikel 2 Toepasselijkheid
2.1 Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op die overeenkomst(en) waarbij door of vanwege de Havenbeheerder diensten en/of rechten aan Cliënt worden verleend in het kader van de uitvoering van het Havenafvalplan.
2.2 Voor zover niet schriftelijk en uitdrukkelijk anders is overeengekomen doet Cliënt afstand van de toepasselijkheid van eventuele eigen algemene voorwaarden en wijst de Havenbeheerder de toepasselijkheid van algemene voorwaarden van Cliënt uitdrukkelijk van de hand.
2.3 Wijzigingen en/of afwijkingen van hetgeen in deze algemene voorwaarden wordt bepaald, binden de Havenbeheerder uitsluitend indien en voor zover de Havenbeheerder de wijzigingen respectievelijk afwijkingen schriftelijk en uitdrukkelijk heeft aanvaard.
Artikel 3 Totstandkoming
3.1 Een overeenkomst tussen de Havenbeheerder en Cliënt komt tot stand wanneer Cliënt overeenkomstig artikel 7 van deze algemene voorwaarden opgave van gegevens doet en/of door de feitelijke aanloop in de haven.
3.2 De verschillende in artikel 1 sub c van deze algemene voorwaarden als Cliënt aangemerkte personen worden als hoofdelijk debiteur aangemerkt met betrekking tot de nakoming van alle verplichtingen van Cliënt jegens de Havenbeheerder.
Artikel 4 Uitvoering van de diensten
4.1 De Havenbeheerder is, binnen de grenzen van het Havenafvalplan, gerechtigd de in deze algemene voorwaarden genoemde diensten naar eigen inzicht te verrichten, dan wel te faciliteren, een en ander met inachtneming van de eisen van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen.
4.2 Door of vanwege de Havenbeheerder worden faciliteiten beschikbaar gesteld. De Havenbeheerder spant zich naar beste kunnen in om de dienstverlening uit te voeren en/of te faciliteren volgens de in het Havenafvalplan neergelegde eisen.
4.3 Cliënt verstrekt de Havenbeheerder steeds tijdig alle voor een deugdelijke uitvoering van de dienstverlening en facturering noodzakelijke gegevens en daartoe alle medewerking verlenen.
Paragraaf 2: Financiële Bijdrage
Artikel 5 Verschuldigdheid van financiële bijdrage
5.1 Cliënt is bij iedere aanloop in de haven aan de Havenbeheerder een bijdrage in de kosten verschuldigd voor het, ter uitvoering van het Havenafvalplan, afgeven, in ontvangst nemen, opslaan en verwerken van afval in de haven.
5.2 Cliënt is de financiële bijdrage verschuldigd ongeacht het feit of ook daadwerkelijk afval wordt afgegeven.
5.3 Tegenover de financiële bijdrage staat het niet overdraagbare recht van Cliënt om gedurende het verblijf van het schip in de haven afval af te geven bij de hiertoe aangewezen havenontvangstvoorzieningen.
5.4 Voor de verschuldigdheid van de financiële bijdrage worden de havens in de gemeenten Amsterdam, Beverwijk, Velsen en Zaanstad als één geheel beschouwd.
5.5 Geen of een gedeeltelijke financiële bijdrage is verschuldigd wanneer door Cliënt een vrijstelling en/of een ontheffing is verkregen.
Artikel 6 Tarieven & berekening financiële bijdrage
6.1 De door Cliënt verschuldigde financiële bijdrage wordt berekend aan de hand van de ‘Tarieventabel Financiële Bijdrage’ die op de site van Port of Amsterdam is gepubliceerd. De Havenbeheerder stelt deze bijdrage vast.
6.2 De bepaling van de hoogte van de tarieven geschiedt op basis van vast basisbedrag (bijdrage aan de infrastructuur) en een variabel bedrag dat is gebaseerd op een indeling naar inhoudsgrootte van de schepen. Voor het aangeven van de inhoudsgrootte wordt gebruik gemaakt van Gross Tonnage. De havenbeheerder hanteert voorts een maximaal tarief dat hij op vorenbedoelde site bekend maakt.
6.3 De hoogte van het vaste en variabele bedrag als bedoeld in artikel 6.2. is gebaseerd op de gemiddelde hoeveelheid afval die door schepen met een bepaald Gross Tonnage naar verwachting zal worden afgegeven. Hierbij wordt rekening gehouden met de hoeveelheid aanlopen en afgegeven afval in het voorgaande jaar.
6.4 De tarieven zoals opgenomen in de ‘Tarieventabel Financiële Bijdrage’ worden in beginsel jaarlijks aangepast, met dien verstande dat een tussentijdse aanpassing van de tarieven kan plaatsvinden, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Bij tussentijdse aanpassingen geeft de Havenbeheerder de reden van de aanpassing in het besluit aan.
6.5 Milieuvriendelijke schepen kunnen een korting krijgen op het te betalen tarief. De havenbeheerder maakt op de vorenbedoelde site bekend welke schepen voor welke korting in aanmerking komen. Om in aanmerking te komen voor een korting dient de aanvrager het formulier ‘environmental declaration’ in te vullen dat door de havenbeheerder op de site is geplaatst.
6.6 De tarieven dekken minimaal 30% en maximaal 100% van de totale kosten om al het scheepsafval te kunnen inzamelen en verwerken. Jaarlijks vindt door de Minister van Infrastructuur en Milieu een evaluatie plaats, waarna dit percentage per ministeriële regeling kan worden aangepast.
Artikel 7 Opgave van gegevens
7.1 Voor de vaststelling van de verschuldigde financiële bijdrage dient Cliënt opgave te doen van de voor de vaststelling van het bedrag en de facturering van belang zijnde gegevens, conform de melding in artikel 12a van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen.
7.2 Indien Cliënt nalaat de opgave te doen, dan kan het tarief worden berekend volgens het tarief dat tot het hoogste te betalen bedrag leidt.
7.3 Indien Cliënt vaststelt, dat er ten gevolge van een onjuiste opgave te weinig of te veel is betaald, dan deelt hij dit de Havenbeheerder onverwijld, doch uiterlijk binnen 1 maand na de factuurdatum, schriftelijk mede. Cliënt stuurt daarbij alle stukken mee waaruit de onjuistheid van de eerste opgave blijkt.
7.4 Indien de Havenbeheerder vaststelt dat Cliënt te weinig of te veel heeft betaald, zal naar keuze van de Havenbeheerder een correctie plaatsvinden via een factuur respectievelijk creditnota of via de eerstvolgende factuur. De correctie vindt plaats binnen 1 maand na de vaststelling.
7.5 Indien Cliënt een onjuiste opgave doet om voor een korting als bedoeld in artikel 6.5 in aanmerking te komen, heeft Havenbeheerder het recht het gekorte deel van het tarief alsnog in rekening te brengen met daarbovenop een boete ter hoogte van 15% van het uiteindelijk verschuldigde tarief.
Artikel 8 Facturering en betaling
8.1 De financiële afhandeling wordt uitgevoerd door de Administratieve Organisatie Havenafvalplan.
8.2 Facturering vindt plaats binnen 4 werkdagen na ontvangst van de opgave zoals bedoeld in artikel 7 lid 1 van deze algemene voorwaarden.
8.3 Cliënt voldoet de financiële bijdrage binnen 14 werkdagen na factuurdatum.
8.4 Geschillen tussen de Havenbeheerder en Cliënt geven Cliënt niet het recht de betaling op te schorten.
Artikel 9 Kosten en rente
9.1 Indien Cliënt niet tijdig de financiële bijdrage betaalt, is hij van rechtswege in verzuim en heeft de Havenbeheerder het recht om over het gehele verschuldigde bedrag de rente ex artikel 6:119a BW van de vervaldag af in rekening te brengen.
9.2 Alle buitengerechtelijke kosten door de Havenbeheerder gemaakt met betrekking tot de invordering van het door Cliënt verschuldigde en niet tijdig betaalde, zijn voor rekening van Cliënt. Voornoemde kosten worden vastgesteld op 15% van het in te vorderen bedrag, tenzij de Havenbeheerder aantoont dat de door haar gemaakte kosten hoger zijn.
Artikel 10 Toepasselijk recht
Deze algemene voorwaarden zijn onderworpen aan, en worden geïnterpreteerd en toegepast volgens het Nederlands recht. Geschillen die voortvloeien uit, of verband houden met deze algemene voorwaarden zullen aan de bevoegde Nederlandse rechter worden voorgelegd.
Artikel 11 Ongeldigheid van een of meer bepalingen
De ongeldigheid van enige bepaling van de overeenkomst of van deze algemene voorwaarden heeft geen gevolgen voor de overige bepalingen van de overeenkomst en deze algemene voorwaarden.
BIJLAGE 3: LIJST MET VERGUNDE HAVENONTVANGSTVOORZIENINGEN
De meest actuele lijst is te raadplegen op de website van Port of Amsterdam via:
https://www.portofamsterdam.com/nl/aangewezen-afvalvoorzieningen-het-noordzeekanaalgebied
BIJLAGE 4: GREEN DEAL SCHEEPSAFVALKETEN
GREEN DEAL SCHEEPSAFVALKETEN
Definitief (3-9-2014)
Partijen:
Rijksoverheid
De Minister van Economische Zaken, de heer H.G.J. Kamp,
De Minister van Infrastructuur en Milieu, mevrouw M.H. Schultz van Haegen, de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, mevrouw W.J. Mansveld (hierna te noemen: IenM),
De Inspecteur-Generaal Leefomgeving en Transport, mevrouw J. Thunnissen. (hierna te noemen: ILT),
Ieder handelend in zijn hoedanigheid van bestuursorgaan, samen hierna te noemen: Rijksoverheid;
Havenbedrijven
Het Havenbedrijf Rotterdam N.V., ten deze vertegenwoordigd door de statutaire bestuurder, de heer R. Paul,
De Havenmeester van Rotterdam, de heer R.J. de Vries,
Het Havenbedrijf Amsterdam N.V. , ten deze vertegenwoordigd door de statutaire bestuurder, mevrouw D. Meijer,
De Havenmeester van Amsterdam, mevrouw A.M.C. van Oosten,
Groningen Seaports, vertegenwoordigd door haar directeur de heer H.D. Post,
Port of Den Helder, vertegenwoordigd door haar directeur de heer P.H. Kolff,
Zeeland Seaports, vertegenwoordigd door haar directeur de heer J.P.D.M. Lagasse,
Samen hierna te noemen: Havenbedrijven;
Overige organisaties
Vereniging van Ondernemingen in de Milieudienstverlening ten behoeve van de Scheepvaart, vertegenwoordigd door haar voorzitter de heer D. van Mullem. (hierna te noemen VOMS),
Bek & Verburg B.V., vertegenwoordigd door haar financieel manager de heer B.K.J. Baas,
Martens Havenontvangstinstallatie B.V., vertegenwoordigd door haar directeur de heer J.S.G. Hoondert,
Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders, vertegenwoordigd door haar voorzitter mevrouw
T. Netelenbos. (hierna te noemen KVNR),
Nederlandse Vereniging van Scheepsleveranciers, vertegenwoordigd door haar voorzitter de heer D.J. Cupido (hierna te noemen NVVS),
Stichting De Noordzee, vertegenwoordigd door haar directeur de heer E. Leemans; (hierna te noemen SDN);
Hierna allen gezamenlijk te noemen: Partijen;
Algemene overwegingen:
1Om onze welvaart ook voor toekomstige generaties te behouden is het nodig om het concurrentievermogen van onze economie te versterken en tegelijkertijd de belasting van het milieu en de afhankelijkheid van fossiele energie en schaarse grondstoffen te verminderen.
2Creativiteit, ondernemerschap en innovatie zijn essentieel om deze omslag naar groene groei mogelijk te maken. Bedrijven, burgers en maatschappelijke organisaties nemen volop concrete initiatieven voor vergroening van economie en samenleving. Met de Green Deal Aanpak wil het kabinet deze dynamiek in de samenleving op groene groei optimaal benutten.
3Green Deals bieden bedrijven, burgers en organisaties een laagdrempelige mogelijkheid om samen met de overheid te werken aan groene groei. Initiatieven uit de samenleving staan daarbij aan de basis. Daar waar deze tegen belemmeringen aanlopen die volgens initiatiefnemers kunnen worden aangepakt op rijksniveau, wil het kabinet zich inzetten deze weg te nemen of op te lossen om zo deze initiatieven te faciliteren en te versnellen. In een Green Deal leggen partijen hierover concrete afspraken schriftelijk vast.
4De resultaten van een Green Deal kunnen gebruikt worden bij andere, vergelijkbare projecten, waardoor er navolging kan plaatsvinden en de reikwijdte van een Green Deal kan worden vergroot zonder dat daar specifieke ondersteuning vanuit de Rijksoverheid tegenover staat.
Specifieke overwegingen Green Deal Scheepsafvalketen:
•Deze green deal levert een bijdrage aan de Nederlandse opgave vanuit de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM)
26Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie).
, levert een bijdrage aan de uitwerking van het Ketenakkoord Kunststofkringloop (afgesloten op 12-11-2013) en komt daarmee tegemoet aan het streven van het kabinet en partijen in de samenleving om onze economie via een groene groei strategie te transformeren naar een circulaire economie.
•De reikwijdte van deze green deal is nationaal, maar gezien het mondiale karakter van de zeevaart is het wenselijk dat de afspraken uit deze green deal internationaal worden uitgedragen en zoveel mogelijk internationaal als best practice worden nagevolgd.
Kaderrichtlijn Mariene Strategie
•Nederland heeft vanuit de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) een opgave om zwerfvuil op zee te verminderen
27Ministerie IenM (2012). http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2012/10/23/mariene-strategie-voor-het-nederlandse-deel-van-de-noordzee-2012-2020-deel-i.html
.
•Alle bronnen, waaronder de zeevaart, kunnen aan deze opgave bijdragen.
•Parallel aan deze green deal worden de green deal visserij afvalketen en de green deal schone stranden voorbereid.
•De zeevaart is goed op weg, blijkend uit de verdubbeling van de afgifte van scheepsafval in de Nederlandse zeehavens in de afgelopen jaren.
•Wet- en regelgeving voortvloeiend uit het MARPOL-Verdrag
28Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (MARPOL)
van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) en Richtlijn 2000/59/EC betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingsresiduen hebben hier in belangrijke mate aan bijgedragen.
•Een verdere optimalisatie van en afstemming tussen het afvalmanagement in havens en op schepen is nodig om de afvalkringloop verder te sluiten. Dit heeft baten voor milieu en economie: groene groei.
•Het is wenselijk dat afvalpreventie bij de bevoorrading meer toegepast wordt. Dit zou kunnen door, daar waar mogelijk en kosteneffectief, verpakkingsafval mee terug te geven aan de scheepsleverancier, overmatig verpakken te voorkomen en duurzame verpakkingsmaterialen toe te passen (gericht op hergebruik, recycling of biologisch afbreekbaarheid). Daarnaast is het wenselijk dat ook na de bevoorrading afval afgegeven kan worden aan een havenontvangstvoorziening. Hierbij kan het lopende project ‘Het Schip Centraal’ van het Havenbedrijf Rotterdam als voorbeeld dienen.
•Het is wenselijk dat de handhaving op afgifteplicht en lozingsvoorwaarden door ILT-inspecteurs en door aangewezen medewerkers van het Havenbedrijf Rotterdam en het Port of Amsterdam meer risicogebaseerd plaats vindt.
•Het is wenselijk dat Richtlijn 2000/59/EC (Havenontvangstvoorzieningen) meer uniform wordt geïmplementeerd in lidstaten en zeehavens. Vanuit dat oogpunt wordt op bilateraal niveau tussen Nederlandse en Vlaamse zeehavens en overheden momenteel samengewerkt en is inmiddels overeenstemming bereikt over een gemeenschappelijke financieringssystematiek.
Ketenakkoord Kunststofkringloop
•Drijvend zwerfvuil op zee bestaat voor ongeveer driekwart uit plastic.
•Meerdere partijen betrokken bij deze green deal hebben het ketenakkoord kunststofkringloop ondertekend.
•Deze partijen geven hiermee aan meer gescheiden plastic scheepsafval te willen inzamelen en daarmee dit afval geschikter te maken voor recycling of verwerking tot brandstof.
•Recycling en verwerking tot brandstof ontwikkelen zich tot duurzame en kostenefficiënte verwerkingsmethoden die waarde toevoegen aan kunststofmaterialen en -producten na afdanking.
•Het optimaal benutten van deze verwerkingsmethoden voor plastic scheepsafval, met inachtneming van de Verordening Dierlijke Bijproducten (nr. 1069/2009), vergt samenwerking van alle maritieme ketenpartijen.
•Het is wenselijk dat schepen die koploper zijn op het gebied van afvalmanagement aan boord hierin gefaciliteerd en beloond worden. De beloning kan de vorm krijgen van een korting op de havenafvalbijdrage voor schepen die structureel gescheiden afgeven of het niet in rekening brengen van de inzamel- en verwerkingskosten van gescheiden afgegeven kunststof. Hiermee wordt de hogere waarde van het gescheiden aangeleverde afval tot uitdrukking gebracht.
•Ook kunnen de klanten van schepen (ladingeigenaren) een krachtige incentive geven door lading te gunnen aan schepen die koploper zijn op het gebied van afvalmanagement. Duurzame schepen krijgen op die manier meer lading. Dit kan gefaciliteerd worden door de prestaties op het gebied van afvalmanagement , bijvoorbeeld met de Clean Shipping Index (CSI), inzichtelijk te maken. Afval(management) is reeds één van de criteria binnen de CSI, maar zou specifieker uitgewerkt moeten worden langs de lijnen van ISO-norm 21070
29ISO-norm 21 070 Management and handling of shipboard garbage
en de onderhavige green deal.
Komen het volgende overeen:
1Ambitie
•Partijen hebben de ambitie om de maritieme afvalkringloop te sluiten door afvalpreventie en het zoveel mogelijk afgeven van het scheepsafval in de havens.
•Partijen hebben daarnaast de ambitie om de plastic kringloop aan land verder te sluiten door plastic afval zoveel mogelijk gescheiden in te zamelen en zodoende geschikt te maken voor recycling.
2Doel
•In 2017 levert 50% van de afgevende schepen plastic gescheiden aan in de Nederlandse havens waar gescheiden inzameling en verwerking mogelijks is.
•In 2017 levert 75% van de afgevende schepen van KVNR-leden plastic gescheiden aan in de Nederlandse havens waar gescheiden inzameling en verwerking mogelijk is.
•In 2017 wordt gescheiden aangeleverd plastic ook gescheiden ingezameld door de VOMS-leden, wordt 100% van het door de VOMS-leden ingezamelde schone plastic afval gerecycled of tot brandstof verwerkt en wordt zoveel mogelijk het gemengd aangeleverd afval nagesorteerd en gerecycled.
3Inzet en acties
Artikel 3.1Preventie
3.1.1
Havenbedrijven geven, met medewerking van VOMS en NVVS, de planning en het proces in de havens zo vorm dat in 2016 scheepsafval na de bevoorrading kan worden afgegeven aan een havenontvangstvoorziening.
3.1.2
De KVNR en de NVVS inventariseren in 2014/2015 de mogelijkheden van afvalpreventie bij de bevoorrading, waaronder vermindering van het gebruik van verpakkingsmaterialen en het gebruik van meer duurzame verpakkingsmaterialen. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek zullen door Partijen eventuele vervolgstappen geformuleerd worden.
3.1.3
De KVNR bevordert dat de bij de KVNR aangesloten reders actief beleid voeren ter voorkoming van illegale lozingen, conform bijlage V van het MARPOL-verdrag
30Bijlage V (voorschriften ter voorkoming van verontreiniging door vuilnis van schepen) van het MARPOL-Verdrag
. De KVNR zal daarnaast in 2015/6 een handreiking opstellen over de toepassing van ISO-norm 21070 en deze verspreiden onder haar leden.
Artikel 3.2 Handhaving
3.2.1
Om de naleving van Richtlijn 2000/59/EC te bevorderen vragen de havenbedrijven vanaf 2015 standaard bij de vertrekmelding aan de kapitein van het schip of afval is afgegeven.
3.2.2
De ILT en de aangewezen medewerkers van de Divisie Havenmeester van Rotterdam en van Amsterdam gaan per 2015/2016 de effectiviteit van het risicogebaseerde toezicht op de naleving van de afgifteplicht en de lozingsvoorwaarden verder verbeteren. ILT, de Havenmeester van Amsterdam en de Havenmeester van Rotterdam zullen hiertoe in 2015 onderzoeken op welke wijze de selectie van te inspecteren schepen op basis van vernieuwde en aangescherpte risicocriteria nog efficiënter en effectiever kan worden ingericht. Hierbij zullen methoden en criteria die additioneel zijn ten opzichte van Richtlijn 2000/59/EC worden onderzocht, zoals bijvoorbeeld voorgaande inspectieresultaten en benutting van gegevens over de daadwerkelijke afgifte.
Artikel 3.3 Plastic afvalscheiding
3.3.1
Havenbedrijven (met uitzondering van Den Helder) introduceren uiterlijk in 2016 een financiële incentive voor schepen die plastic gescheiden afgeven. Havenbedrijven en IenM agenderen deze maatregel bij de Vlaamse havens en overheid met het oog op mogelijke gezamenlijke invoering.
3.3.2
SDN voert in samenwerking met de KVNR en IenM in 2015 een verkenning uit naar de mogelijkheden om afvalmanagement aan boord, zoals voorgestaan in deze green deal, internationaal te integreren in reeds bestaande milieuprestatie-indexen. Hierbij wordt (in eerste instantie) gedacht aan de Clean Shipping Index (CSI) (http://www.cleanshippingindex.com/).
3.3.3
VOMS geeft in 2015 aan welke vereisten van belang zijn om de waarde van het aangeleverde plastic voor recycling en verwerking tot brandstof te optimaliseren.
3.3.4
Havenbedrijven stellen per 2016 kwaliteitseisen aan havenontvangstvoorzieningen ten aanzien van plastic scheiding en recycling. Plastic moet gescheiden ingezameld kunnen worden, het ingezamelde schone plastic moet voor 100% gerecycled worden en het plastic uit gemengd aangeleverd afval moet worden nagesorteerd.
Havenbedrijven en IenM agenderen deze maatregel bij de Vlaamse havens en overheid met het oog op mogelijke gezamenlijke invoering.
3.3.5
Het Havenbedrijf Rotterdam voert in 2015 een onderzoek uit om te komen tot een efficiënte wijze van afgeven van afval aan de wal, waarbij in elk geval de uitruil van volle afvalcontainers voor lege afvalcontainers tijdens een havenbezoek van een schip aan de orde zal komen. Hierbij zal ook gekeken worden naar de operationele belemmeringen die zich mogelijk aan boord kunnen voordoen. Dit onderzoek is gereed in 2015.
Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek zullen door Partijen eventuele vervolgstappen geformuleerd worden.
3.3.6
ILT, de Havenmeester van Rotterdam en de Havenmeester van Amsterdam zorgen ervoor dat tijdens reguliere inspecties aan boord, daar waar nodig, aandacht wordt besteed aan bewustwording van de bemanning ten aanzien van afvalmanagement.
3.3.7
IenM brengt de mogelijkheid van fiscale stimulering (VAMIL/MIA) van pyrolise- en recyclinginstallaties actief onder de aandacht bij investeerders.
3.3.8
IenM monitort vanaf 2016 de landelijke afgifte van gescheiden kunststof scheepsafval en de mate waarin dit gerecycled wordt op basis van opgaven van de havenbedrijven. IenM past hiertoe de in de artikelen 5 en 6 van de Regeling Havenontvangstvoorzieningen opgenomen meldplichten van de houder van de havenontvangstvoorziening en de havenbeheerder aan, evenals de handleiding HOV-rapportage en het rapportageformulier, op zodanige wijze dat zij over de gegevens beschikt om deze monitoring uit te voeren.
3.3.9
IenM zet zich in om gescheiden afvalinzameling in zeehavens op de agenda’s van de OsloParijs Commissie (OSPAR), Europese Unie (EU) en IMO te zetten. Zo brengt IenM dit gericht in bij de implementatie van het Regionale Actieplan Marien Zwerfvuil van OSPAR. Ook zal de aankomende herziening van Richtlijn 2000/59/EC hiervoor benut worden. Hierbij zal IenM indien mogelijk het Nederlands Voorzitterschap van de EU in het eerste halfjaar van 2016 benutten. Tenslotte is Nederland voornemens om, conform de procedures in IMO, een document in te dienen over de gevolgde aanpak.
3.3.10
SDN zal de best practices voor afvalmanagement aan boord en in de haven, zoals in de Green Deal beschreven, delen met haar collega NGO’s in Europa en met de internationale partners binnen de Clean Shipping Coalition (observer bij de IMO). SDN zal zich inspannen om ervaringen en resultaten te presenteren tijdens een vergadering van het Marine Environment Protection Committee (MEPC) van IMO.
Artikel 3.4Harmonisering scheepsafval procedures in havens
3.4.1
Havenbedrijven, voeren uiterlijk per 1 januari 2016 een gemeenschappelijk financieringssystematiek in voor de havenontvangstvoorzieningen. Uitgezonderd hiervan zijn: Port of Den Helder en Groningen Seaports. Groningen Seaports zal in 2015 onderzoeken en besluiten of zij alsnog aan kan sluiten bij deze financieringssystematiek.
3.4.2
IenM zet zich in OSPAR verband actief in voor uitbreiding van het aantal deelnemende havens aan een gemeenschappelijke financieringssystematiek.
IenM organiseert hiertoe zo mogelijk met de Vlaamse overheid, in 2015 een workshop met OSPAR-verdragspartijen en havenbedrijven.
3.4.3
IenM spant zich, in EU-, OSPAR- en bilateraal verband, in voor verdergaande harmonisatie van de implementatie van de financierings- en handhavingsbepalingen in Richtlijn 2000/59/EC (Havenontvangstvoorzieningen). IenM zal hiervoor, indien mogelijk, het Nederlands Voorzitterschap van de EU in het eerste halfjaar van 2016 benutten.
4Slotbepalingen
Artikel 4.1 Uitvoering in overeenstemming met het Unierecht
De afspraken van deze Green Deal zullen in overeenstemming met het recht van de Europese Unie worden uitgevoerd in het bijzonder voor zover de afspraken vallen onder de werking van de Europese regels met betrekking tot aanbesteding, mededinging, staatssteun en technisch normen en voorschriften.
Artikel 4.2 Wijzigingen
1Elke Partij kan de andere Partijen schriftelijk verzoeken de Green Deal te wijzigen. De wijziging behoeft de schriftelijke instemming van alle Partijen.
2Partijen treden in overleg binnen zes weken nadat een Partij de wens daartoe aan de andere Partijen schriftelijk heeft medegedeeld.
3De wijziging en de verklaringen tot instemming worden in afschrift als bijlagen aan de Green Deal gehecht.
Artikel 4.3 Werkgroep
Een werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de Partijen, wordt belast met de uitvoering van deze Green Deal.
Artikel 4.4 Evaluatie
1Partijen zullen de uitvoering en werking van deze Green Deal jaarlijks evalueren. De eerste evaluatie vindt medio 2015 plaats.
2De evaluatie zal worden verricht door de werkgroep en een verslag daarvan zal worden opgemaakt door IenM.
Artikel 4.5 Toetreding van nieuwe partijen
1Er kunnen nieuwe partijen toetreden tot deze Green Deal.
2Een nieuwe partij maakt haar verzoek tot toetreding schriftelijk bekend aan het ministerie van IenM. Zodra alle Partijen schriftelijk hebben ingestemd met het verzoek tot toetreding, ontvangt de toetredende partij de status van Partij van de Green Deal en gelden voor die Partij de voor haar uit de Green Deal voortvloeiende rechten en verplichtingen.
3Het verzoek tot toetreding en de verklaring tot instemming worden als bijlage aan de Green Deal gehecht.
Artikel 4.6 Citeertitel
De Green Deal kan worden aangehaald als Green Deal Scheepsafvalketen.
Artikel 4.7 Opzegging
Elke Partij kan deze Green Deal (te allen tijde) met inachtneming van een opzegtermijn van 1 maand schriftelijk opzeggen.
Artikel 4.8 Nakoming
Partijen komen overeen dat de nakoming van de afspraken van de Green Deal niet in rechte afdwingbaar is.
Artikel 4.9 Inwerkingtreding
1Deze Green Deal treedt in werking met ingang van de dag na ondertekening door alle Partijen en loopt tot en met 2020.
2Partijen nemen de uitvoering van alle in deze Green Deal genoemde afspraken zo snel mogelijk ter hand.
Artikel 4.10 Openbaarmaking
Deze Green Deal zal samen met andere afgesloten Green Deals openbaar worden gemaakt, onder andere in de Staatscourant, waardoor anderen kennis kunnen nemen van de gesloten Green Deals, zodat navolging hiervan kan worden bevorderd.
Aldus overeengekomen en ondertekend te Den Haag op 10 september 2014.
BIJLAGE 5:S-formulier
Het actuele S-formulier is te vinden op de website van de Inspectie voor Leefomgeving & Transport:
https://www.ilent.nl/onderwerpen/inzamelen-afval/vraag-en-antwoord/wat-is-s-formulier
BIJLAGE 6: KLACHTENFORMULIER
Aan de havenbeheerder van: (naam van de haven)
1Gegevens betreffende het schip
Naam van het schip:
Eigenaar of exploitant van het schip:
Kenletters of -cijfers:
IMO nummer:
Bruto-inhoud in registertonnen:
Haven van registratie:
Scheepstype:
olietanker
chemicaliëntanker
Ferry
cruiseschip
vrachtschip
bulkcarrier
ander type (specificeren)
2Gegevens betreffende de haven
Land:
Haven of havengebied:
Kade, pier, ligplaats of ankerplaats:
Exploitant van de havenontvangstvoorziening (indien bekend):
Datum van aankomst:
Datum van het voorval:
Datum van vertrek:
3Aard en geschatte hoeveelheid aangeboden scheepsafval
3.1 Olie (Marpol Annex I)
Type oliehoudend scheepsafval:
Bilgewater
m3
Sludge afkomstig van de brandstofzuiveringsinstallatie
m3
Schilfers en slops afkomstig van gereinigde tanks
m3
Vervuild ballastwater
m3
Tankwaswater
m3
Ander scheepsafval (specificeren)
m3
Waren havenontvangstvoorzieningen beschikbaar?
Ja/Nee
Kosten:
3.2 In bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen (Marpol Annex II)
Type mengsel van water en residu van schadelijke vloeistof dat afkomstig is van tankwassingen en dat aan een havenontvangstvoorziening is aangeboden
Categorie X stof
m3
Categorie Y stof
m3
Categorie Z stof
m3
Andere stof (specificeren)
m3
De stof wordt aangemerkt als:
stollend of stof met een hoge viscositeit (aankruisen)
Gangbare benaming van de vervoerde schadelijke vloeistof:
Waren havenontvangstvoorzieningen beschikbaar?
Ja/Nee
Kosten:
3.3 Vuilnis (Marpol Annex V)
Type vuilnis
Plastic
m3
Stuwhout en verpakkingsmateriaal dat blijft drijven
m3
Vermalen resten van papier, lompen, glas, metalen, flessen, aardewerk, etc.
m3
Papier, lompen, glas, metalen, lompen, flessen, aardewerk, etc.
m3
Voedselresten
m3
Asresten uit de verbrandingsinstallatie
m3
Waren havenontvangstvoorzieningen beschikbaar?
Ja/Nee
Kosten:
3.4 Overige afvalstoffen
4Werden aangeboden scheepsafval of restanten van schadelijke stoffen door de exploitant van de havenontvangstvoorziening geweigerd?
5Ontoereikendheid van de havenontvangstvoorziening
5.1 Opmerkingen over de ontoereikendheid
5.2 Locatie van de havenontvangstvoorziening (dichtbij het schip, moeilijk te bereiken locatie, noodzaak tot verhaalbeweging of andere manouevre)
5.3 Indien u problemen ondervond, met wie hebt u dit probleem besproken, of bij wie heeft u dit eerder gemeld?
5.4 Heeft u voorafgaand aan de aankomst in de haven uw afgiftebehoefte in overeenstemming met de geldende regelgeving gemeld?
Ja/Nee
5.5 Heeft u bij aankomst een bevestiging ontvangen over de beschikbaarheid van de verlangde havenontvangstvoorziening?
Ja/Nee
6Aanvullende opmerkingen
7Handtekening van de kapitein of diens vertegenwoordiger / Datum
BIJLAGE 7: VUISTREGELS AFGIFTEPLICHT
In het Noordzeekanaalgebied geldt een afgifteplicht, tenzij het zeeschip over voldoende opslagcapaciteit beschikt voor de volgende haven. In het Noordzeekanaalgebied worden hiervoor de volgende vuistregels gehanteerd:
Volgende aanloophaven
Annex I1
Annex IV
Annex V2
Volgende aanloophaven is een EU3-haven
De kapitein hoeft sludge en/of bilgewater niet af te geven als voor dit type afval nog minstens 25% van de tankcapaciteit beschikbaar is.
De kapitein hoeft Annex IV afval niet af te geven als voor dit type afval nog minstens 25% van de tankcapaciteit beschikbaar is.
De kapitein hoeft Annex V afval niet af te geven als voor dit type afval nog minstens 75% van de daarvoor bestemde opslagcapaciteit beschikbaar is.
Volgende aanloophaven is geen EU-haven en/of onbekend
De kapitein hoeft sludge en/of bilgewater niet af te geven als voor dit type afval nog minstens 75% van de tankcapaciteit beschikbaar is.
De kapitein hoeft Annex IV afval niet af te geven als voor dit type afval nog minstens 25% van de tankcapaciteit beschikbaar is.
Voor dit type afval moet 100% van de daarvoor bestemde opslagcapaciteit4 aanwezig zijn.
1Annex I: De capaciteiten van de sludge- en de bilgetank moeten apart worden beoordeeld. De tankcapaciteiten staan vermeld in de bijlage bij het IOPP-certificaat.
2Annex V: Zie: Annex V van Marpol (resolutie MEPC.201(62)), of de Richtlijnen uit 2012 voor de implementatie van Annex V van Marpol (resolutie MEPC.219(63)).
3EU: Met inbegrip van IJsland, Noorwegen, Rusland en de EU-landen.
4100% moet worden beoordeeld tijdens de inspectie. Verplichte afgifte moet evenredig zijn.
Tabel 11: Vuistregel voor afzien van afgifte van scheepsafvalstoffen
BIJLAGE 8: LEIDRAAD ACCOUNTANTSVERKLARING
Verantwoording afvalstromen
In hoeveelheden
Afvalsoort
Ingezameldscheepsafval
Ingezamelde ladingresiduen
hoeveelheid
eenheid
hoeveelheid
eenheid
Annex I
m³
m³
Annex II
nvt
m³
m³
Annex IV
m³
nvt
m³
Annex V
m³
m³
Waarvan klein gevaarlijk afval:
m³
stuks
kilogram
nvt
m³
stuks
kilogram
Annex VI
m³
m³
In hoeveelheden
Afvalsoort
Verwerkt scheepsafval
Verwerkte ladingresiduen
hoeveelheid
eenheid
hoeveelheid
eenheid
Annex I
m³
m³
Annex II
nvt
m³
m³
Annex IV
m³
nvt
m³
Annex V
m³
m³
Waarvan klein gevaarlijk afval:
m³
stuks
kilogram
nvt
m³
stuks
kilogram
Annex VI
m³
m³
Toelichting: de gegevens betreffen cijfers van afvalstoffen afkomstig van zeeschepen, zoals bedoeld in de Wvvs. De ingezamelde hoeveelheden zijn op basis van (digitale) S-formulieren en de verwerkte hoeveelheden op basis van verwerking door een erkende verwerker.
Financieel
De totaal ontvangen vergoeding voor inzameling, transport, opslag en verwerking van scheepsafval*
Van het Centraal Meldpunt Afvalstoffen van Port of Amsterdam
(indirect)
Van anderen dan het Centraal Meldpunt Afvalstoffen van Port of Amsterdam
(direct)
Annex I
Annex II
nvt
Annex IV
nvt
Annex V
KGA
Annex VI
nvt
Betaalde kosten voor de verwerking van Scheepsafval aan een erkende verwerker
Annex I
Annex II
Annex IV
Annex V
Annex VI
Opgesteld door havenontvangstvoorziening:
Plaats:
Datum:
Ondertekening: