2A. Permanente reclame op particuliere grond en aan de gevel
2A.1 Historische binnenstad Woerden en winkelgebieden Harmelen, Kamerik en Zegveld
2A.1.1 Algemeen
In de winkelgebieden van Woerden, Harmelen en Kamerik (winkelgebied Zegveld is vastgesteld als welstandsvrij gebied) zijn veel monumentale en beeldbepalende panden te vinden. Het is belangrijk dat de historische straatbeelden met haar omgeving in stand worden gehouden. Reclame-uitingen zijn van invloed op het straatbeeld.
De afgelopen jaren zijn er weinig tot geen problemen geweest, die betrekking hadden op reclame- uitingen aangebracht aan of op de gevel. Dit werd extra bevestigd in het gesprek met Belangenvereniging Binnenstadbewoners Woerden (BBW) en Stadshart Woerden.
Er wordt met dit beleid een stuk ruimer omgegaan met gevelreclame. Dit past in de rol van de gemeente: Sterke Samenleving, Slanke Overheid. Mochten ondernemers en bewoners van het winkelgebied meer regels belangrijk vinden, dan kunnen zij hierover onderling nadere afspraken maken.
2A.1.2 Beleidsregels
In beginsel gelden de algemene beleidsregels. Daarnaast wordt het aantal gevelreclame-uitingen vrij gelaten aan de ondernemer. De ondernemer neemt hierin een eigen verantwoordelijkheid. Een aantal vormen zijn niet toegestaan, omdat deze hinder kunnen veroorzaken.
Niet toegestaan
-Reclame-uitingen voeren op een perceel of gedeelte van een pand dat exclusief een woonbestemming heeft.
-De bovenzijde van een reclame-uiting hoger aangebracht dan de onderdorpel van de kozijnen op de eerste verdieping, mits geen sprake van een zelfstandig bedrijf op de eerste verdieping.
-Reclame-uitingen geplaatst bovenop of onderaan luifels.
-Permanente vlaggenmasten en reclamezuilen.
2A.2 Zichtlocaties en cultuurhistorisch waardevolle bebouwingslinten
2A.2.1 Algemeen
Zichtlocaties hebben betrekking op bedrijven die zichtbaar zijn vanaf de hoofdwegen en toegangswegen van Woerden, Harmelen, Kamerik en Zegveld. Dit zijn veelal bedrijven die gevestigd zijn op een bedrijven- en kantorenterrein.
Cultuurhistorisch waardevolle bebouwingslinten, zijn de bebouwingen langs de linten in het buitengebied die de basis zijn geweest voor het ontstaan van de kernen.
De ervaring is dat hier weinig tot geen klachten over binnen komen die betrekking hebben op gevelreclame. Hier wordt de ondernemer dan ook geheel vrij gelaten op het gebied van gevelreclame. Mochten de ondernemers het van belang vinden dat hierover toch afspraken gemaakt worden, dan kunnen zij dit zelf actief regelen (bijvoorbeeld binnen hun BIZ of ondernemersvereniging).
2A.2.2 Beleidsregels
In beginsel gelden de algemene beleidsregels. Daarnaast wordt het aantal gevelreclame-uitingen vrij gelaten aan de ondernemer, met inachtneming van onderstaande beleidsregels (niet toegestaan). De ondernemer neemt hierin een eigen verantwoordelijkheid.
Niet toegestaan
-Reclame-uitingen op het dak.
-Reclame-uitingen voor raamopeningen, tenzij het stickers zijn.
2B. Permanente en tijdelijke reclame op openbare grond
2B.1 Uitstallingen
2B.1.1 Algemeen
Uitstallingen zijn eenvoudig handmatig verplaatsbare objecten die voor een pand worden geplaatst, met als doel reclame te maken en aandacht te trekken. Voorbeelden zijn:
-kledingrekken
-groente- en fruitkisten
-uitzoekbakken
-(elektrische) speeltoestellen
-bloembakken
-reclameborden/swingborden
-sandwichborden
-stellages
Bijlage
1Straatmeubilair (aankondigingsborden, lichtmastreclame, abri’s, billboards e.d.)
Algemeen
Aankondigingsborden
Op aankondigingsborden worden evenementen, beurzen, feesten, bijeenkomsten e.d. aangekondigd. Voorbeelden zijn sandwichborden, bestaande uit twee (kartonnen) borden, bevestigd aan een paal of lichtmast.
Lichtmastreclame
Lichtbakken die aan lichtmasten worden bevestigd is lichtmastreclame. Hiervoor is een bouwvergunning vereist. Deze vorm van reclame is geschikt voor de (invals)wegen naar en door de binnenstad van Woerden. Behalve als reclamemiddel fungeert lichtmastreclame ook vaak als bewegwijzering.
Abri’s, billboards, mupi’s e.d.
Een specifieke vorm van buitenreclame betreft het straatmeubilair met reclamemogelijkheden, zoals abri’s en plattegrondinformatiekasten. Het zijn reclamevormen bij bushokjes en informatie bij toegangswegen.
Meerjarencontract
Om de uniformiteit te waarborgen, is er met een private marktpartij een meerjarencontract afgesloten. De verantwoordelijkheid van de (vergunning)procedure en plaatsing van de aankondigingsborden komt daarmee bij één marktpartij te liggen.
Voor de totstandkoming van het meerjarencontract hanteert de gemeente Woerden haar algemene aanbestedingsbeleid. Online (www.woerden.nl) kan dit beleid opgevraagd worden. Criteria voor de aanbesteding zijn onder andere prijs, kwaliteit en duurzaamheid.
Naast de verantwoordelijkheid voor de gehele (vergunning)procedure, dient de gekozen marktpartij er ook zorg voor te dragen dat de afspraken, die gemaakt zijn met de gemeente ook nagekomen worden. Handhaving van regels hoort hier ook bij, om verrommeling te voorkomen.
Het afsluiten van een meerjarencontract en het opstellen van een uitvoeringsbesluit komt ter verantwoordelijkheid van het team Wijkonderhoud.
Een meerjarencontract is op dit moment afgesloten voor:
-A0 reclame-display (sandwichbord)
-lichtmastreclame
-reclamemast Snelweg
-abri’s Woerden en Harmelen
-digitale informatiezuil Europabaan
-plattegrond informatiekasten
Nog geen meerjarencontract
Tot het moment dat er een meerjarencontract afgesloten is met een marktpartij, geldt de oude werkwijze nog. Hierover kan contact opgenomen worden met het team Wijkonderhoud.
2Spandoeken
Algemeen
Onder een spandoek wordt verstaan: een uitgespannen doek waarop een reclame-uiting of boodschap is aangebracht. Spandoeken worden meestal gebruikt door verenigingen en charitatieve instellingen ter ondersteuning van campagnes of collectes (voor lokale niet commerciële organisaties).
Beleidsregels
Vergunning voor lokale niet commerciële organisaties
-APV vergunning (artikel 2:10A Plaatsen van voorwerpen op openbare plaatsen in strijd met de publieke functie van de openbare plaats), met inachtneming van onderstaande beleidsregels:
Toegestaan
-Spandoeken voor ideële reclame-uitingen
-Ophangen voor een periode van twee weken
-Per activiteit maximaal 5 spandoeken
-Geplaatst binnen de bebouwde kom
-Laagste punt op minimaal 4.50m
-De plek in overleg met de gemeente, Team Wijkonderhoud, bepalen
Niet toegestaan
-Gevaar opleveren voor verkeersveiligheid
-Op commerciële doelen gericht (handelsreclame)
3Bouwborden
Algemeen
Bouwborden zijn tijdelijke borden bij de bouwplaats van een nieuw- of verbouwproject. Op deze borden wordt informatie gegeven over het project, architect, andere betrokkenen, verhuur of verkoop, etc.. Na afloop van de werkzaamheden verdwijnen de bouwborden.
Beleidsregels
Vergunningvrij
-Bouwborden op eigen grond, met inachtneming van onderstaande beleidsregels:
vergunning
-Voor bouwborden op gemeentegrond is een APV vergunning vereist (artikel 2:10A Plaatsen van voorwerpen op openbare plaatsen in strijd met de publieke functie van de openbare plaats)
Toegestaan
-Bouwborden gedurende de voorbereiding en ontwikkeling van de bouwactiviteit
Niet toegestaan
-Gevaar opleveren voor de verkeersveiligheid
-Bouwborden met een permanent karakter
-Verlichte bouwborden
4Mobiele voertuigen
Algemeen
Op mobiele voertuigen, zoals auto’s, aanhangwagens en bakfietsen, kan (handels)reclame worden gemaakt. Deze voertuigen zijn verplaatsbaar.
Beleidsregels
Vergunning en ontheffing
APV vergunning en ontheffing (artikel 2:10A Plaatsen van voorwerpen op openbare plaatsen in strijd met de publieke functie van de openbare plaats en artikel 5:7 APV Parkeren van reclamevoertuigen), met inachtneming van onderstaande beleidsregels:
Toegestaan
-Op parkeerterreinen
-Voor een periode van maximaal twee weken
Niet toegestaan
-Op groenstroken, parkeervakken op de openbare weg en andere plekken anders dan parkeerterreinen
-In woonwijken
-Permanent plaatsen van mobiele voertuigen met reclame
-Gevaar opleveren voor verkeersveiligheid
5Elektriciteit- en trafokasten
Algemeen
Op elektriciteit- en trafokasten kan vaak ook reclame worden gemaakt. Deze kasten staan meestal op plekken waar publiek langskomt. De meeste elektriciteit- en trafokasten zijn in eigendom van een marktpartij en enkele in eigendom van de gemeente.
Beleidsregels
Vergunning
APV vergunning (artikel 2:10A Plaatsen van voorwerpen op openbare plaatsen in strijd met de publieke functie van de openbare plaats), met inachtneming van onderstaande beleidsregels:
Vereisten
-Toestemming van de eigenaar is verplicht. Deze verplichting wordt door de aanvrager zelf gevraagd, voorafgaand aan de indiening van de aanvraag om APV vergunning
-Onderhoud en schoonhouden van de kasten is een verplichting
Niet toegestaan
-Zonder toestemming van de eigenaar reclame aanbrengen
-Gevaar opleveren voor verkeersveiligheid
6Mobiele promotieborden
Algemeen
Op promotieborden kan (elektronisch) informatie worden gegeven of reclame worden gemaakt voor een evenement of festival.
Beleidsregels mobiele promotieborden
Vergunning
-APV vergunning (artikel 2:10A Plaatsen van voorwerpen op openbare plaatsen in strijd met de publieke functie van de openbare plaats), met inachtneming van onderstaande beleidsregels:
Toegestaan
-Op invalswegen die eigendom zijn van de gemeente
-Binnen de bebouwde kom
-Plaatsen maximaal twee weken voor het evenement of festival en één dag na het festival of evenement
-De volgende hoeveelheden gelden per kern:
Woerden: maximaal
Harmelen: maximaal 1
Kamerik: maximaal 1
Zegveld: maximaal 1
Niet toegestaan
-Buiten de bebouwde kom
-Gevaar opleveren voor verkeersveiligheid
7Permanente promotieborden
Algemeen
Op promotieborden kan (elektronisch) informatie worden gegeven of reclame worden gemaakt voor een evenement of festival.
Beleidsregels permanente promotieborden
Vergunning
-Omgevingsvergunning (activiteit bouwen)
Toegestaan
-Op invalswegen die eigendom zijn van de gemeente
-Binnen de bebouwde kom
-Bord voldoet aan de voorschriften van het bestemmingsplan of er zijn afwijkingsmogelijkheden.
-De volgende hoeveelheden gelden per kern:
Woerden: maximaal 4
Harmelen: maximaal 2
Kamerik: maximaal 1
Zegveld: maximaal 1
-De gemeente krijgt altijd de mogelijkheid om gebruik te maken van het promotiebord
Niet toegestaan
-Buiten de bebouwde kom en gevaar opleveren voor verkeersveiligheid
8Makelaarsborden
Algemeen
Makelaarsborden dienen betrekking te hebben op de verkoop of verhuur van onroerend goed.
Beleidsregels
Vergunningvrij
-Makelaarsborden van tijdelijke aard, met inachtneming van onderstaande beleidsregels:
Toegestaan
-Op het pand/perceel waar het bord betrekking op heeft
-Een maximale grootte van 0,50m2 of een maximale breedte of hoogte van 1,00m (artikel 4:15 lid 1c)
-Bij dubbele makelaarsborden moet een enkel bord voldoen aan de maximale maten die hierboven genoemd zijn
Niet toegestaan
-Plaatsen op de openbare weg
-Gevaar opleveren voor de verkeersveiligheid
9Vrije plakplaatsen en verkiezingsborden
Algemeen
Op vrije plakplaatsen mag reclame voor activiteiten en festiviteit gemaakt worden. Deze plekken zijn aangewezen door de gemeente. Rond de verkiezingstijd worden er speciale verkiezingsborden geplaatst. Hier mogen uitsluitend verkiezingspamfletten op worden geplaatst.
Voor de locaties van vrije plakplaatsen en verkiezingsborden kan er contact worden opgenomen met de gemeente, Team Wijkonderhoud.
Beleidsregels
Vergunningvrij voor lokale niet commerciële organisaties
-Het beplakken van vrije plakplaatsen en verkiezingsborden door lokale niet commerciële organisaties, met inachtneming van onderstaande beleidsregels:
Niet toegestaan
-Op niet aangewezen plekken
-Op commerciële gerichte reclame-uitingen (handelsreclame)
10Begrippenlijst
De regelgeving op het gebied van reclame is divers. Het is dus zaak om het begrip reclame in de openbare ruimte goed af te bakenen. Hieronder volgen daarom enkele definities.
Reclame-uiting
Iedere openbare en/of systematische directe dan wel indirecte aanprijzing van goederen, diensten en/of denkbeelden door een adverteerder (organisatie of een persoon niet zijnde een consument) of geheel of deels ten behoeve van deze, al dan niet met behulp van derden. Onder reclame wordt mede verstaan het vragen van diensten. In dit beleid wordt gesproken over een reclame-uiting, als er sprake is van een tekst of afbeelding waarmee een bedrijf of onderneming zich kenbaar maakt .
Ondernemers die een reclame-uiting willen aanbrengen, in de welstandsplichtige gebieden, op en aan gebouwen en op particuliere grond hebben in de meeste gevallen een omgevingsvergunning nodig (en daarnaast geen reclamevergunning meer!).
Reclamevorm/-object
een permanente of tijdelijke constructie op de openbare grond, waarop of –binnen reclame gemaakt kan worden.
Iemand die een dergelijke reclamevorm wil plaatsen, heeft in een aantal situaties een vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) nodig. In dit reclamebeleid worden de regels gesteld, waar deze reclamevorm aan moet voldoen.
Bij een aantal reclamevormen wordt een meerjarencontract met een private marktpartij afgesloten, die verantwoordelijk is voor de gehele (vergunning)procedure. Met de marktpartij worden nadere afspraken gemaakt.
Commerciële of handelsreclame
Iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten met een winstoogmerk.
Niet commerciële of ideële reclame
Openbare aanprijzing zonder handelsbelang, maar met een ideëel, maatschappelijk of politiek belang.
Openbare ruimte
De APV hanteert in plaats van openbare ruimte de term openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg
11Status
Deze notitie heeft de status van toetsingskader die als bijlage aan de welstandsnota is toegevoegd. In de gebieden waar nog een welstandsplicht geldt zal een verzoek om Omgevingsvergunning voor het plaatsen van reclameobjecten die vergunningplichtig zijn voor het aspect bouwen en monumenten nog aan welstandsaspecten getoetst moeten worden. Voor dit aspect zal dit reclamebeleid dan als toetsingskader gelden.
Voor wat betreft de uitstallingen en andere reclamevormen in het openbaar gebied gelden deze regels als toetsingskader binnen de afweging die in de APV onder artikel 2.10A moet worden gemaakt. In dit artikel is aangegeven dat het zonder vergunning van het college o.a. verboden is voorwerpen op of aan de openbare weg te plaatsen. Eén van de weigeringsgronden voor een dergelijke toestemming is als niet voldaan wordt aan de redelijke eisen van welstand. Die eisen zijn dan in dit beleid vastgelegd.
12Overzicht wet- en regelgeving
Het reclamebeleid vindt zijn juridische grondslag in diverse bepalingen, waarvan belangrijke bijvoorbeeld zijn de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De artikelen in de Wabo en de APV lijken op sommige punten hetzelfde te willen regelen en daardoor zou er sprake van doorkruising kunnen zijn, maar dat is niet zo.
De APV is een verordening die wordt vastgesteld door de raad. In een verordening worden bepalingen opgenomen die de raad in het belang van de gemeente nodig acht. De bepalingen mogen niet hetzelfde object én motief hebben als hogere regelgeving. Als dat wel het geval is, heet dat doorkruising en dan is de bepaling in de verordening niet geldig. Bij de Wabo en de APV is er geen sprake van doorkruising, omdat de APV andere motieven heeft dan de Wabo.
In de Wabo is bijvoorbeeld geregeld dat voor een reclame-uiting of -object (= object), dat als bouwwerk moet worden aangemerkt, een omgevingsvergunning nodig is. De achterliggende redenen hiervoor zijn onder andere (bouw)veiligheid en welstand (= motief).
De APV vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op de weg heeft als motief de “bruikbaarheuid en aanzien van de weg” hetgeen een ander motief is dan de veiligheid en het uiterlijk van een bouwwerk. In onze APV is in artikel 2:10 B, derde lid onder b opgenomen dat een APV-vergunning voor het plaatsen van een voorwerp (in geval van een bouwwerk) niet getoetst mag worden aan ‘redelijke eisen van welstand, omdat dit immers al via de omgevingsvergunning voor het bouwen is geregeld.
Het beleid dat in deze nota is geformuleerd, vormt een verdere uitwerking van de toetsingskaders uit de Wabo en de APV.
Hieronder worden de diverse juridische kaders verder uitgewerkt. Ze zijn gesplitst naar landelijke, provinciale en gemeentelijke regelgeving.
12.1Landelijke regelgeving
A. De Grondwet
Bij het maken van beleid voor reclame in de openbare ruimte moet rekening worden gehouden met het grondrecht om gedachten en gevoelens te openbaren op grond van artikel 7 van de Grondwet. Dit artikel ziet toe op de vrijheid van meningsuiting. In artikel 7 lid 4 van de Grondwet wordt het maken van handelsreclame uitgezonderd van deze bescherming van het recht op meningsuiting. Onder handelsreclame verstaat men reclame voor commerciële doeleinden in ruime zin. Hierdoor kan de gemeente dus regels opstellen die handelsreclame verbieden of binden aan voorschriften.
Dat men een grondrecht heeft om gedachten en gevoelens te mogen uiten, betekent overigens niet dat de gemeente alle openbaringen van gedachten en/of gevoelens altijd moet dulden. Wanneer een voorwerp is geplaatst waarop gedachten en/of gevoelens zijn geopenbaard, moet de gemeente bijvoorbeeld beoordelen of het voorwerp voldoet aan de volgende regels:
1Voor wat betreft de constructie van het voorwerp de regels uit het Bouwbesluit (bv. in het geval van een gevaarlijke constructie) (zie Wabo);
2Als het voorwerp in de openbare ruimte wordt geplaatst de regels uit de APV (bv. in het geval van gevaar) (artikel 2:10 lid 5)
B. Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo)
Indien een reclameobject is aan te merken als een bouwwerk, is voor het bouwen2 daarvan een omgevingsvergunning vereist. Een bouwwerk is een constructie van enige omvang en heeft een plaatsgebonden karakter. Het maakt in eerste instantie niet uit of het bouwwerk op eigen terrein of op gemeentegrond gerealiseerd wordt. Voorbeelden van bouwwerken op gebied van reclame zijn reclamezuilen, billboards, etc.
Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan:
a.Bestemmingplan: wanneer het reclameobject in het bestemmingsplan past, wordt op dit onderdeel niet verder getoetst.
b.Wanneer het reclameobject niet in het bestemmingsplan past, wordt beoordeeld of het college medewerking wil verlenen aan het plan. Dat wordt beoordeeld door onder andere te kijken of een eventueel geldend Beeldkwaliteitsplan en/of het reclamebeleid het reclameobject zou toestaan.
2Welstand: er wordt gekeken of er wordt voldaan aan het reclamebeleid (in welstandsplichtige gebieden) en of sprake zou kunnen zijn van een exces (in welstandsvrije gebieden).
3Bouwbesluit en Bouwverordening: er wordt getoetst of het reclameobject voldoet aan de bouwtechnische eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen. Deze eisen gaan over (brand)veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu.
4Er wordt onderzocht of er sprake is van een monument: wanneer het reclameobject op een monument wordt bevestigd zijn er aanvullende regels van toepassing.
Vergunningsvrij bouwen
Er is de laatste jaren op het gebied van bouwen door het rijk veel gedereguleerd. Het bouwen van verschillende soorten bouwwerken is daardoor vergunningsvrij geworden. Voor sommige reclameobjecten, zoals bijvoorbeeld een vlaggenmast is (tot een hoogte van 6,00m) dan ook geen omgevingsvergunning (meer) vereist. Op www.omgevingsloket.nl is te vinden welke bouwwerken omgevingsvergunningsvrij zijn. Bouwwerken moeten, omgevingsvergunningsvrij of niet, wel altijd aan de regels van het Bouwbesluit voldoen.
Wanneer er geen omgevingsvergunning vereist is (en er ook geen andere regelgeving, zoals de APV van toepassing is) kan de gemeente geen verdere eisen stellen aan het bouwwerk. Behalve in het geval van een exces volgens de welstandnota 2011.
Geen bouwwerk maar wel strijdig gebruik bestemmingsplan
Er zijn ook reclameobjecten die geen bouwwerk zijn. Een geveldoek dat zonder frame wordt opgehangen, is geen bouwwerk. Voor een dergelijk geveldoek is alleen een omgevingsvergunning nodig als de aanwezigheid ervan in strijd is met een geldend bestemmingsplan. Er zal dan een omgevingsvergunning voor het wijzigen van het gebruik van het bestemmingsplan aangevraagd moeten worden.
Gemeente bouwt zelf
Wanneer de gemeente zelf bouwwerken realiseert, gelden daarvoor dezelfde regels als voor particulieren of bedrijven. Maar de gemeente kan bijvoorbeeld het plaatsen van straatmeubilair in de meeste gevallen vergunningsvrij doen, omdat zij eigenaar is van de openbare ruimte. Uiteraard moet ook hier weer voldaan worden aan het Bouwbesluit. De veiligheid van een constructie mag immers nooit in het geding zijn.
C. Privaatrecht
Bij het plaatsen van reclameobjecten speelt het privaatrecht regelmatig een rol. Het sluiten van een overeenkomst met een bedrijf om tegen een bepaalde vergoeding reclameobjecten in de openbare ruimte te plaatsen is een voorbeeld daarvan. In zo’n overeenkomst worden vaak bepalingen opgenomen over het plaatsen van het reclameobject. Dergelijke bepalingen mogen echter geen publiekrechtelijke regeling onaanvaardbaar doorkruisen. Dat wil zeggen dat de overheid haar privaatrechtelijke bevoegdheid niet mag gebruiken in plaats van de publiekrechtelijke regeling wanneer bijvoorbeeld:
1de publiekrechtelijke regeling het algemeen belang (de belangen voor de burger) beter beschermt. Met andere woorden als de optimale rechtsbescherming van de burger in het publiekrecht beter wordt gewaarborgd, dan moet de publiekrechtelijke weg bewandeld worden;
2dit via de publiekrechtelijke weg is uitgesloten. Bijvoorbeeld wanneer kostenverhaal in het publiekrecht is uitgesloten dan mogen de kosten niet via het privaatrecht verhaald worden;
3de algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet gewaarborgd kunnen worden.
Bij het plaatsen van reclameobjecten is er meestal geen sprake van onaanvaardbare doorkruising en kunnen zowel het publiekrecht als het privaatrecht ingezet worden. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een reclamemast die op gemeentegrond geplaatst wordt. Daarvoor is een omgevings-vergunning vereist en de gemeente zal daarnaast ook een overeenkomst sluiten met de exploitant van de mast om die tegen een bepaalde vergoeding te mogen exploiteren. Verder zal er een recht van opstal gevestigd moeten worden op de gemeentegrond. Dit om te voorkomen dat de reclamemast door natrekking eigendom wordt van de gemeente.
12.2Provinciale regelgeving
A. Landschapsverordening provincie Utrecht
De provincie Utrecht kent zeer uitgebreide regelgeving op het gebied van reclameobjecten en dergelijke en heeft dit vastgelegd in de Landschapsverordening provincie Utrecht. De hoofdregel in de verordening is dat het verboden is om borden, vlaggen, spandoeken, informatiezuilen en objecten in welke vorm ook, te plaatsen, te doen plaatsen, aan te brengen, dan wel als eigenaar of andere zakelijk gerechtigde of gebruiker van enige onroerende zaak plaatsing op, aan of tegen die onroerende zaak toe te staan of te gedogen. Gedeputeerde Staten verlenen geen ontheffingen van dit verbod, maar hebben wel een lange lijst van vrijstellingen van dit verbod vastgesteld. Onder andere de plaatsing van verkiezingsborden in weilanden is hierin geregeld.
De Landschapsverordening is van toepassing op alle reclameobjecten buiten de bebouwde kom3. Dus ook op reclameobjecten in het buitengebied (exclusief de dorpskernen) van de gemeente Woerden. Met de handhaving op dit verbod zijn de toezichthouders van de provincie Utrecht belast. Wanneer er in de gemeente Woerden buiten de bebouwde kom overtredingen op het gebied van de Landschapsverordening geconstateerd worden, dan kunnen die doorgegeven worden aan de provincie Utrecht.
B. Wegenverordening provincie Utrecht 2010
De provinciale Wegenverordening is van toepassing op gronden die in beheer bij de provincie zijn. Deze verordening is dus ook van toepassing op provinciale wegen en de naastgelegen bermen. In de provinciale verordening is aangegeven dat het onder andere verboden is om het voor het verkeer noodzakelijke uitzicht op en bij wegen te belemmeren en om de veiligheid en doorstroming van het verkeer op de weg in gevaar te brengen. Op de weg mogen alleen voorwerpen geplaatst worden die volgens de Landschapsverordening (zie onder A) zijn vrijgesteld.
12.3Gemeentelijke regelgeving
A. Algemene Plaatselijke Verordening (APV)
De APV kent verschillende artikelen om reclame-uitingen met name in de openbare ruimte te reguleren. De volgende voor reclameobjecten relevante bepalingen zijn daarin opgenomen:
1Artikel 2:10A APV waarin is opgenomen dat het verboden is om zonder vergunning de weg, een weggedeelte of een openbare plaats te gebruiken anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
2Artikel 2:15 APV Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar oplevert. Hiervan kan geen ontheffing of vergunning worden verleend.
3Artikel 4:15 APV waarin is opgenomen dat het verboden is op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. (zogenaamde “Reclamevergunning”)
Zoals in bovenstaand overzicht is te zien is voor het plaatsen van reclameobjecten in de openbare ruimte veelal een APV-vergunning nodig. Deze artikelen zijn vooral bedoeld om de openbare ruimte (verkeers)veilig te houden en om die zonder belemmeringen te kunnen gebruiken en beheren. Het beleidsmatige toetsingskader voor die vergunningen is verder uitgewerkt in dit reclamebeleid.
De APV vergunning (artikel 2:10A) blijft als instrument in stand. Het is wenselijk om grip te houden op de bruikbaarheid van de openbare weg. Dit artikel maakt het mogelijk op te treden tegen plaatsing van allerlei reclame objecten in het openbaar gebied. Als niet voldaan wordt aan de beleidsregels kan hiertegen worden opgetreden. In tegenstelling tot de situatie met de reclameobjecten aan de gevel geldt bij deze vorm van reclameobjecten op de openbare weg dat voor het gehele grondgebied van de gemeente de in deze notitie gestelde regels kunnen worden toegepast als het motief om op te treden is gelegen in de veiligheid en bruikbaarheid van de openbare weg.
Het verbod om beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben (artikel 2:15) dat gevaar kan opleveren aan het wegverkeer omdat het uitzicht belemmerd of op andere wijze gevaar of hinder veroorzaakt blijft onverminderd van kracht en levert een titel op om direct tegen zeer verkeersonveilige situaties op te treden.
De Reclamevergunning (artikel 4:15) is een instrument waarvan wij ons afgevraagd hebben of schrappen van deze vergunningplicht tot problemen zou leiden. Dit om de regeldruk te verminderen. Wij zien geen onoverkomelijke bezwaren voor het schrappen van deze vergunningplicht. Dat betekent niet dat er voor gevelreclame dan geen regels meer gelden. Voor de gebieden, die nog welstandsplichtig zijn moeten de in deze notitie vervatte beleidsregels - als bijlage aan de welstandsnota verbonden – nog altijd getoetst worden bij aanvragen omgevingsvergunning voor het bouwen. Veel gevelreclame objecten zijn ook bouwwerken die ook op grond van de Wabo vergunningplichtig zijn (zie hierboven onder Wabo). Verder zal het voor monumenten duidelijk zijn dat een monumentenvergunning verplicht is en dat het advies van de gemeentelijke monumentencommissie voldoende waarborg is voor de beoordeling of een reclame object het monument en zijn omgeving ontsiert.
Naast deze beleidsnotitie zal dus ook aan de gemeenteraad een voorstel worden gedaan om artikel 4.15 uit de APV te schrappen en daarmee de veelheid aan vergunningsstelsels iets te verminderen.
Venten behoren strikt genomen niet tot het reclamebeleid, maar wordt veelal wel ervaren als een vorm van reclame en kan voor overlast zorgen. De regels over venten zijn opgenomen in de APV. De volgende verbodsbepaling is van toepassing:
Artikel 5:15 APV waarin opgenomen is dat het verboden is te venten in het centrum (gebied binnen de Singel) van de kern Woerden op vrijdagavond tussen 18:00 uur en 21:00 uur (koopavond) en in het weekend.
B. Precarioverordening
Voor het stallen van voorwerpen op de openbare weg, waaronder terrassen, uitstallingen, bouwketen e.d. wordt op grond van de Precarioverordening een legestarief in rekening gebracht voor de duur van het gebruik van de openbare grond voor andere doeleinden dan waarvoor de weg is bedoeld. Deze precarioverordening blijft ook onverminderd van kracht.
C. Welstandsnota / excessenregeling
De huidige welstandsnota Woerden, herziening 2009, is op 26 februari 2009 vastgesteld door de gemeenteraad. Het raadsbesluit tot verruiming van het aantal welstandsvrije gebieden van 31 oktober 2013 heeft tot gevolg dat veel ca. 33 van de 55 gebieden die worden beschreven in de genoemde welstandsnota komen te vervallen en niet langer aan welstandstoetsing onderhevig zijn.
Het reclamebeleid vormt een bijlage van de welstandsnota en is alleen van toepassing in de nog resterende welstandsplichtige gebieden in de gemeente.
Wel blijft voor de gehele gemeente de zogenaamde “excessenregeling” van kracht. Dat betekent dat het nog altijd mogelijk blijft om ten aanzien van bestaande bouwwerken (dus achteraf) aan te geven dat tegen een bouwwerk dat door zijn uiterlijk een vorm van maatschappelijke onrust teweeg brengt nog altijd kan worden opgetreden op basis van de Woningwet. Het woord “exces” geeft al aan dat er wel zeer zwaarwegende redenen zullen moeten zijn om op te treden en tot op heden is dit instrument – voor zover kan worden nagegaan – ook nog niet toegepast in Woerden. Het dient dan ook meer als een uiterste redmiddel, een soort vangnet.
D. Monumentenwet en -verordening
In de gemeente Woerden zijn bepaalde panden aangemerkt als rijks dan wel gemeentelijk ‘monument’. Soms wordt een aanvraag gedaan om een reclameobject op een monument te plaatsen. Uitgangspunt hierbij is dat de reclameobjecten op een harmonieuze manier opgenomen moeten worden in de architectuur van het pand waarbij de monumentale waarden van het pand niet worden aangetast.
Het reclameobject moet aansluiten op de functie van een pand. Sommige reclameobjecten zijn van oudsher verbonden met een functie. Wat toelaatbaar is op een individueel monument is niet in algemene criteria vast te leggen. Dit verschilt per geval en is onder meer afhankelijk van de specifieke (gevel-) opbouw van een gebouw. Een aanvraag voor een reclameobject aan een gemeentelijk- of rijksmonument wordt daarom ter beoordeling voorgelegd aan de gemeentelijke commissie voor monumenten en cultuurlandschap. Bij de beoordeling van de aanvraag wordt onder meer gelet op de visuele en de fysieke (bv. benodigde boorgaten) aantasting van het monument. Ook worden de criteria voor het gebied, waarin het monument staat, betrokken bij de beoordeling of een reclameobject op het monument toelaatbaar is.