Aanhef
De raad van de gemeente Winsum;
Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 februari 2012, metoverneming van de daarin vermelde motieven;
gelet op artikel 8 lid 1 onderdeel g, artikel 8 lid 2 onderdeel d en artikel 35
lid 5 van de Wet werk en bijstand;
B E S L U I T :
Vast te stellen:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1. Begrippen
1Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet.
2In deze verordening wordt verstaan onder:
a.de wet: de WWB.
b.het college: het college van burgemeester en wethouders van Winsum.
c.de raad: de gemeenteraad van Winsum.
d.sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve activiteit: een
e.maatschappelijke, educatieve, sportieve of culturele activiteit die beoogt een sociaal isolement te voorkomen of te doorbreken.
Artikel 2. Maatschappelijke participatie
Uitsluitend kosten in verband met maatschappelijke participatie van een ten
laste komend kind dat onderwijs of een beroepsopleiding volgt, komen in
aanmerking voor bijstandsverlening op grond van deze verordening. Met
maatschappelijke participatie wordt bedoeld dat het oogmerk van
bijstandsverlening dient te zijn het voorkomen of doorbreken van een sociaalisolement.
Hoofdstuk 2 Recht op bijzondere bijstand voor maatschappelijke participatie
Artikel 3. Voorwaarden
1Uitsluitend een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 35 lid 5 WWB, met een in aanmerking te nemen inkomen van ten hoogste een inkomen zoals bedoeld in artikel 35 lid 9 WWB, komt in aanmerking voor categoriale bijzondere bijstand op grond van deze verordening.
2Uitsluitend kosten voor sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve activiteiten in verband met ‘maatschappelijke participatie’ zoals bedoeld in artikel 2 komen in aanmerking voor categoriale bijzondere bijstand op grond van deze verordening.
Artikel 4. Uitvoering
1Het college stelt beleidsregels vast met betrekking tot de uitvoering van deze regeling.
2De beleidsregels bevatten in ieder geval:
a.een overzicht van de te verstrekken kosten in verband met sociaal-culturele, educatieve en sportieve activiteiten;
b.de hoogte van de te vergoeden kosten per kind per regeling.
Hoofdstuk 3 Slotbepalingen
Artikel 5. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2012 en werkt terug tot 1 januari 2012.
Artikel 6. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening participatie schoolgaande kinderen WWB 2012.