Aanhef
Het college van de gemeente Winsum,
Gelet op 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;
Gelet op art. 31 lid 2 sub j van de Participatiewet;
Gelet op artikel 13 van de Verordening Re-integratie Participatiewet, IOAW en IOAZ BMWE 2018;
Besluit vast te stellen de
Artikel 1 Begripsomschrijving
Voor de toepassing van deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a.Arbeid: arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek dan wel een aanstelling als ambtenaar als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Ambtenarenwet, dan wel het uitvoeren van arbeid als zelfstandige, dan wel het uitvoeren van arbeid op uitzendbasis;
b.IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
c.IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
d.Uitkering: algemene bijstand op grond van de Participatiewet of een uitkering op grond van de IOAW of de IOAZ;
e.Uitstroompremie: een premie die verstrekt wordt bij het aanvaarden en behouden van arbeid;
f.Uitkeringsgerechtigde: degene die een uitkering op grond van de IOAW, IOAZ of Participatiewet ontvangt van 27 jaar en ouder;
g.Verordening: Verordening Re-integratie Participatiewet, IOAW en IOAZ BMWE 2018.
Artikel 2 Voorwaarden voor verstrekken van een uitsptrookpremie
1vanuit de uitkering uitstroomt naar ongesubsidieerde arbeid of als zelfstandige gaat werken en daarmee inkomen verwerft waardoor hij of zij niet meer afhankelijk is van de uitkering en;
2deze baan ten minste zes maanden aaneen heeft behouden, en
3in de periode direct voorafgaand aan de werkaanvaarding ten minste 12 maanden recht had op een uitkering.
Artikel 3 Hoogte van de premie
1De hoogte van de uitstroompremie bedraagt € 1.000,-.
2Als de uitkeringsgerechtigde gezamenlijk met een partner een uitkering ontving, ontvangen beide partners gezamenlijk één uitstroompremie
Artikel 4 Uitbetaling uitstroompremie
De uitbetaling van de uitstroompremie vindt ambtshalve plaats in de zevende maand na de laatste maand waarin de uitkering is uitbetaald.
Artikel 5 Gevallen waarin de beleidsregel niet voorziet
1Het college kan ten gunste van de persoon afwijken van de bepalingen in deze beleidsregel, indien toepassing van de beleidsregel leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
2In gevallen, die de uitvoering van deze beleidsregel betreffen, waarin deze beleidsregel niet voorziet, beslist het college.
Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag waarop de Verordening Re-integratie Participatiewet, IOAW en IOAZ BMWE 2018 in werking treedt
2Deze regel wordt aangehaald als: Beleidsregel uitstroompremie naar werk BMWE 2018.