Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels giften en schadevergoedingen gemeente Westerkwartier 2026

Gemeente Westerkwartier · geldt sinds 10 september 2026

Aanhef

Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na de bekendmaking en werken terug tot 1 januari 2026

Hoofdstuk 1 Giftenbeleid

Artikel 1 Begripsbepaling

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

a.wet: de Participatiewet;

b.belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken;

c.gift: een bijdrage of meerdere bijdragen zonder dat daar een verplichting of tegenprestatie tegenover staat. Dit kan een geldbedrag zijn of een op geld waardeerbaar voordeel. Wanneer het uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord is kan een gift als middel worden vrijgelaten op grond van artikel 31 lid 2 sub m van de wet. Een gift kan vallen in verschillende categorieën: vrij besteedbaar inkomen, vermogen of kostenbesparingen;

d.kostenbesparende bijdrage: betalingen of aankopen gedaan door een derde waarmee wordt bespaard op de noodzakelijke kosten van bestaan van de bijstandsgerechtigden. Denk aan: boodschappen of kleding betalen, een zorgpremie of huur betalen;

e.schadevergoeding: andere dan de in artikel 31 lid 2 sub l van de wet bedoelde vergoedingen voor materiële en immateriële schade voorzover deze uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn en op grond van artikel 31 lid 2 sub m van de wet kunnen worden vrijgelaten;

Artikel 2 Giften in de vorm van geld

1Voor alle giften en kostenbesparende bijdragen samen wordt de vrijlatingsgrens per kalenderjaar gehanteerd zoals omschreven in artikel 31 lid 2 onder m van de Participatiewet. Dit bedrag geldt per kalenderjaar per uitkering.

2Bij de in het eerste genoemde lid bedoelde gift wordt geen onderscheid gemaakt of het een gift in natura of in geld is en of de gift eenmalig of periodiek wordt verstrekt.

3Wanneer het drempelbedrag door een gift of giften wordt overschreden wordt het bedrag van overschrijding tot de middelen van de belanghebbende gerekend.

4Voor giften en kostenbesparende bijdragen tot het drempelbedrag geldt geen meldingsplicht.

5Voor alle giften en kostenbesparende bijdragen gezamenlijk boven het drempelbedrag, zowel eenmalig als periodiek, geldt een meldingsplicht.

6De meldingsplicht geldt niet voor giften als bedoeld in artikel 3 lid 2 en 3.

Artikel 3 Giften voor bijzondere kosten

1Giften worden niet als middelen voor de bijstand aangemerkt, voor zover deze worden verstrekt voor kosten waar anders bijzondere bijstand voor verstrekt had kunnen worden.

2Giften in de vorm van verstrekkingen van kerken, (gemeentelijke) minimafondsen, voedselbank, kledingbank, speelgoedbank, stichting Leergeld, Jeugdsportfonds, en dergelijke charitatieve instellingen worden niet als middel beschouwd.

3Tegemoetkomingen in de vorm van donatie(s) en/of uitkering(en) van lokale (energie)coöperatie, welke er op gericht zijn de energiekosten en/of het energieverbruik te verlagen, worden vrijgelaten tot een maximumbedrag van € 180,00 per jaar.

Artikel 4 Giften in natura

1Alle giften in natura worden niet als middelen voor de bijstand aangemerkt voor zover het drempelbedrag per kalenderjaar niet wordt overschreden.

2Een gift of giften in natura die het drempelbedrag overstijgen, worden tot middelen van belanghebbende gerekend voor het gedeelte van de overschrijding.

3Lid 2 is niet van toepassing voor zover de gift uit oogpunt van bijstandsverlening verantwoord is (bijvoorbeeld een gift in natura in de vorm van een medisch hulpmiddel dat noodzakelijk is voor het functioneren van belanghebbende of een van de gezinsleden).

4Bij het ontvangen van een vervoersmiddel als gift wordt de waarde boven het drempelbedrag tot het vermogen gerekend. Er wordt rekening gehouden met de vrijlating voor een eerste vervoersmiddel, zoals beschreven in de Beleidsregels bijzondere bijstand Westerkwartier.

Artikel 5 Giften in verband met schulden

1Een gift die wordt verstrekt ter betaling van een (aantoonbare) problematische schuld, ontstaan in een periode voor aanvang van bijstandsverlening wordt niet in aanmerking genomen als middel.

2Om de gift vrij te kunnen laten dient er op het moment van aanvang van de bijstandsverlening een negatief vermogen te zijn vastgesteld. Ook dient er sprake te zijn van een terugbetalingsverplichting. Daarnaast dient de afbetaling van de schuld rechtstreeks aan de schuldeiser plaats te vinden.

3Een schuld is problematisch als deze (aantoonbaar) niet binnen 36 maanden terugbetaald kan worden of wanneer er sprake is van een acute noodsituatie.

Hoofdstuk 2 Vergoedingen in verband met geleden schade

Artikel 6 Vergoedingen in verband met schade

1Een schadevergoeding voor materiele schade wordt niet als middel(en) aangemerkt, tenzij de schadevergoeding niet wordt gebruikt voor het wegnemen van de schade.

2Een schadevergoeding die is bedoeld om het verlies van arbeidsvermogen te compenseren wordt aangemerkt als inkomen voor de periode waarop de vergoeding betrekking heeft.

3Bij immateriële schadevergoeding, ook wel smartengeld, moet per persoon een beoordeling worden gemaakt of de te ontvangen vergoeding als onderdeel van het inkomen wordt beschouwd. Hierin wordt rekening gehouden met:

º De leeftijd van belanghebbende;

º De mogelijkheden van belanghebbende om in de toekomst eigen inkomsten te krijgen;

º De duur van de nog te verwachten periode van bijstandsverlening.

4Vergoeding voor aardbevingsschade: Een vergoeding voor aardbevingsschade bedoeld voor het materiele herstel van ontstane schade als gevolg van een aardbeving of aardbevingen wordt volledig vrijgelaten bij de vaststelling van algemene of bijzondere bijstand. Hierbij is artikel 6 lid 1 van deze beleidsregels van toepassing.

Artikel 7 Onvoorziene gevallen

Het college kan in bijzondere situaties ten gunste van belanghebbende afwijken van de beleidsregels indien toepassing tot onbillijkheden leidt.

Artikel 8 Inwerkingtreding

1Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na de bekendmaking ervan.

2Deze beleidsregels werken terug tot en met 1 januari 2026.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.