Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe en de burgemeester van West Betuwe ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;
overwegende, dat de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet bibob) hen beleidsruimte verschaft bij de besluitvorming omtrent het toepassen van hun, uit deze wet voortvloeiende bevoegdheden;
gelet op het bepaalde in de Wet bibob en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);
besluiten vast te stellen:
De Beleidsregel toepassing Wet bibob gemeente West Betuwe.
Hoofdstuk 1 Algemeen
Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen
1De definities in artikel 1, eerste lid van de Wet bibob zijn van overeenkomstige toepassing op deze Beleidsregel.
2In deze Beleidsregel wordt verstaan onder:
a.Bestuursorgaan: de burgemeester onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe.
b.Apv: de Algemene plaatselijke verordening West Betuwe.
c.Wabo: de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
d.RIEC: het Regionaal Informatie en Expertise Centrum.
e.LBB: het Landelijk Bureau Bibob.
f.Bibob-onderzoek: het onderzoek en de beoordeling door het bestuursorgaan/ de gemeente en/of het LBB of, en zo ja in hoeverre sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 3, artikel 4 en artikel 9 van de Wet bibob.
g.Bibob-vragenformulier: het formulier dat is vastgesteld krachtens artikel 7a, vijfde lid van de Wet bibob.
h.OM: het Openbaar Ministerie.
i.College: het college van burgemeester en wethouders.
Artikel 1.2 Toepassing Beleidsregel
Deze Beleidsregel heeft uitsluitend betrekking op de toepassing van de Wet bibob door de rechtspersoon de gemeente West Betuwe en het bestuursorgaan. De Beleidsregel laat dus onverlet, dat binnen de grenzen van de Wet bibob, op andere wijze een integriteitstoets wordt uitgevoerd en dat de uitkomsten daarvan bij verdere besluitvorming worden betrokken.
Artikel 1.3 Uitvoering Bibob-onderzoek in afwijking van Beleidsregel
Deze Beleidsregel laat onverlet dat in afwijking van de hierna volgende bepalingen tot uitvoering van een Bibob-onderzoek kan worden besloten, indien de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven.
Hoofdstuk 2 Beschikkingen
Artikel 2.1 Alcoholwetvergunning en exploitatievergunning
De toepassing van de Wet bibob zal door het bestuursorgaan op de hieronder aangeduide beschikkingen
op de volgende wijze plaatsvinden:
1Uitvoering van de Bibob-toets vindt plaats bij:
a.elke aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet (Alcoholwetvergunning), met uitzondering van een aanvraag voor een horecabedrijf als bedoeld in artikel 4 van de Alcoholwet;
b.elke aanvraag als bedoeld in artikel 2:28 van de Apv (exploitatievergunning openbare inrichting);
c.elke aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 3:4 van de Apv (seksinrichting).
2Uitvoering van de Bibob-toets vindt bij de in het derde lid genoemde aanvragen voor een beschikking plaats op grond van:
a.eigen ambtelijke informatie en/of;
b.informatie van een of meerdere partners binnen het RIEC en/of;
c.informatie verkregen van het LBB en/of;
d.andere relevante informatie daartoe aanleiding geeft en/of;
e.het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet bibob,
er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij de aanvraag sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet bibob.
3Bij de in het tweede lid genoemde aanvragen gaat het om de aanvraag als bedoeld in:
a.artikel 3 van de Alcoholwet, in het geval het een horecabedrijf betreft, als bedoeld in artikel 4 van de Alcoholwet (Alcoholwetvergunning para commerciële rechtspersoon);
b.artikel 30;
c.a van de Alcoholwet (melding wijziging leidinggevende op het aanhangsel van de Alcoholwetvergunning);
d.de aanvraag als bedoeld in artikel 2:25 van de Apv (evenementenvergunning);
e.de aanvraag als bedoeld in artikel 2:39 (exploitatievergunning speelgelegenheid) van de Apv.
Artikel 2.2 Omgevingsvergunning bouw
1In geval van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wabo start het bestuursorgaan een Bibob-onderzoek mits sprake is van bouwactiviteiten welke betrekking hebben op de risicocategorieën, zoals benoemd in bijlage 1 bij deze Beleidsregel.
2Uitvoering van de Bibob-toets vindt bij de overige / niet in het eerste lid bedoelde aanvragen voor een beschikking plaats op grond van:
a.eigen ambtelijke informatie en/of;
b.informatie van een of meerdere partners binnen het RIEC en/of;
c.informatie verkregen van het LBB en/of;
d.andere relevante informatie daartoe aanleiding geeft en/of;
e.het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet bibob,
er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij de aanvraag sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet bibob.
3De Bibob-toets wordt niet toegepast, in geval de aanvraag afkomstig is van:
a.overheidsinstanties;
b.semioverheidsinstanties
1Semioverheid is een algemene aanduiding voor allerlei soorten overheidsorganisaties, die "dicht tegen de overheid aan zitten". Kenmerken van semioverheid is dat er sprake is van:a. wettelijke taken en/ of het dienen van een uitgesproken publiek belang;b. een (aanzienlijke) publieke financiering.
;
c.woning(bouw)corporaties.
Artikel 2.3 Omgevingsvergunning milieu
1In geval van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e. van de Wabo, start het bestuursorgaan een Bibob-onderzoek voor zover het gaat om inrichtingen, die betrekking hebben op de risicocategorieën, zoals benoemd in bijlage 1 bij deze Beleidsregel.
2Uitvoering van de Bibob-toets vindt bij de overige / niet in het eerste lid bedoelde aanvragen voor een beschikking plaats wanneer op grond van:
a.eigen ambtelijke informatie en/of;
b.informatie van een of meerdere partners binnen het RIEC en/of;
c.andere relevante informatie daartoe aanleiding geeft en/of;
d.informatie verkregen van het LBB en/of;
e.het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet bibob,
er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij de aanvraag sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet bibob.
3De Bibob-toets wordt niet toegepast, ingeval de aanvraag afkomstig is van:
a.overheidsinstanties;
b.semioverheidsinstanties.
4In geval van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i van de Wabo, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een activiteit waarvoor bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 2.17 van die wet is bepaald, dat de beschikking in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 Wet bibob kan worden geweigerd (omgevingsvergunning beperkte milieutoets) wordt een Bibob-onderzoek gestart wanneer op grond van:
a.eigen ambtelijke informatie en/of;
b.informatie van een of meerdere partners binnen het RIEC en/of;
c.informatie verkregen van het LBB en/of;
d.andere relevante informatie daartoe aanleiding geeft en/of;
e.het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet bibob,
er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij de aanvraag sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet bibob.
5De Bibob-toets wordt niet toegepast, in geval de aanvraag afkomstig is van:
a.overheidsinstanties;
b.semioverheidsinstanties;
c.woning(bouw)corporaties.
Artikel 2.4 Subsidies
In geval van een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in de Algemene Subsidieverordening West Betuwe, start het college een Bibob-onderzoek, indien op grond van:
a.eigen ambtelijke informatie en/of;
b.informatie van een of meerdere partners binnen het RIEC en/of;
c.informatie verkregen van het LBB en/of;
d.andere relevante informatie daartoe aanleiding geeft en/of;
e.het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet bibob,
vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet bibob en/of over de organisatiestructuur en/of over de wijze van financiering.
Artikel 2.5 Verleende beschikking
In geval van een reeds verleende beschikking start het bestuursorgaan een Bibob-onderzoek, indien op grond van:
a.eigen ambtelijke informatie en/of;
b.informatie van een of meerdere partners binnen het RIEC en/of;
c.informatie verkregen van het LBB en/of;
d.het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet bibob,
vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet bibob en/of over de organisatiestructuur en/of over de wijze van financiering.
Hoofdstuk 3 Privaatrechtelijke transacties
Artikel 3.1 Vastgoedtransacties screening vooraf
1De gemeente start een Bibob-onderzoek alvorens een beslissing wordt genomen over het aangaan van een vastgoedtransactie indien op grond van:
a.eigen ambtelijke informatie en/of;
b.informatie van een of meerdere partners binnen het RIEC en/of;
c.informatie verkregen van het LBB en/of;
d.andere relevante informatie daartoe aanleiding geeft en/of;
e.het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet bibob,
vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet bibob en/of over de organisatiestructuur en/of over de wijze van financiering.
2De gemeente kan een Bibob-onderzoek instellen met betrekking tot vastgoedtransacties waarbij de gemeente partij is. Bij de start van onderhandelingen daartoe, stelt de gemeente de wederpartij ervan in kennis dat een Bibob-onderzoek deel kan uitmaken van de procedure.
3In de overeenkomst kan een integriteitsclausule worden opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst.
4De Bibob-toets wordt in principe beperkt tot:
a.de verkoop, huur of erfpacht van gemeentelijke gebouwen die betrekking hebben op de risicocategorieën, zoals benoemd in bijlage 1 bij deze beleidsregel;
b.de verkoop van gemeentelijke gronden, voor zover deze gronden naar het oordeel van het college van strategisch gemeentelijk belang zijn.
5De Bibob-toets wordt in principe niet toegepast bij vastgoedtransacties met overheidsinstanties, semioverheidsinstanties of woning(bouw)corporaties.
6De Bibob-toets wordt verder beperkt tot de transacties die een of meerdere van onderstaande kenmerken hebben:
a.hoge mate van financiële complexiteit;
b.behorend tot een als zodanig door het college benoemde risicobranche of benoemd risicogebied;
c.hoge mate van complexiteit met betrekking tot de bedrijfsstructuur;
d.exceptioneel financieel risico voor de gemeente.
4Indien is besloten tot het starten van een Bibob-onderzoek, komt er geen overeenkomst tot stand totdat het Bibob-onderzoek volledig is afgerond, tenzij partijen dat nadrukkelijk anders overeenkomen.
Artikel 3.2 Vastgoedtransacties screening achteraf
1De gemeente start, nadat de vastgoedtransactie tot stand is gekomen, een Bibob-onderzoek, indien in de overeenkomst een Bibob-beëindigingclausule als bedoeld in artikel 5a, sub b van de Wet bibob is opgenomen én indien op grond van:
a.eigen ambtelijke informatie en/of;
b.informatie van een of meerdere partners binnen het RIEC en/of;
c.informatie verkregen van het LBB en/of;
d.andere relevante informatie daartoe aanleiding geeft en/of;
e.het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet bibob,
er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij de aanvraag sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet bibob, vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet bibob en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering.
2Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan de gemeente, nadat de vastgoedtransactie tot stand is gekomen, periodiek een Bibob-onderzoek uitvoeren op momenten zoals in de overeenkomst bepaald.
Artikel 3.3 Overheidsopdrachten
In geval van een overheidsopdracht die onder het bereik van de Wet bibob valt, start de gemeente een Bibob-onderzoek, indien op grond van:
a.eigen ambtelijke informatie en/of;
b.informatie van een of meerdere partners binnen het RIEC en/of;
c.informatie verkregen van het LBB en/of;
d.andere relevante informatie daartoe aanleiding geeft en/of;
e.het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet bibob,
vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet bibob en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering.
Hoofdstuk 4 Gevolgen van de Bibob-procedure bij beschikkingen
Artikel 4.1 Gevolgen van gebrekkige informatievoorziening door betrokkene
1Het bestuursorgaan is bevoegd een aanvraag voor een beschikking buiten behandeling te laten, in geval van het niet of niet volledig invullen van het Bibob-vragenformulier, dan wel het niet of niet volledig verstrekken van de op basis van het Bibob-vragenformulier verzochte gegevens en bescheiden, mits de betrokkene de gelegenheid heeft gehad tot herstel van dit verzuim binnen een redelijke termijn.
2Het bestuursorgaan trekt een verleende beschikking in, in geval van het niet of niet volledig invullen van het Bibob-vragenformulier, dan wel het niet of niet volledig verstrekken van de op basis van het Bibob-vragenformulier verzochte gegevens en bescheiden, mits de betrokkene de gelegenheid heeft gehad tot herstel van dit verzuim.
3Het bestuursorgaan kan besluiten een aanvraag buiten behandeling te laten, dan wel kan een verleende beschikking intrekken, in geval van het niet of niet volledig beantwoorden van de door het LBB op grond van artikel 12 Wet bibob gestelde vragen, dan wel in geval van het niet of niet volledig verstrekken van door de het LBB op basis van datzelfde artikel verzochte gegevens.
Artikel 4.2 Gevolgen van een Bibob-onderzoek bij beschikkingen
1Het bestuursorgaan gaat over tot een weigering van een aanvraag om (wijziging van) een beschikking of tot intrekking van een reeds verleende beschikking, indien uit het eigen onderzoek of uit advies van het LBB blijkt dat er sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet bibob, dan wel een situatie zich voordoet als bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet bibob.
2Het bestuursorgaan verbindt bij een mindere mate van gevaar als bedoeld in artikel 3, zevende lid van de Wet bibob voorschriften aan een beschikking. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van dergelijk gevaar.
Artikel 4.3 Gevolgen van een beëindigde relatie tussen de betrokkene en een derde
1Indien de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die, al dan niet vermoedelijk, gepleegd zijn door een derde als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet bibob, dan kan het bestuursorgaan de feiten van die derde na het verbreken van de relatie tussen de betrokkene en de derde, gedurende drie jaren volledig betrekken bij de beoordeling van het gevaar.
2Voor het bepalen van het moment waarop de relatie tussen de betrokkene en de derde formeel en feitelijk is beëindigd, wordt bij de toepassing van het eerste lid uitgegaan van gegevens uit het Handelsregister en/of andere documentatie die naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende uitsluitsel geeft over de beëindiging van de relatie.
Hoofdstuk 5 Gevolgen van de Bibob-procedure bij privaatrechtelijke transacties
Artikel 5.1 Gevolgen van een Bibob-onderzoek bij vastgoedtransacties
1De gemeente kan overgaan tot het afbreken van de onderhandelingen, indien uit het eigen onderzoek en/of een eventueel daarop afgegeven advies van het LBB blijkt dat één van de onderstaande situaties zich voordoet:
a.er is sprake van tenminste een mindere mate van gevaar dat de vastgoedtransactie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten;
b.er is sprake van tenminste een mindere mate van gevaar dat in of met de onroerende zaak waar de vastgoedtransactie betrekking op heeft, mede strafbare feiten zullen worden gepleegd;
c.er is sprake van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die naar het oordeel van de gemeente een integriteitsrisico vormen (ongeacht de mate van gevaar);
d.er is sprake van feiten en omstandigheden die er op wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de vastgoedtransactie een strafbaar feit is gepleegd;
e.betrokkene heeft nagelaten de op grond van artikel 7a Wet bibob gevraagde gegevens en bescheiden te verschaffen en/of heeft nagelaten de vragen die hem door de gemeente zijn gesteld op basis van dat artikel binnen de door de gemeente gestelde termijn volledig en naar waarheid te beantwoorden;
f.betrokkene heeft nagelaten de op grond van artikel 12 Wet bibob gevraagde gegevens en bescheiden te verschaffen en/of heeft nagelaten de vragen die hem door het LBB zijn gesteld op basis van dat artikel binnen de door het LBB gestelde termijn volledig en naar waarheid te beantwoorden.
2In de gevolgen van een Bibob-onderzoek dat is gestart nadat de vastgoedtransactie is aangegaan, wordt bij overeenkomst door de gemeente (medewerkers van vastgoed) voorzien door middel van een ontbindende of opschortende voorwaarde.
Artikel 5.2 Gevolgen van een beëindigde relatie tussen de betrokkene en een derde
1Indien de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die, al dan niet vermoedelijk, gepleegd zijn door een derde als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet bibob, dan kan de gemeente de feiten van die derde na het verbreken van de relatie tussen de betrokkene en de derde, gedurende drie jaren volledig betrekken bij de beoordeling van het gevaar met betrekking tot de vastgoedtransactie.
2Voor het bepalen van het moment waarop de relatie tussen de betrokkene en de derde formeel en feitelijk is beëindigd, wordt bij de toepassing van het eerste lid uitgegaan van gegevens uit het handelsregister en/of andere documentatie die naar het oordeel van de gemeente voldoende uitsluitsel geeft over de beëindiging van de relatie.
Artikel 5.3 Gevolgen van een Bibob-onderzoek bij aanbestedingen
1In geval van een inschrijving op een overheidsopdracht kan de informatie uit het Bibob-onderzoek dienen als onderbouwing van een of meerdere uitsluitingsgronden als genoemd in de Aanbestedingswet 2012.
2De gemeente kan besluiten een overheidsopdracht niet te gunnen, in geval van het niet of niet volledig invullen van het Bibob-vragenformulier, dan wel in geval van het niet of niet volledig verstrekken van de op basis van het Bibob-vragenformulier verzochte gegevens en bescheiden, mits de betrokkene de gelegenheid heeft gehad tot herstel van dit verzuim.
3De gemeente kan besluiten een overheidsopdracht niet te gunnen, in geval van het niet of niet volledig beantwoorden van de door het LBB gestelde vragen, dan wel in geval van het niet of niet volledig verstrekken van door het LBB verzochte gegevens.
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
Artikel 7.1 Intrekking
De beleidsregel toepassing Wet bibob gemeente West Betuwe (vastgesteld d.d. 10 september 2019) wordt ingetrokken met ingang van het moment waarop deze Beleidsregel in werking treedt.
Artikel 7.2 Inwerkingtreding
Deze Beleidsregel treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking hiervan in het digitale Gemeenteblad.
Artikel 7.3 Citeertitel
Deze Beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel toepassing Wet bibob gemeente West Betuwe.
Bijlage 1 Risicocategorieën
•Hotels
•Kamerverhuurbedrijven (alsmede omgevingsvergunningen voor kamerverhuur- en/of logiespanden waarbij sprake is van vijf of meer kamers)
•Pensions
•Recreatieparken en jachthavens
•Horecabedrijven
•Coffeeshops
•Shisha-lounges
•Prostitutie- en seksbedrijven, escortbedrijven, seksbioscopen, erotische massagesalons
•Sekswinkels
•Vechtsportgala’s (of vergelijkbare evenementen)
•Ride outs motorclubs (of vergelijkbare evenementen)
•Smartshops / Headshops
•Speelautomatenhallen / Gamecenters
•Afvalbewerkings- en -verwerkingsbedrijven
•Afvalrecyclingbedrijven
•Inrichtingen voor het reinigen van drukhouders, insluitsystemen, ketels, vaten, mobiele tanks, tankauto's, tank- of bulkcontainers
•Autohandel (verkoop en verhuur)
•Sloopbedrijven
•Autodemontagebedrijven
•Vuurwerkbranche
•Wellnesscentra / zonnestudio’ ’s
•Kappers
•Nagelstudio’s
•Tattooshops
•Fitnessbedrijven
•Sporthallen/-complexen
•Religieuze instellingen
•Scholen
•Oud ijzerhandel(aren)
•Energiemaatschappijen/ -producenten (w.o. vergisters, windmolens etc.)
•Zonneparken
•Zorgbureaus / -aanbieders
•Kavelverkoop
•Reïntegratiebedrijven en/of -activiteiten;
•Verhuur gemeentelijke vastgoed
•Verkoop (voormalige) overheidsgebouwen
•Transformatie kantoorpanden
Bovenstaande opsomming van risicocategorieën is niet-limitatief. Deze opsomming kan aangepast worden, indien ontwikkelingen hiertoe aanleiding geven.
Bijlage 2 Bibob-vragenformulieren
https://www.justis.nl/producten/bibob/documenten/index.aspx