Gemeentelijke regelgeving

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert houdende regels omtrent delegatie en mandaat BsGW

Gemeente Weert · geldt sinds 29 januari 2021

Aanhef

Burgemeester en wethouders van de gemeente Weert;

gelet op het bepaalde in artikel 6 van de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (hierna: BsGW);

besluiten:

Artikel 1 Delegatie

Aan het dagelijks bestuur van de BsGW wordt overgedragen de bevoegdheid tot:

a.de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de BsGW als heffingsambtenaar, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder a van de Gemeentewet bevoegd tot het heffen van belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken;

b.de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de BsGW als invorderingsambtenaar, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder b van de Gemeentewet bevoegd tot het invorderen van belastingen;

c.de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de BsGW of een gerechtsdeurwaarder als belastingdeurwaarder, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder d van de Gemeentewet;

d.de aanwijzing van een of meer ambtenaren van de BsGW als ambtenaar van de BsGW als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder c van de Gemeentewet bevoegd tot het heffen en invorderen van belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken;

e.het beslissen op administratieve beroepen tegen afgewezen verzoeken om kwijtschelding;

f.het vaststellen van uitvoeringsregels samenhangend met het combibiljet.

Artikel 2 Reikwijdte

Artikel 1 is van toepassing ten aanzien van de volgende belastingen:

-Onroerende zaakbelastingen

-Rioolheffing

-Afvalstoffenheffing

-Reinigingsrechten

-Toeristenbelasting

-Precariobelasting

-Hondenbelasting

-Parkeerbelastingen (naheffingsaanslagen)

-BIZ ondernemers binnenstad

-BIZ bedrijventerrein De Kempen

-BIZ bedrijventerrein Kanaalzone 1

Artikel 3 Mandaat

Ten aanzien van de in artikel 2 genoemde belastingen wordt aan het dagelijks bestuur van de BsGW mandaat verleend tot:

a.het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van een belastingaanslag als bedoeld in artikel 255, vijfde lid, van de Gemeentewet; b. toepassing geven aan de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

b.het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van een bij beschikking opgelegde boete (verhoging) als bedoeld in artikel 66 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Artikel 4 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt met ingang van 1 januari 2021 in werking.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.