Aanhef
De burgemeester van de gemeente Wageningen,
Overwegende dat het gewenst is om beleidsregels vast te stellen omtrent de afweging van de volgende belangen;
gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3 vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht;
artikel 2:78 van de Algemene plaatselijke verordening Wageningen 2024;
b e s l u i t :
vast te stellen de volgende beleidsregels:
Beleidsregels gebiedsontzegging gemeente Wageningen 2024
Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
a.APV: de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Wageningen zoals die geldt ten tijde van het opleggen van de gebiedsontzegging;
b.centrumgebied: het gebied zoals bedoeld op kaartje 1 in bijlage 2. De begrenzingen volgen uit artikel 1:1 APV;
c.busstation en de directe omgeving: het gebied zoals bedoeld op kaartje 2 in bijlage 2;
d.gebiedsontzegging: een verbod om gedurende een bepaalde tijd in een bepaald gebied of gebieden van de gemeente Wageningen op een openbare plaats aanwezig te zijn, zie artikel 2:78 APV
Hoofdstuk 2 Toepassing gebiedsontzegging
Artikel 2.1 Gebiedsontzegging openbare plaatsen
Een gebiedsontzegging kan worden opgelegd voor
1het centrumgebied en/of het busstation en de directe omgeving als in dat gebied strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen zijn of worden verricht of dreigen te worden verricht.
2buiten het centrumgebied en/of het busstation en de directe omgeving als in dat gebied strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen zijn verricht. De burgemeester motiveert het gebied of gebieden waarvoor de gebiedsontzegging geldt in een besluit.
Artikel 2.2 Duur tijdelijk verbod
1Een eerste tijdelijk verbod wordt opgelegd voor de duur 24 uur, tenzij zich bijzondere omstandigheden voordoen om een korter duur op te leggen;
Artikel 2.3 Recidive
1een gebiedsontzegging heeft na een volgende constatering van openbare orde verstorende handelingen of strafbare feiten binnen zes maanden na de eerste oplegging een duur van ten hoogste 8 weken.
2de duur van de tweede gebiedsontzegging wordt gemotiveerd in een besluit.
Artikel 2.4 strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen
De in artikel 2:78 bedoelde strafbare feiten zijn op genomen in Bijlage 1: strafbare feiten.
Hoofdstuk 3 Procedure opleggen gebiedsontzegging
Artikel 3.1 Besluit
1Voordat het besluit tot het opleggen van een gebiedsontzegging wordt genomen, moet de betrokkene in de gelegenheid worden gesteld om een zienswijze te geven. Dit gebeurt bij voorkeur mondeling. De betrokkene wordt door de ambtenaar van politie in de gelegenheid gesteld om direct mondeling zijn zienswijze kenbaar te maken. Indien van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, wordt de zienswijze door de ambtenaar van politie schriftelijk vastgelegd. Als er geen zienswijzen zijn ingediend of als deze geen aanleiding geven om van het voornemen af te zien, legt de burgemeester de gebiedsontzegging op.
2Wanneer betrokkene aangeeft schriftelijk zijn zienswijze te willen geven, wordt hem/haar mondeling een voornemen tot een gebiedsontzegging aangezegd en krijgt hij/zij 3 werkdagen de tijd om een zienswijze in te dienen.
3Het besluit tot het opleggen van een gebiedsontzegging wordt door de burgemeester genomen en ondertekend.
4het besluit tot opleggen van een gebiedsontzegging is gemotiveerd en bevat de volgende informatie:
a.bevoegdheid tot het opleggen van een gebiedsontzegging;
b.de feiten (beschrijving van de gedragingen en de datum en locatie daarvan) die aanleiding geven tot het opleggen van een gebiedsontzegging
c.eventuele eerdere waarschuwingen of gebiedsontzeggingen;
d.eventueel kenbaar gemaakte zienswijze en de reactie daarop;
e.verzenddatum en/of datum van uitreiking waarschuwingsbrief;
f.vermelding van het voornemen tot het opleggen van de gebiedsontzegging;
g.voor welk gebied en voor welk tijdvak de gebiedsontzegging geldt.
h.bezwaarschriften- en voorlopige voorziening clausule
i.kaart van het betreffende gebied als bijlage
j.overige feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn;
5Een gebiedsontzegging wordt in persoon door de politie of toezichthouder van de gemeente aan de betrokkene uitgereikt.
Artikel 3.2. Uitzonderingen
Voor een persoon die woont of werkt in het gebied waarvoor de burgemeester de gebiedsontzegging oplegt, wordt het gebied aangepast zodat de woning of het werk bereikbaar is. De burgemeester past het gebied zo aan dat die persoon een aanlooproute heeft van en naar zijn woning of werklocatie en indien nodig naar de middelen van openbaar vervoer, niet zijnde een taxi.
Artikel 3.3. Dossiervorming
De politie legt bij gebiedsontzeggingen middels een proces-verbaal van bevindingen relevante gedragingen van betrokkene vast die geleid hebben tot het opleggen van de gebiedsontzeggingen. Dit met als doel om een inzicht te geven in de wijze van totstandkoming van de gebiedsontzeggingen.
Hoofdstuk 4 Algemene bepalingen
Artikel 4.1. Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: “Beleidsregels gebiedsontzegging 2024”
Artikel 4.2. intrekking oude beleidsregels
De beleidsregels “Verblijfsontzegging gemeente Wageningen 2022” worden ingetrokken met ingang van de datum waarop deze beleidsregels in werking treden.
Artikel 4.3 Inwerkingtreding
1Deze beleidsregels treden in werking op 4 mei 2024
2Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels gebiedsontzegging gemeente Wageningen 2024.
Bijlage 1: Misdrijven en overtredingen
Overtredingen APV
Artikel
Strafbaar feit
Artikel 2:1 APV
Samenscholing en ongeregeldheden
Artikel 2:26 APV
Ordeverstoring bij evenement
Artikel 2:31 APV
Ordeverstoring in de horeca
Artikel 2:47 APV
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
Artikel 2:48 APV
Verboden drank- en drugsgebruik
Artikel 2:76a APV
Overtreding verblijfsontzegging
Artikel 2:31 APV
Aanwezigheid in gesloten horeca
Artikel 2:41 APV
Betreden gesloten woning of lokaal
Artikel 2:65 APV
Bedelarij
Artikel 4:8 APV
Natuurlijke behoefte
Artikel 3:9 APV
Straatprostitutie
Overtredingen
Artikel
Strafbaar feit
Artikel 424 WvSr
Straatschenderij
Artikel 426 WvSr
In dronkenschap belemmeren van verkeer of orde verstoren
Artikel 453 WvSr
Openbaar dronkenschap
Artikel 429 WvSr
Vuurwerk
Artikel 425 WvSr
Gevaarlijk dier
Artikel 446 WvSr
Weigering hulpbetoon, gevorderd door politie
Bijzondere Wetten
Artikel
Strafbaar feit
Artikel 2 Opiumwet
Dealen van harddrugs
Artikel 2 Opiumwet
Bezit bij meer dan 1 ampul/ballon, 0,5 gram, 1 pil of 5ml en/of gebruik harddrugs
Artikel 3 Opiumwet
Bezit bij meer dan 5 gram softdrugs
Artikel 13 Wet Wapens en Munitie
Bezit, vervoer, overdragen, etc. van traangas, steekwapens, e.d. (lijst I)
Artikel 26/27 Wet Wapens en Munitie
Bezit vuurwapen (lijst II/III)
Misdrijven
Artikel
Strafbaar feit
Artikel 131 WvSr
Opruiing
Artikel 179 WvRs
Ambtsdwang
Artikel 180 WvSr
Wederspannigheid
Artikel 182 WvSr
WvSr Ambtsdwang en wederspannigheid in vereniging
Artikel 184 WvSr
Niet opvolgen ambtelijk bevel
Artikel 239 WvSr
Schennis van de eerbaarheid
Artikel 246 WvSr
Feitelijke aanranding van de eerbaarheid
Artikel 267 WvSr
Belediging van het openbaar gezag
Artikel 285 WvSr
Bedreiging
Artikel 300 WvSr
Eenvoudige mishandeling
Artikel 302 WvSr
Zware mishandeling
Artikel 306 WvSr
Deelneming aan aanval of vechterij
Artikel 310 WvSr
Diefstal
Artikel 312 WvSr
Diefstal met geweldpleging
Artikel 317 WvSr
Afpersing
Artikel 318 WvSr
Afdreiging
Artikel 350 WvSr
Vernieling
Artikel 132 WvSr
Opruiing middels geschrift of afbeelding
Artikel 137 c t/m g WvSr
Belediging, haat, verspreiding
Artikel 138 WvSr
Huisvredebreuk
Artikel 141 WvSr
Openlijke geweldpleging
Artikel 157 WvSr
Brandstichting
Artikel 185 WvSr
Belemmering ambtshandeling
Artikel 186 WvSr
Samenscholing
Artikel 311 WvSr
Gekwalificeerde diefstal
Bijlage 2
Kaartje 1 - centrumgebied
Kaartje 2 - Busstation