BELEIDSREGELS CIRCUSSEN
1. Aanleiding
De criteria die gehanteerd worden bij het verlenen van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke toestemming voor het houden van een circusvoorstelling, komen grotendeels voort uit gewoonte. Dit gewoonterecht biedt naar huidige maatstaven onvoldoende juridische basis. Zodoende wordt ervoor gekozen een en ander vast te leggen als beleidsregels, als bedoeld in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor de motivering van publiekrechtelijke besluiten kan het bevoegd gezag volstaan met verwijzing naar de bekendgemaakte beleidsregels, tenzij wegens bijzondere omstandigheden toepassing onevenredige gevolgen met zich mee zou brengen. Bij privaatrechtelijke handelingen zijn de beleidsregels van overeenkomstige toepassing, vanwege de bijzondere positie die de gemeente als overheidsorgaan inneemt in het privaatrecht.
2. Juridische grondslag
Op grond van artikel 2.25 van de Algemene plaatselijke verordening (APV) is het verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. Deze vergunning kan worden geweigerd in het belang van:
•de openbare orde
•het voorkomen of beperken van overlast
•de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen en goederen
•de zedelijkheid of gezondheid.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in artikel 4.6 APV om geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een wijze waardoor geluidhinder in de omgeving ontstaat.
Als eigenaresse van de evenemententerreinen, waarop circusvoorstellingen worden toegelaten, kan de gemeente voorwaarden stellen aan het gebruik. Op grond van artikel 160, eerste lid onder e, van de Gemeentewet is het college bevoegd te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen namens de gemeente, en volgens artikel 171 van die wet vertegenwoordigt de burgemeester de gemeente bij de uitvoering daarvan.
Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op circusvoorstellingen, die worden gegeven in gebouwen, waar dat op grond van de Wet milieubeheer, en de Omgevingswet is toegestaan. Het uitgangspunt is dat het algemeen belang voldoende wordt beschermd door de krachtens genoemde regelgeving verleende vergunningen en/of vrijstellingen.
Waar in het vervolg van deze beleidsregels wordt gesproken van “vergunning” wordt daaronder mede verstaan de privaatrechtelijke toestemming, tenzij anders aangegeven.
3. Algemene voorwaarden vergunningverlening
Ter voorkoming van overbelasting van de omgeving van de plaats waar circusvoorstellingen worden gegeven, kan slechts in beperkte mate vergunning worden verleend voor het houden van een circusvoorstelling. Dit geldt zowel ten aanzien van het aantal vergunningen per jaar als met betrekking tot de plaatsen waar voorstellingen worden toegestaan. Ook dient rekening gehouden te worden met cumulatie van overlast op een bepaalde plaats, doordat binnen korte tijd na elkaar circusvoorstellingen en/of andere evenementen worden gehouden.
Zodoende gelden als algemene uitgangspunten:
•Er wordt slechts vergunning verleend voor het houden van voorstellingen op de daarvoor geschikte gemeentelijke evenemententerreinen.
•Voor het evenemententerrein te Waalwijk worden per kalenderjaar twee vergunningen afgegeven voor een groot circus, met meer dan 700 zitplaatsen.
•Voor het evenemententerrein te Sprang-Capelle wordt per kalenderjaar één vergunning afgegeven voor een klein circus, met minder dan 700 zitplaatsen.
•Indien meerdere verzoekers voor een vergunning in aanmerking komen, wordt deze na loting toegewezen, met dien verstande dat aan een circus maximaal eenmaal per twee kalenderjaren vergunning kan worden verleend.
•Om cumulatie van overlast te voorkomen wordt een vergunning geweigerd, voor zover die wordt gevraagd voor een tijdstip dat ligt binnen een periode van twee weken, waarbinnen een ander grootschalig evenement als bedoeld in het evenementenbeleid plaatsvindt op het desbetreffende evenemententerrein, of in de directe omgeving daarvan; één of meerdere opeenvolgende voorstellingen door een circus worden gelijkgesteld met zo’n grootschalig evenement.
4. Aanvraagprocedure
Aangezien er doorgaans veel meer aanvragen worden ontvangen dan er vergunningen kunnen worden verleend, is het noodzakelijk een strikte procedure te volgen. Teneinde de circussen in staat te stellen hun jaarplanning tijdig op te stellen, dienen de aanvragen ruim voor de aanvang van het kalenderjaar te worden ingediend. Ook komt het nogal eens voor dat geen gebruik gemaakt wordt van een verleende vergunning. Indien dat tijdig wordt aangegeven (hetgeen zal worden bevorderd door een financiële prikkel, zie hieronder), is er nog tijd vergunning te verlenen aan een andere gegadigde.
De procedure is als volgt:
a.vergunningaanvragen kunnen slechts worden ingediend door middel van het in de bijlage van deze beleidsregels opgenomen formulier
b.aanvragers die geen gebruik maken van het onder a) bedoelde formulier, dan wel zij die niet de in dat formulier gevraagde gegevens verstrekken, worden in de gelegenheid gesteld om gedurende veertien dagen tot volledige aanvulling over te gaan, bij gebreke waarvan de aanvraag buiten behandeling zal worden gelaten
c.aanvragen, ingediend uiterlijk 15 september voorafgaand aan het kalenderjaar waar zij betrekking op hebben, zullen gelijktijdig worden afgehandeld voor zover niet besloten wordt deze buiten behandeling te laten; zodoende wordt de beslissing op deze ontvankelijke aanvragen aangehouden tot uiterlijk 1 november voorafgaand aan dat kalenderjaar
d.op aanvragen, ingediend na 15 september voorafgaand aan het kalenderjaar waar zij betrekking op hebben, zal na afwikkeling van de onder c) bedoelde aanvragen in volgorde van ontvangst een besluit genomen worden; deze zullen worden afgewezen indien reeds het maximale aantal vergunningen is verleend
e.indien op meerdere van de onder c) bedoelde aanvragen vergunningverlening mogelijk is, wordt het beschikbare aantal vergunningen toegekend door middel van loting waarna de overige aanvragen worden afgewezen
f.degene aan wie een vergunning is verleend, dient binnen veertien dagen na bekendmaking daarvan schriftelijk te bevestigen dat hij daarvan gebruik zal maken; bovendien dient hij voor afloop van de genoemde termijn voldaan te hebben aan de financiële verplichtingen, verbonden aan het aanvragen van de publiekrechtelijke vergunning en aan het verkrijgen van de privaatrechtelijke toestemming
g.indien niet tijdig wordt gedaan aan de vereisten, genoemde onder f), vervalt de privaatrechtelijke toestemming om gebruik te maken van het evenemententerrein, waardoor geen gebruik gemaakt kan worden van de publiekrechtelijke vergunning
5. Financiële verplichtingen
Voor het in gebruik nemen van gemeentegrond geldt dat er precariobelasting verschuldigd is op grond van de Verordening precariobelasting 1999. Naast de op grond van de Legesverordening Waalwijk verschuldigde leges voor het in behandeling nemen van aanvragen, is degene aan wie vergunning wordt verleend een privaatrechtelijke vergoeding verschuldigd voor:
•het gebruik van nutsvoorzieningen
•het gebruik van materialen
De vergunninghouder dient reserveringskosten te voldoen binnen de onder 4f) genoemde termijn. Deze worden aan hem terugbetaald dan wel met hem verrekend in het geval hij daadwerkelijk gebruik maakt van de vergunning. In het geval geen gebruik wordt gemaakt, bestaat – behalve in het geval van naar het oordeel van de gemeente aantoonbare overmacht aan de kant van de vergunninghouder – geen recht op teruggave of verrekening van de reserveringskosten.
Daarenboven dient de vergunninghouder, uiterlijk vier weken voordat het desbetreffende evenemententerrein in gebruik genomen wordt, een waarborgsom te storten. Deze waarborgsom wordt aan hem terugbetaald dan wel met hem verrekend, indien het evenemententerrein in de staat, waarin het zich voor ingebruikname bevond, wordt achtergelaten. De waarborgsom kan worden verrekend met de hiervoor genoemde gebruiksvergoedingen en/of een eventueel verschuldigde schadevergoeding.
De hoogte van de diverse privaatrechtelijke vergoedingen en van de waarborgsom wordt jaarlijks vastgesteld door het college. De tarieven worden bekend gemaakt, uiterlijk 1 juli voorafgaand aan het kalenderjaar waarop zij betrekking hebben.
6. Overige verplichtingen
De aanvangstijdstippen en de duur van de voorstellingen moeten ten minste vier weken voor in gebruik name van het evenemententerrein schriftelijk worden meegedeeld aan de Commandant van de Brandweer Waalwijk.
Indien zwakalcoholische dranken worden verkocht, dient ten minste acht weken voor de datum van verkoop een ontheffing op grond van artikel 35 van de Drank- en horecawet te worden aangevraagd bij de burgemeester.
De vergunninghouder dient voor de duur van de ingebruikname van het evenemententerrein verzekerd te zijn tegen aansprakelijkheid jegens de gemeente of derden vanwege schade welke voorvloeit uit het gebruik van dat terrein.
Toestemming om aankondigings- of reclameborden op of boven openbare grond aan te brengen dient apart te aangevraagd.
Ook voor een vergunning voor het gebruikmaken van een geluidswagen dient een apart verzoek te worden ingediend.
7. Vergunningvoorschriften
Aan de publiekrechtelijke vergunningen worden in ieder geval de in de bijlage van deze beleidsregels opgenomen voorschriften verbonden, tenzij de aard van de aanvraag zich daartegen verzet.
8. Mandaat / volmacht
Op grond van het bepaalde in artikel 10:3 Awb en artikel 171, tweede lid, Gemeentewet, dragen het college en de burgemeester de uitoefening van de bevoegdheden, waarop deze beleidsregels betrekking hebben, op aan de medewerkers van het team Vergunningverlening en Belastingen van de gemeente Waalwijk.
Vastgesteld op 19 december 2023.
HET COLLEGE VAN WAALWIJK,
de secretaris, de burgemeester,
Michel Tromp, Sacha C.A.M Ausems
DE BURGEMEESTER VAN WAALWIJK,
Sacha C.A.M. Ausems