Gemeentelijke regelgeving

Standplaatsenbeleid gemeente Vught 2012

Gemeente Vught · geldt sinds 3 februari 2026

Aanhef

1In het standplaatsenbeleid gemeente Vught 2012 is het venten vanwege de geringe(re) omvang en problematiek niet afzonderlijk benoemd. In bijlage 2 van dit beleid is wel een kader gegeven voor waarbinnen ventactiviteiten in de gemeente kunnen plaatsvinden. Het hanteren van deze kaders biedt voor de regulering van het venten voldoende houvast.

Bijlage 1 bij het standplaatsenbeleid gemeente Vught 2012

Samenvatting toetsingskader standplaatsvergunningen

1.Vergunning

Op grond van artikel 5.2.3. Algemene Plaatselijke Verordening Vught is een vergunning nodig voor het innemen van een standplaats. Om voor een vergunning in aanmerking te kunnen komen, gelden een aantal voorwaarden (zie 2).

2.Voorwaarden

▪︎ Een aanvraag voor een standplaatsvergunning kan worden ingediend door een natuurlijke- of rechtspersoon

▪︎ De aanvrager/ondernemer moet in het bezit zijn van een geldige verblijfstitel

▪︎ De standplaatslocatie voldoet aan de beleidscriteria (zie 3).

3.Standplaatslocatie

Als algemeen beleidsuitgangspunt geldt dat alleen toestemming wordt verleend voor standplaats- locaties, die zijn opgenomen op bijlage 2 bij het standplaatsenbeleid.

Pas waneer alle bestaande locaties bezet zijn, is het mogelijk dat een standplaatsvergunning wordt verleend voor een andere locatie, op voorwaarde dat de gewenste locatie voldoet aan alle locatie- eisen, genoemd onder 4 (oftewel onder 3.6 in het standplaatsenbeleid)

4.Algemene eisen standplaatslocatie

▪︎ Met betrekking tot een standplaats op een parkeerterrein of een parkeerplaats geldt dat geen sprake is van een hoge bezettingsgraad. Van een hoge bezettingsgraad is sprake, als meer dan 70% van de parkeerplaatsen bezet is. Of hiervan sprake is, wordt beoordeeld op basis van een verkeersonderzoek naar aanleiding van een concrete aanvraag;

▪︎ De locatie bevindt zich niet op een gereserveerde (gehandicapten) parkeerplaats;

▪︎ Er is geen sprake van een locatie, waar betaald parkeren en parkeren voor vergunninghouders is ingevoerd;

▪︎ De locatie bevindt zich niet op de rijbaan;

▪︎ De locatie bevindt zich niet bij stop- of parkeerverboden;

▪︎ De locatie bevindt zich niet binnen een afstand van 15 meter van een kruispunt. Een locatie binnen 15 meter kan alleen worden toegestaan als er geen sprake is van een belemmering voor de verkeersveiligheid;

▪︎ De locatie is niet feitelijk aan het zicht onttrokken, bijvoorbeeld door groenvoorzieningen;

▪︎ De locatie bevindt zich niet direct voor een (winkel)etalage;

▪︎ De locatie bevindt zich niet in de directe nabijheid van scholen of andere educatieve instellingen voor minderjarigen;

▪︎ Bij een standplaats op het trottoir of een voetgangersgebied moet sprake zijn van een vrije doorgang van 2,00 m voor voetgangers en rolstoelgebruikers;

▪︎ De locatie bevindt zich niet op een plaats, onmiddellijk voor de toegang en (nood)uitgang van winkels, woningen, kantoren en andere gebouwen, waarin personen verblijven;

▪︎ Er is geen sprake van een locatie, die vrij toegankelijk moet blijven voor hulpdiensten en in het geval van noodsituaties (bijvoorbeeld brandgangen, brandkranen etc);

▪︎ Als er sprake is van een standplaats waar etenswaren worden bereid, mag deze niet liggen binnen een afstand van 25 meter van de dichtstbijzijnde woning; (op basis van de milieuwetgeving moet binnen een straal van 25 meter (gemeten vanuit de gevel van de dichtstbijzijnde woning) de inrichting ofwel een ontgeuringsinstallatie ofwel een hogere afvoerpijp hebben)

▪︎ Het gebruik als standplaats moet passen binnen de geldende bestemming. Als passende bestemmingen gelden: de bestemming "verkeersdoeleinden" of een gelijkwaardige bestemming;

▪︎ De standplaats locatie is niet gelegen op een industrieterrein, tenzij op het betreffende perceel de bestemming "detailhandel" is toegestaan;

▪︎ De locatie is niet op een plaats waar de standplaats het vrije uitzicht belemmert of op andere wijze gevaar of hinder voor het verkeer veroorzaakt.

5.Algemene regels standplaatsvergunningen

Als een standplaatsvergunning voor een bepaalde locatie verleend kan worden, gelden voor de inhoud van de vergunning en het gebruik daarvan de volgende algemene regels en voorschriften:

▪︎ Vergunningduur

Een standplaatsvergunning wordt voor de duur van één jaar verleend, tenzij de aard van de vergunning zich daartegen verzet.

▪︎ Persoonsgebonden karakter

Een standplaatsvergunning kan zowel aan natuurlijke personen als aan rechtspersonen worden verleend. Indien sprake is van een familiebedrijf of anderszins meerdere (zakelijke) partners, die op de standplaats werkzaam zijn, dan kan de vergunning op verzoek van de aanvrager op naam van meerdere personen worden gesteld.

▪︎ Niet-overdraagbaarheid van de vergunning

De vergunning mag door de vergunninghouder niet worden overgedragen. De vergunning- houder kan het college verzoeken de tenaamstelling van de vergunning te wijzigen, bijvoor- beeld in verband met de wijziging van de ondernemingsvorm.

▪︎ Bezetting

De vergunninghouder dient de standplaats daadwerkelijk in te nemen.

▪︎ Vervanging

Omdat de standplaats persoonlijk moet worden ingenomen door de vergunninghouder (drijver of achtervang), is vervanging in beginsel niet mogelijk. Onder bijzondere omstandig- heden kan het college toestaan hiervan tijdelijk af te wijken.

▪︎ Dagen en tijden

Bij het innemen van een standplaats moeten de voorschriften van de Winkeltijdenwet in acht worden genomen. In het belang van de openbare orde magen een standplaats ingenomen worden tussen 08.00 uur en 22.00 uur.

▪︎ Niet permanent

Standplaatsen mogen niet permanent worden ingenomen, dus de locaties moeten dagelijks leeg en opgeruimd worden achtergelaten.

▪︎ Oppervlakte en inrichting standplaats

De standhouder mag de standplaats gebruiken voor het uitstallen van zijn waren. Dit betekent dat hij op de standplaatslocatie objecten mag plaatsen, bijvoorbeeld een verkoopwagen of een kraam, zolang deze maar binnen de aangegeven begrenzing van de standplaats blijven.

▪︎ Maatwerk

Als concrete omstandigheden daartoe aanleiding geven, worden in een standplaatsvergun- ning maatwerkvoorschriften opgenomen voor de maximale afmetingen van de betreffende standplaats.

▪︎ Terras

Het is niet toegestaan een terras te plaatsen op of bij een standplaats.

▪︎ Onderhoud standplaats en afval

De vergunninghouder moet de standplaats en de onmiddellijke omgeving bij het ontruimen schoon op te leveren.

▪︎ Geurhinder

De standplaatshouders moeten voldoen aan de geldende milieuvoorschriften uit de Wet milieubeer.

▪︎ Geluid

Het is, behoudens tijdelijke ontheffing, niet toegestaan geluidsinstallaties vanaf een standplaats in werking te hebben.

▪︎ Nutsvoorzieningen

In principe dienen standplaatshouders zelf zorg te dragen voor hun nutsvoorzieningen

▪︎ Intrekken van de vergunning/beëindiging standplaats

Een vergunning kan worden ingetrokken of (gedeeltelijk) worden gewijzigd, als omstandig- heden of gewijzigd beleid/inzicht daartoe aanleiding geven.

6.Kosten standplaats

Normaal gebruik van het publiek domein mag door de overheid niet afhankelijk worden gesteld van een privaatrechtelijke toestemming. Dit is anders dan wanneer bijzonder gebruik aan de orde is.

Voor het in behandeling nemen van een standplaatsvergunning worden leges in rekening gebracht. Voor het gebruik van gemeentegrond ten behoeve van een standplaats zal een standplaatshouder kosten moeten betalen. Met de betrokken ondernemers zal een huurovereenkomst worden gesloten, waarin een huurprijs zal worden afgesproken. De hoogte van de huurprijs wordt jaarlijks geïndexeerd.

Bijlage 2 bij het standplaatsenbeleid gemeente Vught 2012

Overzicht standplaatslocaties

Standplaats

Categorie

Plaats **

A. Jaarvergunning

maximum stelsel A*

Verkoop goederen

1nabij Marktveld

2bij winkels Rouppe van der Voortlaan

3pleintje voor St.Lambertuskerk

4Stationsstraat

5andere locatie: onderzoek naar situering, ligging, bestemmingsplan, eigendom.

geen maximum stelsel

Geen verkoop goederen, wel commercieel (bijvoorbeeld informatiebus beter horen

e.d.)

Onderzoek naar situering, ligging, bestemmingsplan, eigendom.

B. Seizoen- of weekvergunning maximum stelsel B***

Denk aan:

a.oliebollenkraam,

b.verkoop kerstbomen

c.consumptie-ijs in zomerseizoen

a.Plaatsbepaling wordt per geval bekeken waarbij onderzoek naar situering, ligging, bestemmingsplan, eigendom.

b.idem

c.6 Loonsebaan noordzijde tussen de bomen Middenweg

7Kampdijklaan nabij brug over Drongels Kanaal

8Hoek Glorieuxlaan-Boxtelseweg op parallelweg nabij uitrit Huize Bergen 9 binnen en rond badinrichting IJzeren Man****

geen maximum stelsel

Niet commercieel

Plaatsbepaling wordt per geval bezien waarbij onderzoek naar situering, ligging,

bestemmingsplan, eigendom

C. Dag- of meerdagen vergunning

Verkoop goederen Bijvoorbeeld

a.fritesverkoop tijdens een evenement

b.koek-en-zopie **** tijdens winterdagen

a.Plaatsbepalingwordt pergeval bezienwaarbij onderzoek naar situering, ligging, bestemmingsplan, eigendom

b.10binnen enrond badinrichting IJzeren Man ****

geen maximum stelsel

Geen verkoop goederen, wel commercieel Bijvoorbeeld Standplaats autoruitreparaties of standplaats politieke partij

tijdens verkiezingen

Plaatsbepaling wordt per geval bezien waarbij onderzoek naar situering, ligging, bestemmingsplan, eigendom

geen maximum stelsel

Niet commercieel Bijvoorbeeld standplaats Rode Kruis of andere liefdadigheidsinstelling op

een of meer dagen.

Plaatsbepaling wordt per geval bezien waarbij onderzoek naar situering, ligging, bestemmingsplan, eigendom

Toelichting:

*) Jaarvergunning verkoop goederen:

Criteria toewijzing:

Per standplaats maximaal 2 dagen per week door verschillende vergunninghouders Per standplaats slechts een vergunning per dag per week

**) De plaatsen nr 1,2,3,4,6,7,8,9,10 zijn bestaande locaties en zijn getoetst op aspecten openbare orde, verkeersveiligheid en – vrijheid, bestemmingsplan en akkoord bevonden.

***) Seizoen- of weekvergunning verkoop goederen:

Criteria onderscheid:

Verkoop van goederen is gerelateerd aan gebeurtenis, feestdagen en seizoen De standplaats wordt in de regel elke dag bezet

****) Voor deze standplaatsen geld dat er een pachtcontract is afgesloten met de exploitant van paviljoen IJzeren Man (1992). Voor het innemen van deze standplaats dient hij elk jaar een aanvraag in te dienen. Indien hij dit niet doet wordt gekeken naar aanvragen door derden.

A.Maximum aantal jaarvergunningen (Stelsel A)

Artikelen

Venten

Standplaatsen

Vught

Cromvoirt

Vught

Cromvoirt

Brood en aanverwante artikelen

2

2

Eieren

2

Bloemen en planten

2

1

2

Vis

2

Diepvriesproducten

2

Indische gerechten en artikelen

2

1

Aardappelen, groente en fruit

2

1

Willekeurig artikel

2

1

1

Totaal

14

4

6

1

Bij het bereiken van een maximum in een bepaalde branche kan een invulling door een andere branche plaatsvinden. De brancheverdeling is bedoeld als evenwichtige verdeling en niet als limitering per branche. Wanneer het maximum in alle branches is bereikt wordt de aanvraag geweigerd. Er wordt geen wachtlijst gehanteerd.

B.Maximum aantal seizoen- of weekvergunningen (Stelsel B)

Artikelen

Venten

Standplaatsen

Consumptie ijs

1

4**)

Oliebollen

3

Kerstbomen en kerststukjes

2

2

Willekeurig artikel

1

1

Totaal

4

10

**) inclusief 1 standplaats binnen en rond de badinrichting IJzeren Man.

C.Maximum aantal dag- of meerdagen vergunningen (Stelsel C)

Venten

Standplaatsen

Willekeurig artikel

Maximaal 5 dagen per jaar aan een rechts- of natuurlijk

persoon

Maximaal 5 dagen per jaar aan een rechts- of natuurlijk

persoon

Bijlage 3 bij het standplaatsenbeleid gemeente Vught 2012

Juridisch kader

I.Begripsomschrijvingen

Standplaats: (artikel 5.2.3 APV)

Het begrip "standplaats" wordt als volgt omschreven: Het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

Onderscheid standplaats en venten

Het hebben van een standplaats ziet op het te koop aanbieden van goederen of het aanbieden van diensten vanaf een vaste plaats. Hiermee onderscheidt het zich van het "venten". Een venter beweegt en biedt goederen of diensten telkens vanaf een andere plaats aan en al dan niet huis-aan- huis. Voor het venten is op basis van artikel 5.2.2. vergunning vereist. Het venten valt buiten het standplaatsenbeleid

11Venten heeft in het standplaatsenbeleid gemeente Vught 2012 wel een plaats gekregen in bijlage 2.

.

Standplaatsen op markten en braderieën

Het standplaatsenbeleid is niet van toepassing op standplaatsen op de wekelijkse markt of tijdens andere soorten van markten, zoals snuffelmarkten of braderieën. Braderieën en rommelmarkten worden beschouwd als (onderdeel van) evenementen en vallen daarom niet onder dit beleid.

Ook wanneer een standplaats deel uitmaakt van een ander soort evenement, hoeft geen aparte standplaatsvergunning te worden aangevraagd. Tijdelijke standplaatsen in het kader van evenementen zijn in planologisch opzicht niet van belang geacht. Er wordt bij dergelijke standplaatsen dan ook niet getoetst aan de bestemmingsplanvoorschriften.

Degene, die op de weekmarkt een standplaats wil innemen, moet zich houden aan de regels uit de Marktverordening Vught en het Marktreglement.

II.Juridisch kader

1.APV

Artikel 1.9 Weigeringsgronden

Een vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:

a.de openbare orde;

b.het voorkomen of beperken van overlast;

c.de verkeersveiligheid of veiligheid van personen of goederen;

d.de zedelijkheid of gezondheid.

Dit artikel uit de APV geeft een aantal algemene weigeringsgronden die voor (vrijwel) alle vergunningsoorten uit de APV gelden. Op grond van de motieven, die in deze weigeringsgronden zijn neergelegd, kan een vergunning worden geweigerd of kunnen voorschriften aan een vergunning worden verbonden.

Artikel 5.2.3 Standplaatsen

1Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan de weg of aan een openbaar water dan wel op een andere - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats:

a.met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel een standplaats in te nemen of te hebben teneinde in de uitoefening van de handel goederen te koop aan te bieden dan wel diensten aan te bieden;

b.anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan publiek.

2Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan, dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen of goederen worden of zijn uitgestald als bedoeld in het eerste lid.

3Het in het eerste lid, onder b, gestelde verbod geldt niet ten aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

4De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet op de plaats die is aangewezen voor het houden van een markt, zulks gedurende de tijden dat de markt gehouden wordt, voor een evenement als bedoeld in artikel 2.2.1, of voor het organiseren van een markt als bedoeld in artikel 5.2.4.

5Onverminderd het bepaalde in artikel 1.9 kan een vergunning als bedoeld in het eerste en tweede lid worden geweigerd:

a.indien de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

b.in het belang van de verkeersvrijheid;

c.wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt;

d.vanwege de strijd met een geldend bestemmingsplan.

6Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement Noord- Brabant.

7De weigeringsgrond in artikel 1.9, onder b, geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

8De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken.

9Het college houdt de beslissing op een aanvraag voor een standplaatsvergunning aan, indien de aanvraag een activiteit betreft waarvoor tevens een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is vereist en indien geen toepassing kan worden gegeven aan het vijfde lid, tot de dag waarop de beslissing over de Wet milieubeheervergunningaanvraag is genomen.

Vergunningplicht

Voor het innemen van een standplaats is een vergunning nodig. Het college wil vooraf kunnen bepalen of en onder welke voorschriften een locatie wordt gebruikt als standplaats, omdat de aanwezigheid van een standplaats een grote invloed heeft op de directe leefomgeving. Vanwege het persoonlijke karakter van de vergunning is het hanteren van algemene regels in plaats van een vergunningplicht ook niet geschikt. De winst wat betreft het verminderen van administratieve lasten zit hem niet in het volledig afschaffen van de vergunningplicht, maar wel in het vereenvoudigen van de procedure en het schappen van overbodige voorschiften zoals hierna zal blijken.

Specifieke weigeringsgronden

De weigeringronden in deze bepaling hebben specifiek betrekking op standplaatsen. Van oudsher is een van de weigeringsgronden voor een standplaats gelegen in het voorkomen van overlast. Dit

begrip komt niet meer als afzonderlijk toetsingscriterium terug, maar diverse vormen van overlast worden begrepen onder openbare orde. Ook valt hieronder het beschermen van verkeersveiligheid.

Voorzieningenniveau bij standplaatsen

In het verleden is het beschermen van een redelijk voorzieningen niveau in de gemeente als een openbare orde belang aangemerkt. Wanneer binnen een verzorgingsgebied als gevolg van bedrijfsbeëindiging of bedrijfsverplaatsing het verzorgingsniveau in het gedrag komt, kan het college ter waarborging van het redelijk voorzieningen niveau besluiten, tijdelijk dan wel op meer structurele basis, standplaatsen te verlenen die voorzien in de weggevallen behoefte. Gezien het belang dat uitgaat van een redelijk voorzieningen niveau kan het college ook standplaatsvergunningen verlenen in afwijking van het standplaatsenbeleid. Wel dient het dan te gaan om in tijd beperkte situaties, zoals bijvoorbeeld een overbruggingstermijn. De tijdelijkheid moet in de vergunning worden opgenomen en in de besluitvorming worden gemotiveerd.

Het weigeren van een standplaatsvergunning op grond van bescherming van het voorzieningen- niveau is ook mogelijk, maar vereist een grondige en goed gemotiveerde grondslag. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State blijkt namelijk dat het reguleren van de concurrentieverhoudingen niet als een huishoudelijk belang van de gemeente wordt aangemerkt. Hierop wordt door de Afdeling slechts één afzondering toegestaan, namelijk wanneer het voorzieningenniveau voor de consument in een deel van de gemeente in gevaar komt. Wil een gemeente op basis hiervan een vergunning weigeren dan moet worden aangetoond, mede aan de hand van de boekhouding van de plaatselijke winkelier, dat het voortbestaan van de winkel in gevaar komt als vanaf een standplaats dezelfde goederen aangeboden worden.

Artikel 5.2.3 lid 6 en 7

Lid 6 en 7 bepaalt dat het verbod om zonder vergunning op grond van de APV een standplaats in te nemen niet geldt, voor zover de Wet milieubeheer, Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement Noord-Brabant van toepassing is. Hoe moet dit "voor zover" worden uitgelegd?

Het is mogelijk dat een zelfde onderwerp ook is opgenomen in een "hogere" regeling. Ook in die gevallen kan de betreffende APV- bepaling nog van toepassing zijn. Voorwaarde is dat geen sprake is van dezelfde motieven om iets te regelen. Dit blijkt uit de woorden "voor zover".

Concreet kan dit betekenen dat in de beoordeling van een APV- vergunningaanvraag een specifieke weigeringsgrond niet aan de orde kan komen, omdat daaraan al in het kader van de hogere regelgeving wordt getoetst. Als er bijvoorbeeld bij de aanvraag voor een standplaatsvergunning tevens sprake is van activiteiten, waarvoor milieuvoorschriften gelden, dan kan het college de vergunning niet meer toetsen aan de mileu-aspecten, maar nog wel aan het belang van de openbare orde. Dit betekent dat de overlastaspecten, die te maken hebben met geur en geluid niet beoordeeld kunnen worden in het kader van de standplaatsvergunning.

2Vreemdelingenwet 200 (Vw /2000) Vreemdelingenbesluit 2000 ( Vb /2000)

Artikel 8.3, tweede lid, van het Vb2000 bepaalt dat de vreemdeling, die geen rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8 van de Vw2000, geen aanspraak kan maken op de toekenning van vergunningen of ontheffingen door bestuursorganen, voor zover die vergunningen of ontheffingen betrekking hebben op standplaatsen, markten, venten, collecteren, evenementen of beroepsmatige dan wel bedrijfsmatige activiteiten. Het besluit schrijft dwingend voor dat voor de verlening van een vergunning of ontheffing die een beroeps- of bedrijfsmatig karakter heeft, een verblijfsrechtelijke toets dient plaats te vinden.

3.Warenwet

Op het drijven van handel in waren zoals bedoeld in artikel 1 van de Warenwet (eetwaren en drinkwaren, alsmede andere roerende zaken) zijn de bepalingen uit de Warenwet van toepassing. De Warenwet stelt regels met betrekking tot de goede hoedanigheid en aanduiding van waren.

Daarnaast stelt de Warenwet regels met betrekking tot hygiëne en degelijkheid van producten. De voorschriften die uit de Warenwet voortvloeien, gelden naast de voorschriften die door het college gesteld kunnen worden op basis van een standplaatsvergunning. Met het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Warenwet zijn o.a. de ambtenaren van de Voedsel en Warenautoriteit belast.

4.Wet op de Ruimtelijke ordening

Een vergunning voor het innemen van een standplaats kan worden geweigerd vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan. Omdat een standplaats vaak een tijdelijk en mobiel karakter heeft, zal meestal geen sprake zijn van een definitieve planologische reservering. Toch is vooral het innemen van vaste standplaatsen geen sprake meer van incidenten, zodat het gebruik van de grond in planologisch opzicht van belang is.

5.Winkeltijdenwet

De Winkeltijdenwet bepaalt in artikel 2 dat het verboden is om op zon- en feestdagen, zoals genoemd in de Winkeltijdenwet (Nieuwjaar, Goede Vrijdag na 19.00 uur, eerste en tweede Kerstdag en 4 mei na 19.00 uur) en op werkdagen voor 6 uur en na 22.00 uur in de uitoefening van een bedrijf, anders dan een winkel, goederen te koop aan te bieden of te verkopen aan en in rechtstreekse aanraking met particulieren. Dit betekent dat bij het innemen van een standplaats de tijden van de Winkeltijdenwet in acht genomen moeten worden. Dit geldt niet voor die bedrijven, die (niet-alchoholische) dranken en etenswaren voor directe consumptie verkopen.

6.Wet milieubeheer

Bepalingen krachtens de Wet milieubeheer gelden ook voor een standplaats, voor zover deze als "inrichting" kan worden aangemerkt. Het eerste, derde en vierde lid van artikel 1.1 Wet milieubeheer gaan in op wat onder een "inrichting" moet worden verstaan. Het begrip wordt in de algemene zin gedefinieerd in het eerste lid: "elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht". Het derde lid luidt: "Bij algemene maatregel van bestuur (het Activiteitenbesluit) worden categorieën van inrichtingen aangewezen, die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken".

Uit het vierde lid en de opbouw van artikel 1.1 Wet milieubeheer volgt dat een activiteit pas als een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer wordt gezien, indien wordt voldaan aan de omschrijving in het eerste lid en als de inrichting valt onder een categorie uit het Activiteitenbesluit. Dit betekent:

▪︎ er is sprake van bedrijvigheid: bedrijfsmatige activiteiten of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was; en

▪︎ de bedrijvigheid vindt binnen een zekere begrenzing plaats; en

▪︎ er is sprake van continuïteit of een zeker regelmaat; en

▪︎ de inrichting valt onder een categorie uit bijlage I van het lvb (inrichtingen- en vergunningenbesluit)

Het activiteitenbesluit bevat tal van algemene milieuregels die voor verschillende bedrijfssectoren gelden, waaronder de horeca en detailhandel. (type A, B of C bedrijven)

Wat betekent dit concreet voor een standplaats?

Als uitsluitend sprake is van detailhandel, zonder bijkomende activiteiten, zoals het schoonmaken of bakken van vis, dan is geen sprake van een lvb-inrichting. Als vanuit een mobiel verkooppunt vis en/of frites worden gebakken, worden wel milieu-eisen gesteld. Deze eisen betreffen in hoofdzaak de gevolgen van het bakken. Afhankelijk van de omstandigheden moeten er voorzieningen getroffen worden voor de vetafscheiding van het afvalwater en het voorkomen van stankoverlast. Soms is een vetafscheider nodig. Ter voorkoming van geuroverlast kan bij de locatie van de verkoopwagen rekening gehouden worden met de meest voorkomende windrichting en de afstand tot (woon)gebouwen. Ook kan men de verplichting opleggen dat, ter voorkoming van stankoverlast een ontgeuringsinstallatie (koolstoffilter) wordt aangebracht. Wat betreft het schoonhouden van de standplaats worden voorschriften opgenomen. Vergunninghouder dient afvalbakken te plaatsen en de ruimte binnen een straal van 5 meter schoon te houden.

De zinsnede "binnen een zekere begrenzing" geeft aan dat er in beginsel sprake moet zijn van een locatiegebonden of locatiespecifieke bedrijvigheid.

Belangrijk is dat de begrenzing van een bedrijvigheid in de loop van de tijd niet mag verschuiven. Bepaalde mobiele installaties kunnen onder het begrip "inrichting" vallen, mits ze binnen een bepaalde begrenzing zijn opgesteld. Standplaatsen, die wekelijks vanaf een vaste plaats, worden ingenomen, voldoen aan dit criterium.

7.Burgerlijk Wetboek

Indien een standplaats wordt ingenomen op particulier terrein, dan heeft de standplaatshouder uiteraard de toestemming nodig van de rechthebbende op het terrein.

Meestal worden standplaatsen ingenomen op grond, die in eigendom is van de gemeente. Het innemen van een standplaats kan worden gezien als bijzonder gebruik. Als de gemeente eigenaar is van de grond, zal zij deze grond in gebruik geven aan de standplaatshouder. Hiervoor zal een huurovereenkomst worden gesloten met de betreffende standplaatshouder.

8.Legesverordening

In de legesverordening is bepaald dat voor het verstrekken van een dienst leges kan worden geheven. In bijlage 4 is een overzicht bijgevoegd met de bedragen uit de legesverordening 2012.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.