Aanhef
De raad van de gemeente Vlissingen;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19-11-2024;
gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 98, 99 van de Gemeentewet en de artikelen 3.1.1, vijfde lid, 3.1.3, eerste lid, 3.1.4, eerste lid, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, en 3.4.2 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;
besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Vlissingen 2024.
Artikel 1. Definitiebepalingen
a.In deze verordening wordt verstaan onder:
b.raadslid: lid van de gemeenteraad;
c.commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is;
d.griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet.
Artikel 2. Toelage raadslid onderzoekscommissie
Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van € 139,90 per maand.
Artikel 3. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden
1Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed:
a.de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
b.bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten;
c.Alleen in bijzondere gevallen en ter beoordeling van de burgemeester en de griffier worden kosten voor gebruik van een taxi vergoed.
2Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.
3Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld.
4De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.
Artikel 4. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raadsleden
1Een raadslid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.
2Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.
3De burgemeester en griffier beslissen op de aanvraag op basis van de overlegde stukken aan de hand van het toetsingskader en het budgettaire kader van de programmabegroting van het lopende jaar.
Artikel 5. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden
1Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
2Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen binnen vier weken in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning is mogelijk indien de gemeente bereid is de voorzieningen af te stoten en tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.
Artikel 6. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel
1Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
2Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.
Artikel 7. Betaling vaste vergoedingen
Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering.
Artikel 8. Betaling en declaratie van onkosten
1Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door betaling vooruit uit eigen middelen.
2Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.
3Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen drie maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier. Uitsluitend ten aanzien van kosten die zijn gemaakt in de periode van 1 januari 2019 tot de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden het declaratieformulier en de bewijsstukken binnen drie maanden na datum van inwerkingtreding van deze verordening ingediend bij de griffier.
4Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen vier weken na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.
Artikel 9. Intrekking oude verordening
De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2019 wordt ingetrokken.
Artikel 10. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze verordening wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1-1-2024.
Artikel 11. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Vlissingen 2024.