Aanhef
De raad van de gemeente Vlissingen;
gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 28 januari 2025;
gelet op artikel 149 Gemeentewet en artikel 30, lid 1 van de Wet Gemeenschappelijke regelingen;
Besluit:
vast te stellen de verordening Fonds cultuur, sport en onderwijs Vlissingen 2025.
Artikel 1. Begripsbepalingen
1Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb);
2Het college: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Vlissingen;
3De raad: de gemeenteraad van de gemeente Vlissingen;
4Orionis Walcheren: uitvoeringsorganisatie Walcherse gemeenten (gemeenschappelijke regeling) voor Werk en Inkomen.
Artikel 2. Doelstelling
Het doel van dit fonds is het bevorderen van de maatschappelijke participatie van de inwoners van de gemeente Vlissingen met een laag inkomen.
Artikel 3. Doelgroep
De volgende doelgroepen kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage:
1Schoolgaande kinderen tot 18 jaar waarvan de ouders een inkomen hebben tot 120% van de toepasselijke bijstandsnorm;
2Inwoners vanaf 18 jaar met een inkomen tot 120% van de toepasselijke bijstandsnorm;
3De belanghebbende die is toegelaten tot een wettelijke (Wsnp) of minnelijke schuldsanering en daardoor een inkomen ontvangt dat gelijk of lager is dan de inkomensgrens, komt ook voor een bijdrage in aanmerking;
4Studenten die een studie volgen waarvoor de Wet Studiefinanciering van toepassing, hebben geen recht op een bijdrage. Uitgezonderd hierop zijn studerende (alleenstaande) ouders, zij komen wel voor een bijdrage in aanmerking.
5Vreemdelingen zonder geldige verblijfstitel hebben geen recht op een bijdrage.
Artikel 4. Hoogte van de bijdrage voor de totaal te declareren kosten
1Maximaal € 140 per kind per jaar dat het basisonderwijs volgt.
2Maximaal € 260 per kind per jaar dat het voortgezet onderwijs volgt.
3Maximaal € 115 per persoon per jaar van 18 jaar en ouder.
4In het kalenderjaar dat het kind naar het voortgezet onderwijs gaat, is het bedrag volgens lid 2 van toepassing.
5In het kalenderjaar dat het kind voor het eerst naar het voortgezet onderwijs gaat, wordt het bedrag zoals genoemd in lid 2 eenmalig met € 260 verhoogd.
Artikel 5. Kosten die voor vergoeding in aanmerking komen
1Gemaakte kosten voor sociale en of culturele activiteiten.
2Gemaakte kosten voor sport activiteiten.
3Gemaakte schoolkosten voor het basis en voortgezet onderwijs.
Artikel 6. Voorwaarden
1De belanghebbende moet de bijdrage aanvragen via het door Orionis Walcheren vastgestelde aanvraagformulier;
2Op de datum van aanvraag moet de aanvrager ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen van de gemeente Vlissingen;
3Op de datum van aanvraag bedraagt het (gezins)- inkomen van de aanvrager maximaal 120 % van de toepasselijke bijstandsnorm. Daarnaast mag het vermogen op de datum van aanvraag niet meer bedragen dan het vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. Voor zover het vermogen gebonden is in de door hemzelf of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf blijft, deze voor de toepassing van het Fonds cultuur, sport en onderwijs buiten beschouwing;
4De aanvraag moet ingediend worden in het jaar waarin de kosten zijn gemaakt;
5Na indiening van de aanvraag wordt tot uitbetaling van de bijdrage overgegaan;
6De aanvrager verstrekt de betaalwijzen van de gemaakte kosten op naam van hemzelf of gezinsleden achteraf op verzoek aan Orionis Walcheren (bijvoorbeeld een nota, bankafschrift, toegangsbewijs of anderszins aannemelijk gemaakte kosten). Steekproefsgewijs vindt controle van de gemaakte kosten achteraf plaats.
Artikel 7. Uitvoering
1De gemeenteraad draagt de bevoegdheid om besluiten te nemen op basis van deze verordening over aan Orionis Walcheren.
2Het College kan nadere regels stellen die passen bij het doel om maatschappelijke participatie te bevorderen.
Artikel 8. Vaststelling en uitbetaling
Binnen 4 weken na aanvraag wordt het recht op een bijdrage vastgesteld nadat ook alle relevante inlichtingen zijn verstrekt en binnen 4 weken na de datum van de vaststelling van de bijdrage vindt de uitbetaling aan de aanvrager plaats.
Artikel 9. Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 10. Slotbepalingen
1Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking.
2De verordening Fonds cultuur, sport en onderwijs Vlissingen zoals vastgesteld op 23 april 2015 wordt ingetrokken.