1.Kenmerken van een commerciële huurovereenkomst of commerciële kostgangersovereenkomst zijn o.a.:
•er is sprake van commerciële verhuur als een onroerende zaak voor een bepaalde periode tegen periodieke betaling én tegen een marktconforme prijs in gebruik wordt gegeven. Tot een marktconforme prijs wordt gerekend een bedrag van € 300,- tot € 500,- per maand;
•er is sprake van kostgeverschap als een gedeelte van een eigen woning (in huur of eigendom) wordt verhuurd aan een kostganger, waarbij de huurder/ eigenaar en de kostganger geen partners van elkaar zijn of geen bloed- of aanverwanten in de eerste of tweede graad;
•er is sprake van een individueel contract waarin o.a. is opgenomen de commerciële prijs die betaald moet worden voor de huur van de woning of een gedeelte van de woning en de geleverde diensten;
•periodieke aanpassing van de commerciële prijs;
•de prijs die belanghebbende vraagt voor de verhuur van de woning of gedeelte van de woning moet een commercieel gangbare prijs zijn, dus geen vriendenprijs. Wat belanghebbende vraagt moet in verhouding staan tot de geleverde diensten en datgene dat in het commerciële verkeer gebruikelijk is.
Het verschil tussen de huurder en de kostganger is dat de kostganger naast het woongenot ook de maaltijden op kosten van de verhuurder eet.
2.Verrekenen inkomsten uit commerciële onderhuur, verhuur of als kostgeverschap.
Ten aanzien van de verrekening van inkomsten uit (onder)verhuur of als kostgeverschap geldt het bepaalde in artikel 33, 4e lid Participatiewet.
Participatiewet
Artikel 33 4e lid Bijzonder inkomen
Indien de belanghebbende de woning bewoont met een of meer huurders, onderhuurders of kostgangers, worden de daaruit voortvloeiende lagere algemene noodzakelijke kosten van het bestaan als inkomen in aanmerking genomen indien daarmee nog geen rekening is gehouden bij de vaststelling van de norm, bedoeld in artikel 22a, eerste tot en met derde lid.
Hetgeen in bovenstaand artikel is opgenomen wekt de suggestie dat de volledige inkomsten uit (onder)verhuur of kostgeverschap volledig als inkomen in aanmerking moet worden genomen en dus op de van toepassing zijnde bijstandsuitkering in mindering moeten worden gebracht.
Het spreekt voor zich dat om dergelijke inkomsten te kunnen verwerven noodzakelijke (on)kosten tegenover staan. Om te voorkomen dat in elke willekeurige situatie de gemaakte kosten berekend en vastgesteld moeten worden is in deze beleidsregels aangegeven welk bedrag standaard als onkosten op de bruto inkomsten uit (onder)verhuur of kostgeverschap in mindering mogen worden gebracht.
Deze beleidsregel is zowel van toepassing op de belanghebbende als (onder)verhuurder, kostgever die de woning bewoont met (onder)huurders of kostgangers als de belanghebbende die elders zijn domicilie heeft.
3.Inkomsten uit commerciële verhuur onder aftrek van een normbedrag:
-de bruto inkomsten uit commerciële (onder)verhuur zoals bedoeld in artikel 33 lid 4 van de Participatiewet, worden op de uitkering in mindering gebracht onder aftrek van € 60,00 per maand;
-de bruto inkomsten van een of meerdere kostganger(s), zoals bedoeld in artikel 33 lid 4 van de Participatiewet, worden op de uitkering in mindering gebracht onder aftrek van € 350,00 per kostganger per maand. Zijn er meerdere kostgangers, dan wordt een schaalverdeling gemaakt. Voor de tweede inwoner wordt 80% van het forfaitaire bedrag genomen, voor de derde 70% en zo verder;
-de hiervoor genoemde bedragen worden wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld. (vloeit voort uit hoofdstuk 6.1.1. van de Recofa-richtlijnen Vrij Te Laten Bedrag (VTLB-2014-2) met een afronding van € 5,00 naar boven).
4.Voorwaarden:
Om voor de aftrek zoals hiervoor genoemd in aanmerking te komen moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
-de afspraken over de verhuur van (het gedeelte van) de woning moeten op papier staan, in een huur- of kostgangersovereenkomst én;
-de belanghebbende toont dit aan door volgende gegevens in te leveren (art. 22a, 5e lid PW):
a.een huur- of kostgangersovereenkomst én;
b.bankafschriften waaruit duidelijk blijkt dat de gevraagde prijs werkelijk wordt betaald én;
c.aangifte inkomstenbelasting (alleen als belanghebbende deze inkomsten moet opgeven aan de Belastingdienst).
5.Inherente afwijkingsbevoegdheid
Met toepassing van artikel 4:84 Awb kan in voorkomende gevallen van deze beleidsregels worden afgeweken.
6.Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze regeling, indien toepassing ervan tot kennelijke onredelijkheid en onbillijkheid leidt.
7.Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels verrekenen inkomsten uit commerciële (onder) verhuur en commerciële kostgeverschap Vlieland 2021.
8.Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders op 15 december 2021.
A. Idema
C. Schokker-Strampel
secretaris-directeur
burgemeester